In een arbocatalogus leggen werkgevers en werknemers in Nederland per bedrijf of branche vast hoe zij aan de doelvoorschriften van de Arbowet kunnen voldoen.[1] Met doelvoorschriften wordt bedoeld dat veel wettelijke voorschriften wel aangeven wat de bedoeling is, maar niet aangeven hoe dat doel kan worden bereikt. Om die reden worden doelvoorschriften onderscheiden van bijvoorbeeld middelvoorschriften. Middelvoorschriften geven aan welke middelen kunnen worden gebruikt om bepaalde doelen te bereiken. De arbeidsomstandighedenwet werd enerzijds hoe langer hoe meer ondoorzichtig en anderzijds constateerden werkgeversverenigingen en vakbonden dat -hoe goed bedoeld ook- de regeldruk erg hoog werd. Als oplossing werd door de overheid gekozen om de sociale partners meer verantwoordelijkheid te geven bij de uitvoering van het arbobeleid. Om die reden werd de arbocatalogus ingevoerd, die per bedrijf of branche kan worden opgesteld.

In een arbocatalogus staan aanwijzingen hoe de werkgever kan voldoen aan de Arbowetgeving, bijvoorbeeld:

  • een risicoprofiel van de sector
  • mogelijke oplossingen voor veelvoorkomende risico’s binnen de sector
  • een inschatting van de effectiviteit, de kosten en mogelijke leveranciers van de oplossing
  • een overzicht van hulpmiddelen afgestemd op de voornaamste risico’s binnen de sector

Aan de hand van deze aanwijzingen moeten de methoden en oplossingen beschreven staan.

Verantwoordelijkheid en toetsing

bewerken

De indieners van de arbocatalogus zijn verantwoordelijk voor de inhoud en publicatie. De arbocatalogus wordt getoetst door de Nederlandse Arbeidsinspectie. Zodra een arbocatologus door de Arbeidsinspectie goedgekeurd is vormt de catalogus het het uitgangspunt voor controle op handhaving van de Arbowet.