Noord-Brabant

provincie van Nederland
(Doorverwezen vanaf West-Brabant)

Noord-Brabant (Brabants: Noord-Braobant) (Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg)), vaak verkort tot Brabant,[2] is een provincie in het zuiden van Nederland. De hoofdstad van de provincie is 's-Hertogenbosch; de grootste stad is Eindhoven, gevolgd door respectievelijk Tilburg, Breda, 's-Hertogenbosch en Helmond.

Noord-Brabant
Provincie van Nederland Vlag van Nederland
Provincievlag Provinciewapen
(Details) (Details)
Kaart: Provincie Noord-Brabant in NederlandZeelandZuid-HollandBaarle-HertogNoord-BrabantGroningenDuitslandLimburgFrieslandFlevolandDrentheNoord-HollandIJsselmeerUtrechtOverijsselGelderlandFrankrijkBelgiëNoordzee
Over deze afbeelding
Geografie
Hoofdstad 's-Hertogenbosch
Oppervlakte
- Land
- Water
5.082,06 km²
4.905,46 km²
176,6 km²
Coördinaten 51° 38′ NB, 5° 6′ OL
Bevolking
Inwoners (januari 2019) 2.544.806
– Bevolkingsdichtheid 519 inw./km²
– Aantal gemeenten 62
Politiek
Commissaris van
de Koning
(lijst)
Wim van de Donk (CDA)
Overige informatie
Volkslied geen
Religie (2014[1]) Rooms-katholiek 49,6%
Protestant 5%
Moslim 4%
ISO 3166 NL-NB
Website www.brabant.nl
Detailkaart
Provincie Noord-Brabant, impressie van het landschap en indeling van gemeenten (2016)
Portaal  Portaalicoon   Nederland
Bevolkingsdichtheid Noord-Brabant per woonplaats (BAG) in 2010

Het oude Hertogdom Brabant omvatte in 1815 de provincies Noord-Brabant, Antwerpen en Zuid-Brabant. Bij de Belgische onafhankelijkheid kwamen Antwerpen en Zuid-Brabant (al snel hernoemd tot Brabant) bij België terecht; Noord-Brabant bleef deel van Nederland.

GeschiedenisBewerken

  Zie Geschiedenis van Noord-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Kaart van hertogdom Brabant in 1477

De naam Brabant is een afgeleide van Braecbant. Dit is een samenvoeging van braec, dat broek of drassig land betekent, en bant, dat streek betekent.[3]

Gouden Eeuw van Brabant (1450-1550)Bewerken

Tot aan de 17e eeuw was een groot deel van het gebied dat nu de provincie Noord-Brabant vormt, deel van het Hertogdom Brabant, waarvan het grootste stuk tegenwoordig in België ligt. Het hertogdom Brabant beleefde tussen de 14e en 15e eeuw zijn gouden eeuw. In het bijzonder gold dat voor de steden Brussel, Antwerpen, Leuven, Breda en 's-Hertogenbosch. De welvaart uit die tijd is nog altijd zichtbaar in de Brabantse gotiek en Kempense gotiek in de regio.

Tachtigjarige oorlog (1568-1648)Bewerken

  Zie Tachtigjarige oorlog voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de ondertekening van de Unie van Utrecht in 1579, werd Brabant een gebied waar vele gevechten plaatsvonden tussen de protestante Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het katholieke imperium van de Habsburgers dat de Zuidelijke Nederlanden bestuurde.

Door beide partijen werden boerderijen geplunderd, dorpen verwoest en steden belegerd. Door de vele troepenverplaatsingen, de slechte hygiëne en mislukte oogsten had de bevolking veel te lijden van honger en ziekte. Met de Vrede van Munster in 1648 ging het noordelijke deel van Brabant deel uitmaken van de Republiek; het werd aangeduid als Staats-Brabant.

Het erfgoed van de Tachtigjarige Oorlog kan men vandaag de dag nog zien. De bouw van vestingwerken heeft sporen nagelaten, zoals Fort Crèvecoeur bij 's-Hertogenbosch en de vestingswerken van Heusden.

Staats-Brabant (1648–1795)Bewerken

  Zie Staats-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Pogingen van de Republiek om de bevolking van Brabant te bekeren tot het protestantisme mislukten, en Brabant fungeerde voornamelijk als militaire bufferzone en wingewest. In deze periode was in Brabant van economische ontwikkeling nauwelijks sprake. Omdat de overgrote meerderheid van de bevolking katholiek bleef, werd Brabant niet als volwaardige, achtste provincie tot de Republiek toegelaten. De katholieken in Brabant werden door de Republiek beperkingen opgelegd in hun geloofsuitoefening, hierdoor ontstonden vele schuilkerken.

