Amerikaans curlingteam (vrouwen)

vrouwen

Het Amerikaanse curlingteam vertegenwoordigt de Verenigde Staten in internationale curlingwedstrijden.

Verenigde Staten
Vlag van de Verenigde Staten
WCF-ranglijst Gestegen 6ste
Associatie USCA
Wedstrijden
Eerste interland
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten 6 - 5 Denemarken Vlag van Denemarken
(Perth, Schotland; 17 maart 1979)
Grootste overwinning
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten 15 - 1 Finland Vlag van Finland
(Glasgow, Schotland; 6 april 1988)
Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten 16 - 2 Brazilië Vlag van Brazilië
(Duluth, Verenigde Staten; 27 januari 2017)
Grootste nederlaag
Vlag van Zweden Zweden 15 - 2 Verenigde Staten Vlag van de Verenigde Staten
(Genève, Zwitserland; 29 maart 1993)
Olympische Spelen
Optredens 6 (eerste keer: 1998)
Beste resultaat Vierde plaats (2002)
Wereldkampioenschap
Optredens 42 (eerste keer: 1979)
Beste resultaat Winnaar (2003)
Portaal  Portaalicoon   Sport

GeschiedenisBewerken

De Verenigde Staten namen voor het eerst deel aan een internationaal toernooi tijdens het wereldkampioenschap van 1979. Sindsdien heeft het Amerikaanse team aan elk WK deelgenomen. De eerste decennia vertoefde het Amerikaanse team vrijwel constant in de onderste regionen van het klassement. In 1992 werd er voor het eerst een podiumplaats behaald. Het team van skip Lisa Schoeneberg haalde de finale, die het 8-4 verloor van Zweden. Het was de eerste van tot op heden zes finales voor de Verenigde Staten. Slechts één keer werd de wereldtitel in de wacht gesleept: in 2003 slaagden de Amerikanen erin aartsrivaal Canada met 5-3 te verslaan in het Canadese Winnipeg. De laatste keer dat de Amerikanen een medaille naar huis mochten nemen, dateert alweer van 2006.

Op de Olympische Winterspelen konden de Verenigde Staten tot op heden nog nooit een medaille winnen. Het Amerikaanse team was wel elke keer aanwezig. De hoogste eindpositie werd in 2002 behaald, toen de Amerikanen in eigen land met 9-5 de strijd om het brons verloren van Canada, en als vierde eindigden.

Verenigde Staten op de Olympische SpelenBewerken

Jaar Plaats Skip WG W V PV PT
  1998 5 Lisa Schoeneberg 7 5 2 47 47
  2002 4 Kari Erickson 11 6 5 72 69
  2006 8 Cassandra Johnson 9 2 7 58 66
  2010 10 Debbie McCormick 9 2 7 43 65
  2014 10 Erika Brown 9 1 8 42 75
  2018 8 Nina Roth 9 4 5 56 65

Verenigde Staten op het wereldkampioenschapBewerken

Jaar Plaats Skip WG W V PV PT
  1979 5 Nancy Langley 11 7 4 71 75
  1980 4 Sharon Kozai 11 6 5 74 80
  1981 8 Nancy Langley 9 2 7 47 68
  1982 8 Ruth Schwenker 9 2 7 47 75
  1983 8 Nancy Langley 9 4 5 63 71
  1984 9 Amy Wright 9 1 8 38 61
  1985 9 Bev Birklid 9 2 7 49 76
  1986 7 Geraldine Tilden 9 3 6 70 67
  1987 5 Sharon Good 9 5 4 58 62
  1988 7 Nancy Langley 9 4 5 56 58
  1989 9 Jan Lagasse 9 2 7 44 64
  1990 8 Bev Behnke 10 3 7 42 62
  1991 10 Maymar Gemmell 9 1 8 40 73
  1992 2 Lisa Schoeneberg 11 8 3 80 63
  1993 8 Sharon O'Brien 10 3 7 50 82
  1994 6 Bev Behnke 9 4 5 53 53
  1995 6 Lisa Schoeneberg 9 4 5 61 62
  1996 2 Lisa Schoeneberg 11 8 3 78 57
  1997 7 Patti Lank 9 4 5 64 60
  1998 9 Kari Erickson 9 2 7 48 68
  1999 2 Patti Lank 11 7 4 93 72
Jaar Plaats Skip WG W V PV PT
  2000 6 Amy Wright 9 4 5 65 58
  2001 6 Kari Erickson 9 5 4 51 53
  2002 8 Patti Lank 9 4 5 54 61
  2003 1 Debbie McCormick 11 7 4 70 72
  2004 4 Patti Lank 12 6 6 88 76
  2005 2 Cassandra Johnson 13 11 2 99 69
  2006 2 Debbie McCormick 14 11 3 114 73
  2007 4 Debbie McCormick 12 7 5 84 82
  2008 7 Debbie McCormick 11 6 5 71 74
  2009 9 Debbie McCormick 11 4 7 67 78
  2010 5 Erika Brown 12 7 5 89 81
  2011 7 Patti Lank 11 6 5 68 74
  2012 5 Allison Pottinger 12 7 5 82 70
  2013 4 Erika Brown 14 7 7 94 81
  2014 6 Allison Pottinger 11 6 5 78 66
  2015 10 Aileen Sormunen 11 3 8 53 81
  2016 6 Erika Brown 11 6 5 64 58
  2017 5 Nina Roth 11 6 5 72 69
  2018 4 Jamie Sinclair 15 7 8 100 85
  2019 7 Jamie Sinclair 12 6 6 88 85
  2021 3 Tabitha Peterson 16 9 7 106 99