Hoofdmenu openen

Winand Staring (geoloog)

geoloog
(Doorverwezen vanaf Winand Carel Hugo Staring)
Winand Carel Hugo Staring.

Winand Carel Hugo Staring (Wildenborch, 5 oktober 1808 - Klein Dochteren, 4 juni 1877) was een Nederlandse pionier in landbouwkunde en bodemkunde met theorie over bosbouw, geologie en waterstaat.[1]

Inhoud

LevensloopBewerken

Staring was de zoon van de dichter A.C.W. Staring en bewoonde het landhuis De Boekhorst in Klein Dochteren, niet ver van zijn ouderlijk huis, kasteel De Wildenborch. Hij studeerde rechten en wis- en natuurkunde aan de Universiteit Leiden. Op 6 december 1833 promoveerde hij op het proefschrift over de toenmalige stand van zaken op het gebied van geologie, getiteld Specimen academicum inaugurale de geologia patriae.

Na zijn promotie was Winand van 1833 tot 1845 werkzaam als administrateur op een landgoed in Zutphen. Hij begon tevens als griffier bij het vredegerecht in Vorden, en was later griffier bij het kantongerecht in Lochem.[2]

In 1846 vestigde Staring en zijn familie zich op het landgoed De Boekhorst, en besteedde hij de meeste tijd aan het beheer van het landgoed. Het jaar erop, in 1847, was hij medeoprichter en eerste secretaris van de Gelderse Maatschappij van landbouw tot 1852.[3] Van 1852 tot 1857 was hij Secretaris van de hoofdcommissie Geologisch Onderzoek van Nederland. En vanaf 1862 was hij benoemd tot inspecteur voor het Middelbaar- en Landbouw Onderwijs. In het studiejaar 1862-63 was Staring tijdelijk leraar in natuurlijke historie aan de Koninklijke Academie te Delft.

Staring was lid van de Provinciale Staten van Gelderland. Vanaf 1847 was hij corresponderend lid en vanaf 1851 lid eerste klasse van het Koninklijke Nederlandsche Akademie van Wetenschappen bij de afdeling natuurkunde.

PersonaliaBewerken

Staring trouwde in 1838 met Catharina Arnoldina Christina van Löben Sels, en samen kregen ze vier zoons en een dochter.

WerkBewerken

Samen met Jacob G.S. van Breda, Pieter Harting en Friedrich Miquel zat Staring in de eerste commissie voor het maken van een geologische kaart van Nederland, die in 1852 was ingesteld door Thorbecke. De commissie viel echter al snel door interne ruzies uit elkaar. In 1857 komt de opdracht voor de geologische kaart daarom bij Staring alleen te liggen.[4]

Daarnaast kan Staring gezien worden als de grondlegger van de bodemkunde in Nederland, met zijn publicatie De bodem van Nederland, de samenstelling en het ontstaan der gronden in Nederland uit 1856 schreef hij als geoloog de eerste Nederlandse verhandeling over de bodemkunde.

WaarderingBewerken

Naar hem was het in 1967 geopende Staringgebouw in Wageningen vernoemd. Hierin waren de Stichting voor Bodemkartering (StiBoKa), het Instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW), het International Institute for Land Reclamation and Improvement (ILRI) en enkele kleinere instituten gevestigd. In 1989 zijn deze gefuseerd tot een organisatie, het Staring Centrum, in het buitenland bekend als het Winand Staring Centre. Op 1 januari 2000 is het Staring Centrum opgegaan in het nieuw gevormde onderzoeksinstituut voor de groene ruimte, Alterra. Ook een wetenschappelijke publicatie van de NGV is naar hem vernoemd.

In Hoog-Keppel bevindt zich de naar hem vernoemde Stichting Staring Advies, kenniscentrum voor natuur en landschap in Achterhoek en Liemers.

MonumentBewerken

 
Staringmonument in het Overijsselse Losser

Op de Losserse Es in Overijssel bevindt zich het Staringmonument. Dit bestaat uit een buste van Staring met op de halfronde muur erachter de tekst: grondlegger van de geologie en landbouwwetenschap in Nederland. Naast het monument bevindt zich de Staringgroeve[5]. Staring heeft hier in 1843, op verzoek van de toenmalige burgemeester van de gemeente Losser, onderzoek gedaan naar de Losser Zandsteen die hier dicht aan de oppervlakte komt. In tegenstelling tot de in het nabij gelegen Bad Bentheim aanwezige zandsteen bleek die van Losser zachter en daardoor ongeschikt als bouwmateriaal.

Publicaties, een selectieBewerken

  • Specimen academicum inaugurale de geologia patriae. Dissertatie. Leiden 1833.
  • Handboek voor verdrinkenden, de Berkelnooden. Deventer 1842.
  • Proef eener Nederlandsche Kunstspraak (terminologie) voor de aardkunde of geologie. Deventer 1844.
  • De aardkunde en landbouw van Nederland. Zwolle 1846.
  • De aardkunde van Salland en het land van Vollenhoven. Zwolle 1846.
  • De aardkunde van Twenthe. Zwolle 1846.
  • Over de oprigting eener Nederlandsche hoogeschool van den landbouw. Arnhem 1847.
  • De bodem van Nederland. De samenstelling en het ontstaan der gronden in Nederland ten behoeve van het algemeen beschrevene. (2 delen). Haarlem 1856-1860.
  • Voormaals en thans. Opstellen over Nederlands grondsgesteldheid. Haarlem 1858 (2e ed. Zwolle 1878)
  • Groote geologische kaart. Haarlem 1858-1867.
  • Huisboek voor den Landman in Nederland, 1862.
Publicaties over Staring

Externe linkBewerken