Bataafs-Brabant (1796–1807)Bewerken

  Zie Bataafs-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1795 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden vervangen door de Bataafse Republiek, die de katholieken als gelijkwaardige burgers erkende en waarbinnen Generaliteitsland Staats-Brabant een provincie werd, Bataafs-Brabant geheten. Deze toestand eindigde tijdens de Franse overheersing toen het gebied werd opgedeeld over verschillende departementen.

Departement Brabant (1807–1810)Bewerken

  Zie Departement Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Departement Brabant was een gebiedsdeel van het koninkrijk Holland. Bij de indeling van het land werd het grondgebied van het departement Brabant uitgebreid met de gebieden Land van Heusden, Willemstad, Klundert, Geertruidenberg, Made, Zevenbergen, Hooge Zwaluwe, Lage Zwaluwe, Woensdrecht, Dieden en Oijen.

Monden van de Rijn en Twee Neten (1810-1814)Bewerken

Het departementen Monden van de Rijn en Twee Neten waren Franse departementen ten tijde van het Eerste Franse Keizerrijk. Deze departementen omvatten delen van het huidige Noord-Brabant.

Noord-Brabant (sinds 1815)Bewerken

Na de val van Napoleon in 1815 werd op het Congres van Wenen bepaald dat de Oostenrijkse Nederlanden en de voormalige Bataafse Republiek samengevoegd zouden worden tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Heel het gebied van het oude hertogdom Brabant werd nu weer in één staat verenigd. Het werd verdeeld in drie provinciën: Noord-Brabant, Antwerpen en Zuid-Brabant (met Brussel en Leuven). Noord-Brabant werd bij die gelegenheid uitgebreid met enkele stukken van Holland (de gebieden ten zuiden van het Hollandsch Diep en de Merwede) en de voormalige heerlijkheden Megen, Boxmeer, Gemert en Ravenstein. De eerste industrie in Noord-Brabant kwam op in 1820.

Belgische Revolutie (1830-1839)Bewerken

Tijdens de Belgische Opstand in 1830 bestond onder de overwegend katholieke bevolking van Noord-Brabant wel enige sympathie voor de Belgische zaak, maar uitingen daarvan konden door de Nederlandse autoriteiten zonder veel moeite worden onderdrukt. Nederland erkende de Belgische onafhankelijkheid in 1839, bij het Verdrag van Londen. In het verdrag van Maastricht (1843) werd de grens tussen België en Nederland bepaald.

Tweede industrialisatiegolf in Brabant (vanaf 1860)Bewerken

Vanaf het einde van de 19e eeuw werd de provincie meer en meer geïndustrialiseerd.[4] Grote groei werd mogelijk, doordat het invoerverbod van Brabant naar Holland werd opgeheven.[5] Textiel werd geproduceerd in Tilburg en Helmond, die uitgroeiden tot grote textielsteden. De Langstraat die zich vanaf de 16e eeuw al bezig hield met leerlooien en schoenen maken, beleefde hoogtijdagen en nam 75 procent van de Nederlandse schoen- en lederproductie op zich.[6]De Meijerij stond bekend om de productie van klompen.[7] In Eindhoven en omgeving werden veel sigaren gerold. [8] Eind 19e eeuw vestigde Philips er een gloeilampenfabriek, waardoor in de stad en omgeving veel werkgelegenheid werd gecreëerd.

Wereldoorlog en industrialisatie (20e eeuw)Bewerken

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Nederland, en daarmee Noord-Brabant bezet. Diverse locaties in de provincie zijn te bezoeken, waar het verhaal van de oorlog wordt verteld. Het Nationaal Oorlogsmuseum Overloon, het Nationaal Monument Kamp Vught en Museum Bevrijdende Vleugels in Best zijn musea die gericht zijn op de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog zorgde toenemende concurrentie uit het buitenland voor een koersverandering. Oude industrieën op het gebied van leer, textiel en hout verdwenen en de getroffen regio's richtten zich op toerisme en recreatie. Zo ontstonden 1952 de Efteling en in 1989 het Land van Ooit. De inmiddels zesde stad van Nederland, Tilburg, trok na het verdwijnen van de textielproductie moderne nijverheidsactiviteiten aan. Modernere industriele activiteiten deden het wel goed. Eindhoven groeide tot de vijfde stad van Nederland, mede door de aantrekkingskracht van zijn innovatieve bedrijven. Het Philips-concern ontwikkelde zich van gloeilampenfabriek tot multinational en wereldspeler op het gebied van de elektronica. Ook DAF dat in 1932 was opgericht, breidde sterk uit. Hightechbedrijven zoals ASML en NXP en ICT-bedrijf Atos Origin zijn mede ontstaan door het succes van Philips.

