Hoofdmenu openen

Aaibaarheidsfactor

mate waarin dieren affectie of genegenheid opwekken bij mensen

De aaibaarheidsfactor is een begrip bedacht door Rudy Kousbroek voor de mate waarin dieren affectie of genegenheid opwekken bij mensen.[1][2] Hij heeft dit begrip uitgewerkt in een reeks essays, gebundeld tot een boekje met gelijknamige titel,[3][4] dat verluchtigd werd met tekeningen van zijn — toen nog jonge — dochter Hepzibah Kousbroek. Het boekje (formaat 11 × 14 cm) werd, conform het thema, uitgegeven met een fluwelig stofomslag.

Voor Kousbroek is de aaibaarheidsfactor het belangrijkste criterium voor zijn persoonlijke indeling van het dierenrijk. In zijn visie heeft de kat van alle dieren de hoogste aaibaarheidsfactor. Die van vissen is bijna nul, niet in de laatste plaats door het milieu waarin ze leven. Helemaal onder aan de schaal – met een negatieve factor – komen onder meer oesters, kwallen, piranha's en sidderalen.[5]

Het begrip, dat is opgenomen in de Woordenlijst Nederlandse Taal,[6] wordt ook wel gebruikt voor mensen.[7]

Zie ookBewerken