Zhao Erxun

historicus uit China (1844-1927)

Zhao Erxun (7 juli 18443 september 1927) was een hoge Chinese bestuurder tijdens de nadagen van de Qing-dynastie en de beginperiode van de republiek China. Hij was gouverneur-generaal van de provincie Sichuan en van de drie noordoostelijke provincies in Mantsjoerije. Vanaf 1914 was hij hoofd van het 'Bureau voor de geschiedenis van de Qing' en zo verantwoordelijk voor de samenstelling van het Ontwerp voor een geschiedenis van de Qing.

Zao Erxun
Zhao Erxun
Zhao Erxun (1844-1927)
Naam (taalvarianten)
Vereenvoudigd 赵尔巽
Traditioneel 趙爾巽
Pinyin Zhào Ěrxùn
Wade-Giles Chao Erh-sun
Omgangsnaam 次珊 Cìshān
Bijnaam 无补/無補 Wúbǔ

AfkomstBewerken

Zhao Erxun was afkomstig uit Tieling in de toenmalige provincie Fentien (de huidige provincie Liaoning). Hij kwam uit een vooraanstaande familie van ambtenaren die tot de Chinese blauwe vendel behoorde, en oorspronkelijk uit Mantsjoerije kwam. Zijn vader was districtsmagistraat in Shandong en kwam om tijdens de Taipingopstand. Hij had drie broers; twee van hen (Zhao Erzhen en Zhao Ercui) waren jinshi, de hoogste graad die binnen de ambtenarenexamens kon worden behaald. Een derde broer, Zhao Erfeng was gouverneur-generaal van Sichuan en werd tijdens de revolutie van 1911 gedood.

Zhao Erxun volgde traditioneel onderwijs, behaalde in 1867 de graad van juren en die van jinshi in 1874, met het recht om lid te worden van de Hanlin-academie.

Loopbaan tijdens het KeizerrijkBewerken

Zhao Erxun doorliep een ambtelijke loopbaan. In 1882 werd hij provinciaal censor en in 1887 prefect van Shiqian in de provincie Guizhou. Daarna volgden benoemingen tot provinciaal rechter (anchashi, 按察使) in Anhui en in 1898 tot luitenant-gouverneur (buzhengshi, 布政使) van Xinjiang. Na de dood van zijn moeder in 1899 hield Zhao een driejarige rouwperiode. In 1902 werd hij gouverneur (xunfu, 巡撫) van de provincie Shanxi en in 1903 van de provincie Hunan. In 1904 werd hij naar het noordoosten gestuurd als Generaal van Moekden. In maart 1907 volgde zijn benoeming tot gouverneur-generaal van Sichuan, echter zonder dat hij die functie aanvaardde. Die liet hij over aan zijn broer Zhao Erfeng. Rond augustus 1907 volgde hij Zhang Zhidong op als gouverneur-generaal van Huguang (de gecombineerde provincies Hunan en Hubei). In maart 1908 werd hij opnieuw benoemd tot gouverneur-generaal van Sichuan. In april 1911 keerde hij weer terug naar Mantsjoerije, nu als gouverneur-generaal van de drie noordoostelijke provincies.

In de nasleep van de Xinhairevolutie (1911) braken er ook opstanden uit in Mantsjoerije. Met steun van de legermacht van Zhang Zuolin wist Zhao een poging van opstandelingen tot machtsovername in Mantsjoerije te verhinderen en kon zo zijn positie in Moekden behouden. Na het uitroepen van de republiek in 1912 werd Zhao provinciaal militair gouverneur (tutuh) van Fengtian (Moekden). Hij trad echter af, net als veel andere oud-Qingfunctionarissen dat deden. Eind 1912 vestigde hij zich in Qingdao.

Loopbaan tijdens de RepubliekBewerken

In maart 1914 werd Zhao door president Yuan Shikai benoemd tot hoofd van het het 'Bureau voor de geschiedenis van de Qing' (Qingshi guan, 清史館), dat was opgericht om een dynastieke geschiedenis van van de Qing-dynastie samen te stellen. Binnen de traditie van de officiële dynastieke geschiedenissen wilde Yuan Shikai hiermee aantonen dat hij de legitieme opvolger van de Qing-dynastie was. Na de plotselinge dood van Yuan Shikai in 1916 kwam het Bureau in financiële problemen. Zhao Erxun wist fondsen te verwerven van Wu Peifu (吳佩孚, 1874-1939) en Zhang Zuolin, krijgsheren die rond Peking de macht uitoefenden. Toen bleek dat het noordelijk expeditieleger van Chiang Kai-shek op het punt stond Peking in te nemen, besloot Zhao Erxin in 1927 over te gaan tot publicatie. Hij noemde het werk een Ontwerp voor een geschiedenis van de Qing en benoemde Yuan Jinkai (1870-1947, 袁金鎧), een naaste medewerker uit zijn tijd in Mantsjoerije, tot zijn opvolger. Hij moest toezien op de uiteindelijke publicatie.

De hechte band van Zhao Erxun met Yuan Shikai bleek verder toen Yuan bij zijn voorbereidingen om tot keizer te worden geproclameerd, hem in december 1915 de eretitel Vier vrienden van Songshan (Songshan siyou) verleende (samen met Xu Shichang, Li Jingxi en Zhang Jian). In 1917, bij de tijdelijke restauratie van het keizerrijk door Zhang Xun, zou Zhao worden benoemd tot adviseur van de Kroonraad. In 1925 werd hij voorzitter van de Voorlopige Senaat. In 1926, toen troepen van Zhang Zuolin Peking naderden, wist hij de orde en rust in die stad te handhaven. Zhao stierf in Peking op 3 september 1927.

LiteratuurBewerken

  • Chao Erh-sun in: Boorman, H.L., Biographical Dictionary of Republican China, New York-Londen 1967, deel 1 Ai-Ch'ü, pp. 141-142.