GeografieBewerken

LiggingBewerken

Noord-Brabant grenst in het noorden aan de Nederlandse provincies Zuid-Holland en Gelderland, in het westen aan Zeeland, in het oosten aan Limburg, en in het zuiden aan de Belgische provincies Antwerpen en Limburg. Behalve Gelderland en Overijssel heeft geen andere Nederlandse provincie zoveel 'buren'. Qua landoppervlak is Noord-Brabant is een grote provincie, na Gelderland de grootste van Nederland.

Noord-Brabant heeft dankzij zijn ligging een belangrijke logistieke doorgangsfunctie verworven, zowel naar het zuiden (België) als naar het oosten (Duitsland). West-Brabant (2018) en de regio Tilburg-Waalwijk (2019) zijn benoemd tot logistieke hotspots van Nederland. Ook de regio's Oss-Veghel-‘s-Hertogenbosch (plaats 7) en Eindhoven-Helmond (plaats 8) vallen onder de top 10 logistieke regio's van Nederland. Niet alleen het vrachtverkeer over de weg, maar ook de binnenvaart profiteert hiervan. [9]

Fysieke kenmerkenBewerken

 
Het deel van Nederland dat boven zeeniveau is gelegen

BodemBewerken

Anders dan de kustprovincies van Nederland, bestaat Noord-Brabant voornamelijk uit zandgrond. Alleen het riviergebied aan de noord- en de westgrens heeft kleigrond. Net als in de oostelijke provincies het geval is, ligt het grootste deel van Noord-Brabant boven zeeniveau.

InfrastructuurBewerken

Er stromen drie grote rivieren door Noord-Brabant, de Waal, de Merwede en de Maas, en een groot aantal kleinere rivieren en beken. Deze rivieren bieden voor de steden uit de omgeving kansen tot welvaart, maar brengen ook overstromingsrisico's met zich mee. In Willemstad en Heijningen zijn de sporen van de Watersnoodramp 1953 na een halve eeuw nog zichtbaar.

De provincie heeft twee grote kanalen, De Zuid-Willemsvaart die een noord-zuid richting heeft en het Wilhelminakanaal met een oost-west oriëntatie. Langs de oostgrens loopt het Schelde-Rijnkanaal dat Antwerpen verbindt met Rotterdam. Noord-Brabant kent nog een groot aantal kleinere kanalen die een verbinding vormen met een van de grotere kanalen zoals het Beatrixkanaal en het Máximakanaal, of dienen als afwateringskanaal.

Noord-Brabant is door twaalf rijkswegen verbonden met verschillende delen van het land. De drukst bereden wegen zijn de A2, de A27, de A50, de A58, de A59 en de A67. Daarnaast bestaan er tientallen provinciale wegen, waarvan er enkele met een grote verkeersstroom, zoals de N69 van Eindhoven naar de Belgische grens bij Lommel.

In de provincie zijn zeven vliegvelden gelegen. Daarvan zijn er drie die uitsluitend een militaire bestemming hebben. Eindhoven Airport wordt zowel voor militaire als voor burgerluchtvaart gebruikt; het is de grootste regionale luchthaven van Nederland. De twee andere vliegvelden hebben een geringe verkeersomvang.

VerstedelijkingBewerken

Noord-Brabant heeft een bovengemiddelde bevolkingsdichtheid van meer dan 500 inwoners per km² en is erg verstedelijkt. Het gebied vanaf Bergen op Zoom tot en met Helmond vormt een vrijwel aaneengesloten verstedelijkte landstreek die de Brabantse Stedenrij wordt genoemd.

NatuurgebiedenBewerken

Noord-Brabant is de provincie met de meeste nationale parken van Nederland. De vier parken bevinden zich verspreid over de provincie: Loonse en Drunense Duinen, De Biesbosch, De Groote Peel en Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide.

Naast de nationale parken worden er in de provincie 21 gebieden beheerd als Natura 2000 biotoop. Enkele daarvan zijn het vennengebied Kampina bij Oisterwijk, natuurgebied Huis ter Heide bij Loon op Zand en Natuurgebied De Langstraat in de Langstraat. Ook het gebied ten zuiden van Eindhoven genaamd de Kempen kent enkele natuurgebieden, bijvoorbeeld de Groote Heide (333 ha) en de Strabrechtse Heide (1500 ha). Op de Strabrechtse Heide bevindt zich het grootste ven van Nederland: het Beuven van 85 hectare.

De grens met BelgiëBewerken

Noord-Brabant heeft een meanderende grens met België. Noord-Brabant en een groot deel van België vormden ooit één hertogdom dat aan het eind van de Tachtigjarige Oorlog ruwweg opgesplitst werd langs de frontlijn van dat moment. Daardoor loopt de grens soms dwars door dorpen heen. Voorbeelden van deze grensdorpen zijn Putte en Baarle.

Regio'sBewerken

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen bestuurlijke regio's en cultuurhistorische regio's.

