Hoofdmenu openen

Basaniet

een felsisch uitvloeiingsgesteente, rijk aan alkalimetalen

Basaniet, lydiet (lydische steen), kiezellei of toetssteen is een felsisch uitvloeiingsgesteente, rijk aan alkalimetalen.

Inhoud

LydietBewerken

Lydiet bestaat uit kwarts met verontreinigingen. De rechthoekige zwarte, glanzende blokjes die we vaak in Nederland in grind kunnen vinden is van oorsprong een soort kiezellei, afgezet op een zeebodem uit kleine organismen, zoals radiolariën. De stipjes die in de steentjes te zien zijn kunnen hierop wijzen. Het kan overgangstinten vertonen naar rode, bruine, grijze of groene varianten. Ook komen veel overgangen naar radiolariet voor. Witte kwartsadertjes en gelaagdheid komen ook veel voor. Alleen de zwarte steentjes worden doorgaans lydiet genoemd, andere kleuren krijgen dan de verzamelnaam kiezellei. De lydietsteentjes zoals ze in Maas- en Rijngrind kunnen worden gevonden, zijn afkomstig uit de Ardennen 1) of uit Midden-Duitsland (Rijnse leisteengebergte, Fichtel gebergte)2).

ToetssteenBewerken

Een zuivere variant van lydiet werd eeuwenlang (en ook nu nog) door edelsmeden gebruikt als 'toetssteen' voor het visueel bepalen van het zilver- of goudgehalte van zilveren of gouden voorwerpen. Bij het bekrassen van de steen blijft er op de zwarte steen een stoffijn streepje achter, waarvan de kleur karakteristiek is voor het gehalte aan edelmetaal. Bij gouden voorwerpen wordt de streep eerst met koningswater behandeld. Met zuur werd eventueel ook nog het overige metaal in het proefstreepje opgelost zodat alleen goud overbleef. Naast de streep werd een streep gezet met een stift van bekend goudgehalte. 3) De zwarte kleur is te wijten aan koolstof die meestal afkomstig is van de organische resten in het oorspronkelijke slik 4).

Het bepalen van het gehalte zuiver zilver of goud in legeringen met behulp van de toetssteen is de oudste methode en noemt men essayeren.

EigenschappenBewerken

Het stollingsgesteente heeft een afanitische tot porfieritische textuur. Het gesteente bevat voornamelijk veldspaatvervangers en plagioklaas, maar ook clinopyroxenen en olivijn komen voor in basaniet. Kwarts is afwezig. In het QAPF-diagram bevindt basaniet zich tussen basalt (rijker aan plagioklaas) en tefriet (rijker aan veldspaatvervangers). De dieptegesteente-variant van basaniet wordt foid dioriet genoemd.

NaamBewerken

De naam lydiet komt van Lydië in Turkije, vanwaar vroeger de toetssteen voor goudsmeden werd gehaald. In het Engelse taalgebied wordt de term basaniet ook weleens gebruikt om te verwijzen naar deze zwarte kiezelstenen. Basaniet is echter een magmatisch gesteente en daarom is de gesteentenaam ‘basaniet’ geen synoniem voor lydiet. Verwarring is op het eerste gezicht mogelijk omdat zowel basaniet als lydiet beide zwart zijn, en het woord basaniet is afgeleid van het Griekse basanos dat ‘toetssteen’ betekent. Lydiet is meestal herkenbaar aan de rechthoekige vorm waarin het door abrasie in het grind terecht is gekomen. Verwarring met zwarte jaspis is mogelijk, dat wil zeggen een zwarte kwartsvariant die onder hydrothermale omstandigheden is afgezet. Lydiet is strikt gesproken geen mineraal. De hierboven genoemde ‘zuivere’ variant wordt door minerant.org een ‘mineralogicalification’ genoemd van de gewone lydiet. Het gesteente basaniet wordt (en werd) echter niet als toetssteen gebruikt.

Zie ookBewerken

BronnenBewerken

  • Dr. B.G. Escher, de gedaanteveranderingen onzer aarde, Algemene geologie, Amsterdam, 1916.
  • Prof. Dr. W. Schumann, Elseviers gids voor stenen en mineralen, Amsterdam, 1975, blz. 130.
  • P. van der Lijn, Het keienboek, Zutphem, 1986, blz. 164.
  • W. Tj. Hellinga, Elseviers zwerfstenen gids, Amsterdam, 1980