Willem Jan d'Ablaing van Giessenburg

Nederlands ambtenaar en deskundige en publicist op het gebied van de Nederlandse adel

Mr. Willem Jan baron d'Ablaing van Giessenburg (Amsterdam, 1 juli 1812 - 's-Gravenhage, 1 april 1892) was een Nederlands ambtenaar en deskundige en publicist op het gebied van de Nederlandse adel.

BiografieBewerken

D'Ablaing was lid van de familie D'Ablaing en werd geboren als zoon van het Eerste en Tweede Kamerlid Johan Daniël Cornelis Carel Willem baron d'Ablaing van Giessenburg (1779-1850) en diens eerste echtgenote Henriette Elisabeth Corver Hooft (1777-1826). Hij trouwde in 1845 met jkvr. Agneta Leopoldina Maria Boreel (1814-1864), lid van de familie Boreel en in 1879 met jkvr. Jacoba Margaretha Maria Rendorp van Marquette, vrouwe van Wijk aan Duin en Zee (1826-1909), lid van de familie Rendorp. Uit het eerste huwelijk werden zeven kinderen geboren.

D'Ablaing studeerde rechten te Utrecht tussen 1830 en 1836 en promoveerde daar in dat laatste jaar op De jure civili militis. Tijdens zijn studie was hij nog lid van het corps vrijwillige jagers van de Utrechtse hogeschool waarmee hij in 1830 naar Brussel trok om actief te zijn in de Belgische opstand. D'Ablaing trad daarna in dienst van de Raad van State en was vervolgens tot 1866 ambtenaar bij verschillende ministeries. Vanaf 1848 was hij ook lid en vanaf 1852 secretaris van de Hoge Raad van Adel. Zowel als lid van dat college als in zijn ambtelijke functies hield hij zich bezig met adelszaken. Op dat laatste gebied heeft hij belangrijke werken gepubliceerd die nog steeds als standaardwerken gelden.

BibliografieBewerken

  • De jure civili militis. Utrecht, 1836.
  • Regtmatigheid van schadevergoeding voor afgeschafte heerlijke regten. 's-Gravenhage, 1849.
  • De Duitsche orde, of Beknopte geschiedenis, indeeling en statuten der broeders van het Duitsche Huis van St. Marie van Jerusalem. 's-Gravenhage, 1857.
  • De ridderschap van Veluwe, of Geschiedenis der Veluwsche jonkers, opgeluisterd door hunne acht stamdeelen, huwelijken, kinderen en wapens hoofdzakelijk getrokken uit de verzameling van handschriften van wijlen den rijks-vrijheer W.A. van Spaen. 's-Gravenhage, 1859.
  • Nederlandsche gemeentewapens of wapenboek der gemeenten, heerlijkheden, waterschappen en corporatiën, welke sedert 1815 deel hebben uitgemaakt van, of behoord hebben tot het koningrijk der Nederlanden, zoowel noordelijk als zuidelijk gedeelte. 's-Gravenhage, 1862 [een aangevulde druk verscheen in 1887 en een laatste aangevulde in 1896].
  • Regt van eerstgeboorte in Nederland, in verband met de grondwet. 's-Gravenhage, 1867.
  • Wapenboek der Ridders van de Duitsche Orde, Balije van Utrecht, sedert 1581 opgeluisterd door hunne vier opgezworen adelijke quartieren en acht stamdeelen, huwelijken en kinderen. 's-Gravenhage, 1871.
  • De Ridderschappen in het Koningrijk der Nederlanden, of De geschiedenis, regeling en zamenstelling van den stand der edelen, van 1814 tot 1850. 's-Gravenhage, 1875.
  • Bannerheeren en Ridderschap van Zutphen van den aanvang der beroerten in de XVIe eeuw tot het jaar 1795. 2 delen. 's-Gravenhage, 1877-1885.
  • Nederlands adelsboek of verzameling van adels-erkenningen, inlijvingen, verheffingen en verleeningen van titel in het Koningrijk der Nederlanden sedert 1814. 's-Gravenhage, 1887.
  • De ridderschap van het kwartier van Nijmegen. Namen en stamdeelen van de sedert 1587 verschenen edelen. 's-Gravenhage, 1899.
Voorganger:
Mr. R.A. baron van Hoëvell van Nijenhuis
Secretaris van de Hoge Raad van Adel
1852 - 1861
Opvolger:
Jhr. E.W. van Weede