Bestuurlijke regio'sBewerken

De vijf grootste steden van Brabant, Eindhoven, Tilburg, Breda, 's-Hertogenbosch en Helmond vormen samen met de provincie het samenwerkingsverband Brabantstad. Dit samenwerkingsverband heeft de ambitie om een metropoolregio te vormen. [10] Eindhoven kent al daadwerkelijk een metropoolgebied, genaamd Metropoolregio Eindhoven. Het samenwerkingsverband met 21 omliggende gemeenten wordt aangeduid als Brainport. Het gebied is sinds 2016 een van de drie economische kerngebieden in Nederland.[11]

In de Regio West-Brabant werken 17 gemeenten samen: Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tholen, Woensdrecht en Zundert.

Regio Hart van Brabant is het samenwerkingsverband van 9 gemeenten in Midden-Brabant: Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk.

Cultuurhistorische regio'sBewerken

 
Noord-Brabant regio's

De cultuurhistorische regio's die in Noord-Brabant worden onderscheiden zijn:

Belangrijke stedenBewerken

 
Designstad Eindhoven
 
Bolwoningen in 's-Hertogenbosch
 
Het Evoluon in Eindhoven
 
La Trappe Brouwerij 'De Koningshoeve' in Berkel Enschot

De in inwonertal omvangrijkste gemeenten zijn:

Is de grootste stad van Noord-Brabant en tevens de 5e gemeente van Nederland. Met de aanwezigheid van Eindhoven Airport, de 2e luchthaven van Nederland, draagt de stad bij aan een toerismestroom in Noord-Brabant. Door tech-gigant Philips en het festival Glow staat de bekend als de lichtstad van Nederland. Daarnaast profileert de stad zich als Designstad door de vele moderne architectuur. Eindhoven is mede door de mobiliteit van de luchthaven ook internationaler (aandeel allochtonen: 36%) dan de rest van de provincie. De regio staat bekend om haar industrie en innovatieve bedrijven, naast Philips zorgen ook DAF, ASML (Veldhoven), en Bavaria, (Lieshout) voor veel werkgelegenheid. [13]

 
AaBe fabriek in Tilburg, omgebouwd tot woonboulevard

Is de 2e stad van Noord-Brabant en sinds een fusie van Groningen (stad) met omliggende gemeenten, de 7e gemeente van Nederland.

De Aabe-fabriek, Musea en vele monumenten herinneren eenieder nog aan het rijke textielindustrieverleden. De stad is nog altijd een industriestad, maar heeft ook bewust ingezet op het faciliteren van nieuwe logistieke bedrijvigheid. [15]

 
Willem 3, één van de vele Nassaumonumenten in Breda

De stad valt nog net in de top 10 van grootste gemeenten van Nederland, op de 9e plaats. Breda kent een langere geschiedenis van de andere 2 grote Noord-Brabantse steden. Het staat mede bekend om haar historisch centrum en haar band met het Huis Nassau. [17] De vele Nassau Monumenten en het evenement Nassaudag herinnert men aan dit verleden. Betreffende economie heeft de stad een brede aanbod van sectoren. De stad speelt een leidende rol speelt in sectoren logistiek, biobased economy, agrofood en maintenance. [18]

 
Sint Jan 's-Hertogenbosch

De hoofdstad van Noord-Brabant is qua inwonersaantal de 4e stad van Noord-Brabant. 's-Hertogenbosch staat bekend om haar gastronomie, waardoor de stad 4 jaar achter elkaar de prijs won voor meest gastvrije stad.

In het museumkwartier zijn enkele toonaangevende musea te bezoeken, zoals het Design Museum Den Bosch en het Noordbrabants Museum. De Bossche schilder 'Jheronimus Bosch' is een icoon voor de stad. In 2016 ontving de stad nog 1,4 miljoen bezoekers die speciaal voor de werken van de schilder naar de stad kwamen. Naast de musea weet de stad jaarlijks vele toeristen te trekken met trekpleisters zoals de Sint-Janskathedraal, het historisch centrum , rondvaarten en evenementen.

De stad is een voormalige garnizoensstad waar tevens het bisdom 's-Hertogenbosch zetelt. De bekendste bedrijven die geworteld zijn in 's-Hertogenbosch zijn van Lanschot bankiers en vastgoedbedrijf Heijmans.

