Aldegonda Zeguers-Boere

Nederlandse collaborateur in de Tweede Wereldoorlog

Aldegonda Elisabeth Zeguers-Boere (Maastricht (Nederland) , 16 juli 1918 - Veldwezelt (België), 12 maart 2005) was een Nederlandse collaborateur in de Tweede Wereldoorlog. Zij werkte voor de Sicherheitsdienst in Maastricht en was verantwoordelijk voor de dood van zeven mensen. Na de oorlog kreeg zij een levenslange gevangenisstraf

Aldegonda Zeguers-Boere
Algemeen
Geboortedatum 16 juli 1918
Sterfdatum 12 maart 2005
Geboorteplaats Maastricht, Nederland
Plaats van overlijden Veldwezelt, België
Functie
Zijde Vlag van nazi-Duitsland Duitsland
Organisatie Sicherheitsdienst
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

LevensloopBewerken

Boere groeide op als enig kind. Zij had zowel een oudere broer als jongere zus, maar die overleden beiden op jonge leeftijd. Boere trouwde in 1938 met Jacques Auguste Amedée Zeguers (1904-1972), wiens eerste vrouw in 1932 was overleden. Zeguers werd in 1940 als krijgsgevangene afgevoerd naar Duitsland. Het echtpaar had op dat moment drie jonge kinderen. Aldegonda Boere raakte al snel in de financiële problemen. Zij begon met het organiseren van feestjes voor Duitse militairen en prostituees in haar ruime woning aan de Van Heylerhofflaan in het Maastrichtse Villapark.

Samen met haar gezin verhuisde Boere in december 1941 naar een woning aan het Sint Servaasklooster 37, waar zij haar bordeel verder uitbreidde. Zij kon met hulp van Duitse contacten een winstgevende zwarte handel opzetten. Ook was Boere betrokken bij smokkel. Zij had via haar Duitse contacten een pas gekregen waarmee ze ongehinderd de Nederlands-Belgische grens kon passeren. Zij reisde regelmatig vergezeld van Orstkommandant-Oberleutnant Bock naar België, waar ze ook in contact stond met het Belgisch verzet. Boere speelde veel informatie door aan de Sicherheitsdienst.

Boere werd in 1942 gearresteerd omdat ze de zedenwetgeving had overtreden. Zij had namelijk samen met een aantal meisjes naakt gedanst voor Duitse militairen. Boere zat vervolgens acht weken vast in het Huis van Bewaring in Maastricht. In de gevangenis leerde ze de SD'ers Max Strobel en Richard Nitsch kennen. Met Strobel kreeg ze een seksuele relatie. Aan de andere kant kreeg ze ook contact met het verzet. Ze raakte bevriend met de verzetsman Giel Ummels. Het is onduidelijk of dat in opdracht was van de SD. Op basis van haar informatie werden drie LO'ers, te weten Gène Schrijnemaekers, Pie Dolmans en Jules Janssen aangehouden die probeerden levensmiddelenkaarten de stad binnen te brengen. Ook de broers van Schrijnemaekers en Jansen werden gearresteerd. Het verzet was op de hoogte van de contacten tussen Strobel en Boere en vroeg haar om te bemiddelen. Na betaling van 2.000 gulden en twintigduizend Belgische franc liet de SD Schrijnemaekers, zijn broer en de broer van Janssen gaan. Boere mocht twee derde van het bedrag zelf houden, de rest was voor de SD.

Vanuit de kant van het Maastrichtse verzet werd Boere vanaf dat moment volledig vertrouwd en zij kwam veel te weten. Zo ontdekte zij dat twee gevangenisbewaarders informatie doorspeelde aan het verzet over gevangenistransporten. Nitsch liet daarop via hen bewust informatie uitlekken over een belangrijk gevangenentransport, met de bedoeling dat de zwaarbewapende bewakers konden afrekenen met de knokploeg die een bevrijdingspoging zou ondernemen. Er stond inderdaad een knokploeg gereed die het transport ter hoogte van Sittard zou overvallen, maar door een gebrekkige coördinatie vond die de actie geen doorgang.

Op 9 mei 1944 werd Jo Lokerman, districtshoofd van de LO, naar haar woning aan het Sint Servaasklooster gelokt onder het mom om te onderhandelen over de vrijlating van Jules Janssen. Lokerman kreeg van Boere te horen dat de SD hem voor 12.000 gulden vrij wilde laten. Dit gesprek werd afgeluisterd door Strobel en Nitsch die achter een gordijn stonden. Lokerman werd aangehouden nadat zij de woning hadden verlaten. Op de dag zelf en dag daarna werden in totaal vijftig tot zestig mensen gearresteerd. Ook Walterus Brouwers, een onderduiker die bij Boere zat, werd aangehouden om te voorkomen dat het verzet haar zou verdenken van verraad. Vijfentwintig werden doorgestuurd naar de Duitse concentratiekampen, waarvan zes de oorlog niet overleefden. Naast Lokerman en Brouwers waren dat Edmond Houtappel, Hubèr Jamin, kapelaan Hein Lochtman en Giel Ummels.

Een paar maanden later liet Boere weten contact te hebben met een lid van de Belgische Witte Brigade. Zij maakte op 18 augustus een afspraak in Meerssen met een zekere De Wit, de schuilnaam van de verzetsman Henri Hubert Scheepers. Vier SD'ers, waaronder Nitsch en Hans Conrad wachtten Scheepers op en schoten hem ter plekke dood.

Boere werd kort na de bevrijding van Maastricht door de geallieerden in september 1944 aangehouden. In 1947 verscheen zij voor de Bijzonder Gerechtshof in Den Bosch, kamer Maastricht. Zij hoorde de doodstraf tegen zich eisen en werd veroordeeld tot levenslang.[1] Zij werd vervroegd vrijgelaten (precieze datum onbekend).