Hoofdmenu openen
Zelfdeterminatietheorie.png

De zelfbeschikkingstheorie of zelfdeterminatietheorie (ZDT) is een door Edward L. Deci en Richard M. Ryan ontwikkelde macrotheorie over de menselijke motivatie. De kern van de theorie wordt gevormd door de stelling dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn die, indien deze bevredigd worden, een optimale functionering, welbevinden en groei van een persoon toestaan.

Behoeftenbevrediging en behoeftenfrustratie zijn twee mogelijke uitkomsten volgens de zelfdeterminatietheorie. De mate waarin een behoefte wordt bevredigd is een voorspeller voor adaptief functioneren. Hier tegenoverstaande is de frustratie van een basisbehoefte een voorspeller voor maladaptief functioneren.

Ook de intrinsieke motivatie van een persoon om doelen te bereiken hangt mede van de bevrediging van deze behoeften af. Een belangrijke stelling van de theorie is dat vormen van controle op het gedrag van anderen zorgt voor een afname van hun intrinsieke motivatie, omdat deze controle de bevrediging van de basisbehoeften frustreert.[1]

Inhoud

De drie basisbehoeftenBewerken

Volgens Deci en Ryan delen alle mensen drie aangeboren psychologische basisbehoeften, te onderscheiden van de fysiologische behoeften. Deze drie basisbehoeften worden voorgesteld als het ABC van de psychische ontwikkeling. Dit zijn:

  1. Autonomie: Is de universele drang om causale agenten van het eigen leven te zijn en in overeenstemming te zijn met het geïntegreerde zelf. Let op, dit betekent niet onafhankelijk van zijn anderen.[2] Eerder gaat een individu inherent op zoek naar het ervaren van individuele vrijheid en het gevoel van zelfbeschikking.[3] Dit is een belangrijke invulling van het concept autonomie, mede omdat het op die manier de universaliteit van het concept mogelijk maakt. Als we spreken van autonomie als onafhankelijkheid dan krijgt dit een heel andere invulling in bijvoorbeeld Amerika als in China, waar individualisme tegenover collectivisme staat. Als we een jongvolwassene die het huis verlaat als voorbeeld nemen gaat het niet om het alleen wonen op zich (=onafhankelijk zijn), maar om de vrije keuze om al dan niet het huis te verlaten en zich goed te voelen bij het autonoom maken van die keuze.
  2. (relationele of sociale) Verbondenheid: Het universele verlangen naar interactie, verbinding en de ervaring om voor anderen te zorgen.[4] Dit kan ook omschreven worden met het gevoel van belonging, de ervaring van ergens bij te horen.
  3. Competentie: Proberen het resultaat te beheersen en beheersing ervaren.[5] Dit is het ervaren van eigen succesvolle verwezenlijkingen.

Intrinsieke en extrinsieke motivatieBewerken

Binnen de theorie wordt een onderscheid gemaakt tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie. Deze differentiatie wordt gemaakt op basis van waaruit het gedrag wordt aangemoedigd.

  • Intrinsiek gemotiveerd zijn betekent dat je als individu handelt vanuit je eigen wil/verlangen. De motivatie ontstaat vanuit het persoonlijke streven naar plezier. Bijvoorbeeld: Je gaat sporten omdat dit je een goed gevoel geeft.
  • Extrinsieke motivatie wordt geregeld via een externe regulator (iets of iemand). Je zal als individu in dit laatste geval een extern doel willen bereiken. Bijvoorbeeld: ontvangen van een beloning (geld, voedsel), vermijden van straf.

Volgens de zelfdeterminatietheorie kan extrinsieke motivatie de intrinsieke motivatie 'verdringen'. Een persoon die extern gemotiveerd wordt, zal zich niet autonoom voelen en daarom minder intrinsiek gemotiveerd raken. Een kind dat beloond wordt voor het al dan niet maken van huiswerk zal bijvoorbeeld mogelijk de eigen intrinsieke motivatie voor de handeling verliezen, als het de beloning als een oorzaak gaat zien van het eigen gedrag.

LevensloopBewerken

De zelfdeterminatietheorie is van toepassing op elk individu, ongeacht zijn/haar leeftijd. De drie basisbehoeften kunnen gedurende elk moment in het leven bevredigd of gefrustreerd worden. Dit wil ook zeggen dat de bevrediging en frustratie van de basisbehoeften varieert in de tijd.

NotenBewerken

  1. E. Deci - R. Ryan, Overview of Self-Determination Theory: An Organismic Dialectical Perspective, in Handbook of Self-Determination Research", pp. 3-34, Rochester, 2002.
  2. R. deCharms, Personal causation, New York, 1968, E.L. Deci, Intrinsic motivation, New York, 1975.
  3. (nl) M. Vansteenkiste & B. Soenens, Vitamines van groei: over de motiverende rol van ouders in opvoeding. Academia Press (2013). ISBN 9789038222103.
  4. R. Baumeister - M.R. Leary, The need to belong: Desire for interpersonal attachments as a fundamental human motivation, in Psychological Bulletin 117 (1995), pp. 497-529.
  5. S. Harter, Effectance motivation reconsidered: Toward a developmental model, in Human Development 1 (1978), pp. 661-669, R.W. White, Ego and reality in psychoanalytic theory, New York, 1963.

Externe linkBewerken