De stad telt ruim 90.500 inwoners en is de laatste in de rij van de 5 grootste steden van Brabant. Deze stedenrij vormt het samenwerkingsverband BrabantStad. De stad vorm samen met Eindhoven en Veldhoven de kern van regio Brainport. De nadruk in de stad ligt op techniek en innovatie. Met name productiebedrijven van voertuigonderdelen zoals Fokker Landing Gear en Nedschroef genieten nationale faam. Maar met name de zonne-energieauto's van Lightyear is in de Nederlandse media erg actief. [19]

Na deze grote vijf komt een vijftal gemeenten met een inwonertal van 50.000 tot 100.000, in aflopende volgorde: Oss, Meierijstad, Roosendaal, Bergen op Zoom en Oosterhout. Al deze plaatsen zijn toonaangevend geweest in de ontwikkeling van de Nederlandse industrie en bevinden zich tevens in de "Brabantse Stedenrij", een combinatie van de Brabantse steden tezamen met randgemeenten. Tezamen tellen de genoemde tien grootste gemeenten daarin al 1,2 miljoen inwoners. In het gebied liggen nog vele kleinere plaatsen zoals, in aflopende volgorde: Veldhoven, Etten-Leur, Uden, Waalwijk, Geldrop, Boxtel, Vught, Dongen, Goirle, Best en Oisterwijk. Meer op het platteland liggen diverse plaatsen van meer dan 10.000 inwoners, zoals Deurne, Cuijk, Eersel en Steenbergen.

Bestuurlijke indelingBewerken

Noord-Brabant is sinds 2019 verdeeld in 62 gemeenten, waarmee het de gemeenterijkste provincie van Nederland is. In het verleden was het aantal gemeenten veel groter, maar met de gemeentelijke herindeling in de jaren negentig is dat aantal drastisch teruggebracht. De huidige gemeenten zijn:


 
Provincie Noord-Brabant, gemeenten (2016)

CultuurBewerken

Brabantse immateriële cultuur erkend door UNESCOBewerken

Noord-Brabant kent diverse tradities die specifiek zijn voor Noord-Brabant. Deze gebruiken zijn opgenomen in de lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de Unesco:[20]

MuseaBewerken

 
Markiezenhof, Bergen op Zoom

Noord-Brabant kent een divers aanbod aan musea die zich richten op kunst, cultuur, religie en natuur.

Er zijn vele musea vooral in de grotere plaatsen zoals onder andere het van Abbemuseum in Eindhoven, het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch, het Stedelijk Museum Breda in Breda en in Tilburg Natuurmuseum Brabant en De Pont museum.

Ook beschikken enkele steden over een groot theater zoals het Chassé Theater in Breda en Parktheater Eindhoven. Tilburg en 's-Hertogenbosch hebben meerdere theaters met kleinere zalen. Tilburg heeft o.a. Theaters Tilburg en Theater De Nieuwe Vorst. In 's-Hertogenbosch zijn o.a. Theater aan de Parade en de Verkadefabriek populair. In middelgrote steden en dorpen zijn ook vaak kleinere theaters (tot 700 zitplaatsen) te vinden.

Grote, gerenommeerde poppodia als 013 in Tilburg, dat beschikt over de grootste zaal van poppodia in Nederland, en de Effenaar in Eindhoven bieden concerten aan van grote artiesten. Sinds 2019 heeft ook 's-Hertogenbosch een eigen evenementenzaal, genaamd Mainstage. Dit podium is onderdeel van evenementenaccommodatie Brabanthallen, maar richt zich specifiek op grootschalige live entertainment- en muziekshows.

Kleinere podia zoals Mezz, w2 Concertzaal, Gebouw T, Groene Engel en Concertzaal Tilburg bieden concerten aan van opkomende artiesten of grotere namen in intieme setting. Ook de middelgrote steden en dorpen hebben vaak podia (tot 700 staanplaatsen) tot hun beschikking. Kleinere steden en dorpen kunnen echter minder snel op subsidie rekenen, waardoor ze veelal afhankelijk zijn van vrijwilligers. 1rightarrow blue.svg Zie Lijst van musea in Noord-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

 
De Kubuswoningen in Helmond
 
Vincent Van Goghhuis in Zundert

TaalBewerken

  Zie Brabants voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Brabants is, samen met het Hollands, de belangrijkste pijler geweest in het ontstaan van het Standaardnederlands in de 16e en 17e eeuw. Hierbij heeft het Brabants voornamelijk de spelling, en het Hollands vooral de uitspraak beïnvloed. Gedurende de Gouden Eeuw verloor het Brabants aan gewicht door de politieke ontwikkelingen. Thans vormt het Brabantse dialect in zijn vele regionale varianten, of tenminste de tongval, een typisch onderdeel van de identiteit van de Brabander. De Brabantse dialecten zijn niet erkend noch genieten zij enige bescherming.

Het Noord-Brabants accent heeft veel overeenkomsten met het Belgisch-Nederlands; dit omdat het Brabants, als meest talrijke dialectgroep in Vlaanderen, daar ook de gesproken taal is blijven beïnvloeden. Het Brabants accent is voor de meeste Nederlandstaligen redelijk te volgen; voor het Brabants dialect echter, zeker zoals dit gesproken wordt in het uiterste westen en oosten van de provincie, is dit meestal niet het geval.

Het Brabants Dagblad, het Eindhovens Dagblad en BN/DeStem hielden in het voorjaar van 2005 een gezamenlijke verkiezing van "Brabants mooiste woord", om het dialect extra aandacht te geven. Zesduizend lezers stuurden hun persoonlijke voorkeuren in. Een jury bestaande uit de taal- en dialectdeskundigen Wim Daniëls, Jos Swanenberg en Hans Heestermans beoordeelde de inzendingen en benoemde de afscheidsgroet "Houdoe" tot winnaar. De jury stelde het volgende "rèèjke" (lijst) van de 10 meest gewaardeerde Oost-Brabantse woorden op:

Brabants Vertaling Klassering
Aanrijden Vertrekken  
Affeseren Haast maken, opschieten  
Bedinnen Relaxen, even niet zeuren  
Durske Deerne, meisje derde plaats
Golliepaop Scheldwoord; "gollie paop" = "Gallische Paus", naar de Franse pausen uit de 14e eeuw.  
Grieselen Harken  
Houdoe Afscheidsgroet; "houd oe" = "houd je (goed)" eerste plaats
Meepesant En passant, tegelijkertijd tweede plaats
Petazzie Stamp (stamppot)  
Schottelslet Vaatdoekje  
Tesnuzzik Zakdoek  
Zibbedeeske Een verlegen, beetje zeurderig, beetje sullig oud vrouwtje  

West-Brabanders kennen van deze lijst vaak alleen het woord "Houdoe", hoewel in het Noordwest-Brabants de "h" wordt weggelaten. De andere woorden komen uit Oost-Brabant.

Niet in de gehele provincie wordt Brabants gesproken. In de zogenaamde Westhoek, ofwel het grootste deel van de gemeente Moerdijk, spreekt men Westhoeks, een in essentie Hollands dialect (met Brabantse trekken). In het Land van Cuijk, het noordoosten van de provincie, spreekt men een variant van het Kleverlands (net als in aangrenzende delen van Gelderland en Limburg). In de gemeente Cranendonck spreekt men een dialect dat verwant is aan het West-Limburgs. Er zijn verschillende gebieden aan de andere kant van de provinciegrens, die, doordat ze op een grote Brabantse stad zijn gericht, dialecten kennen met zekere overeenkomsten met het Brabants, zo onder andere: de Bommelerwaard.

Tradities en gebruikenBewerken

 
Carnavalswagen

Feesten en optochten in BrabantBewerken

Carnaval is een belangrijk feest in Noord-Brabant. Tal van carnavalsverenigingen zijn actief, onder meer met het vervaardigen van vaak fraai uitgevoerde wagens voor de carnavalsoptocht. Een Skoon Vrouwkesavond en een Boerenbruiloft in traditionele kostuums (zoals de poffer) maken vaak deel uit van de carnavalsviering, die op 11 november al aanvangt met de prinsverkiezing.

Een carnavalsmis, tonproaters en Aswoensdag, zijn eveneens onderdeel van de festiviteiten. Hoewel het carnaval teruggaat tot oeroude gebruiken, is er geen continuïteit in te vinden, want zowel de reformatorische autoriteiten als later de katholieke geestelijkheid bestreden dit gebruik.

De huidige carnavalsvieringen gaan terug tot de jaren dertig. Ieder dorp of stad heeft tijdens carnaval een carnavalsnaam, waarvan "Oeteldonk" voor 's-Hertogenbosch wel de bekendste is. Veelal hebben de Carnavalnamen een cultuurhistorische betekenis voor het dorp of stad. Een voorbeeld hiervan is het dorp Kaatsheuvel, wat de Carnavalsnaam Turfstekerslaand krijgt doordat er veel turf gewonnen werd in de streek.

Carnaval wordt gezien als regionaal feest, maar trekt ook veel mensen vanuit andere streken van Nederland. In Noord-Brabant wordt het typisch Brabantse kruidenlikeurtje Schrobbelèr veel gedronken tijdens carnaval. Voor lucratieve motieven wil men plaatselijke producten aan carnaval verbinden. Een bekende voorbeeld hiervan is de Bavariareclame, waar onder de slogan #Carnavalvrij op ludieke wijze aandacht wordt gevraagd voor het feest.

De verkoop van worstenbrood kent ook pieken gedurende Carnaval [21], en wordt dus gerekend als typische carnavalssnack.

Het verenigingsleven is in veel plaatsen en dorpen van belang. Oorspronkelijk vaak geïnitieerd door de rooms-katholieke kerk en ook wel door bedrijven of ontstaan vanuit lokale initiatieven, kent men onder meer veel muziekgezelschappen, majorettekorpsen, toneelverenigingen en dergelijke. Daarnaast is in vrijwel iedere plaats een heemkundekring actief.

Driekoningen is een lichtjesfeest dat vooral in Midden-Brabant nog gevierd wordt. Ieder jaar op 6 januari gaan kinderen in kleine groepjes langs de deuren om driekoningenliedjes te zingen. In ruil daarvoor hopen ze wat snoep of geld te krijgen.[22] Hoewel processies niet veel meer worden gehouden zijn er tal van bedevaartsoorden die worden bezocht, zoals dat van Handel. Veel wegkapelletjes zijn of worden weer heropgericht, ook in de 21e eeuw, vaak op initiatief van de gilden. De kapelletjes worden veelal door de buurt onderhouden en soms druk bezocht door troost zoekende mensen. Een openluchtmis, vaak in aanwezigheid van het plaatselijke gilde in vol ornaat, vindt soms jaarlijks bij een buurtkapel plaats.

 
Bloemencorso Zundert 2014

Tal van optochten vinden plaats in de provincie, waarvan de wereldberoemde bloemencorso's te Zundert en Valkenswaard kunnen worden genoemd als hoogtepunten. De optochten zijn onderdeel van het Unesco immaterieel erfgoed van Nederland. Het bloemencorso in Zundert is tevens het grootste bloemencorso ter wereld. Ook de cultuur-historische optocht in het kader van de Brabantsedag te Heeze vormt een jaarlijks spektakel. De Carnavalsoptochten met praalwagens worden in ieder dorp en iedere stad georganiseerd. In Bergen op Zoom worden met enige regelmaat Internationale Reuzenstoeten georganiseerd.

 
Valkeniersverleden nog zichtbaar in Raveleijn

Ons-kent-Ons mentaliteitBewerken

Het achterom binnenkomen is een typisch Brabants iets, Vooral in dorpen is het gewoon als men niet via de voordeur maar via de achterdeur binnen komt. Het landelijk gebied heeft een hogere sociale controle. Er is sprake van een "ons-kent-ons-mentaliteit", omdat mensen in kleinere streken al sneller op elkaar zijn aangewezen.

Dat de achterpoort en achterdeur open staat voor eenieder, is in het verstedelijkt gebied wel minder gewoon.

Schuttersgilden en ValkeniersBewerken

De schuttersgilden, getooid in fraaie kostuums, maken deel uit van een traditie die soms terugvoert tot de middeleeuwen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog bloeiden deze gilden op, en ook tegenwoordig bezit ieder dorp er wel een of meer. Noord-Brabant staat ook bekend om zijn valkeniers. Van oudsher verzorgden en verkochten Brabanders valken voor de jacht. In Noord-Brabant staan Valkenswaard, Leende en Leenderstrijp bekend om hun Valkeniers. De valken worden ook veel gebruikt in vogelshows, waaronder in Beekse Bergen in Hilvarenbeek en Ravelijn in Kaatsheuvel.

 
Valk met Kap

Ook Dierenpark De Oliemeulen in Tilburg en Falconcrest in Eindhoven laten bezoekers kennismaken met de Brabantse valkerij.

Bourgondische levenswijzeBewerken

De Bourgondische levenswijze, veelvuldig onder de aandacht gebracht door Brabantia Nostra en, na de Tweede Wereldoorlog, door de toeristenindustrie, voert terug tot de bloeiperiode die Brabant heeft gekend omstreeks het einde van de 15e eeuw. Uiteraard spelen de Brabantse koffietafel en lokale lekkernijen als de Bossche bol en het Brabants worstenbroodje daarbij een rol. Toch hebben vele Brabanders gedurende de periode dat Brabant een generalisatieland was van de republiek, armoede gekend.

VolksliedBewerken

  Zie Brabants volkslied voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De provincie Noord-Brabant kent als enige provincie in Nederland geen eigen volkslied. Meerdere initiatieven tot stemming daarover zijn genomen, maar telkens zonder besluit. Bij Koninginnedag 2007 in 's-Hertogenbosch werd het lied Brabant van Guus Meeuwis aangekondigd als het Brabants volkslied. Dit had evenmin een 'officieel' karakter, al was het bijvoorbeeld omdat er in die gezongen versie verwijzingen waren naar gebouwen in 's-Hertogenbosch zoals De Moriaan. In het najaar van 2006 vond een enquête over dit onderwerp plaats door bureau Intomart, onder een representatieve groep Brabanders. Daaruit kwam naar voren dat een ruime meerderheid van de Brabanders geen behoefte heeft aan een Brabants volkslied.[bron?]

Gedeputeerde Staten hebben op basis hiervan, in overleg met Provinciale Staten, besloten dat zij geen verdere stappen op dit terrein meer zullen ondernemen.

ReligieBewerken

 
Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch

Vanaf ongeveer 1900 en vooral na de Eerste Wereldoorlog verzuilde Noord-Brabant sterk (evenals de rest van Nederland). Bijna het gehele openbare leven zoals scholing, gezondheidszorg en vrijetijdsbesteding werd door de katholieke verenigingen, vakbonden, etc. beheerst. Dit wordt ook wel het Rijke Roomse Leven genoemd.

Anno 2014 is iets minder dan de helft (49,6%) van de Brabanders katholiek, er is een kleine minderheid 5 % protestanten , 4 % moslims en 40% heeft geen of een overig gezindte.[1]

Overigens heeft Noord-Brabant na Limburg de meeste katholieken van Nederland. [23] Door de terugloop aan kerkbezoek, wordt er andere invulling gezocht voor diverse kerkgebouwen. Diverse kerken zijn omgebouwd tot woningen, waaronder Kerkwoningen in Waalwijk.

Het Land van Heusden en Altena en de dorpen Sprang-Capelle en 's Gravenmoer zijn grotendeels protestants en vormen hiermee een uitzondering op de rest van de provincie.[24]

KunstschildersBewerken

 
Vincent van Gogh Zelf Portret

Gewoonlijk worden er twee groepen schilders onderscheiden, 'Hollandse Meesters' en 'Vlaamse Meesters'. Schilders uit het huidige Noord-Brabant worden ingedeeld in één van deze twee groepen. Toonaangevende schilders in de Brabantse Gouden Eeuw (rond 1500) waren Jheronimus Bosch, Pieter Brueghel de Oude en Petrus Christus. Gedurende de 16e eeuw waren Willem Key en Jan Soens de bekendste kunstschilders, al waren ze voornamelijk actief in het buitenland.

In de 17e eeuw, beleefde Holland zijn Gouden eeuw, maar werd er tegelijkertijd oorlog gevoerd in het zuiden van Nederland. Daarom was dit een minder vruchtbare periode voor de schilderkunst uit het zuiden van Nederland. Toch zijn de schilders Abraham van Diepenbeeck en Theodoor van Thulden wel bekend geworden.

In de 18e eeuw groeiden verschillende kunstschilders op in Tilburg, die zich met name specialiseerden in stillevens, zoals Adriaan de Lelie, Gérard van Spaendonck, Cornelis van Spaendonck, Josephus Augustus Knip en Henriëtta Geertrui Knip. David Kleyne uit Bergen op Zoom die zich toelegde tot het tekenen van schepen, kende succes.

In de 19e eeuw verkreeg Petrus van Schendel status met zijn kaarslichtscènes, terwijl tijdgenoot Jan Kruysen zich meer toelegde in religieuze onderwerpen.

In de 20e eeuw wist Jan Sluijters de aandacht te trekken, met naaktschilderingen, experimenteel kleurgebruik en figuratieve kunst.

De bekendste schilder van Noord-Brabantse bodem is Vincent van Gogh. Verschillende Nederlandse musea zijn specifiek gericht op deze schilder, waaronder het Van Gogh Museum in Amsterdam, het Van Gogh Huis in Zundert en het Vincentre in Nuenen. Ook zijn er diverse gebouwen en kunst in de openbare ruimte in Noord-Brabant aangewezen als Van Gogh Monumenten. [25]

Ook wordt er gewerkt aan een waar Van Gogh Nationaal Park, beter bekend als Van Gogh NP. Dit Nationaal Park zal in 2020 verwezenlijkt worden.

EvenementenBewerken

  Zie Lijst met Noord-Brabantse evenementen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In vele (grote) plaatsen worden evenementen gehouden. Ook zijn er in de kleinere plaatsen en dorpen vaak jaarmarkten, braderieën, muziek- en sportevenementen of andere jaarlijks terugkerende evenementen. Iconisch voor de provincie is het Carnaval, wat in alle steden en dorpen van de provincie gevierd wordt.

SportBewerken

VoetbalBewerken

Noord-Brabant is de thuisbasis van acht betaaldvoetbalclub. Dat is het grootste aantal van een enkele provincie in Nederland.[26] Drie clubs spelen in de Eredivisie, te weten PSV, Willem II en RKC Waalwijk. NAC Breda, FC Den Bosch, Top Oss, FC Eindhoven, Helmond Sport en Jong PSV spelen in de Eerste divisie.

Naast deze ploegen hebben ook andere clubs betaald voetbal gespeeld. Als laatste verdween RBC Roosendaal, na een faillissement in 2011. RBC heeft later een doorstart gemaakt en speelt sindsdien op amateurniveau.

In de Tweede divisie spelen twee Brabantse clubs: VV UNA en Kozakken Boys. In de zondagafdeling van Derde divisie spelen vijf Brabantse ploegen: Jong FC Den Bosch, UDI '19, JVC Cuijk, OJC Rosmalen en VV Dongen.

VechtsportBewerken

Noord-Brabant kent enkele Europese- en wereldkampioenen in de vechtsport. Bekende voorbeelden zijn Angelique Seriese, Anita Staps, Irene de Kok, Jan Snijders, Peter Aerts, Peter Snijders en Rico Verhoeven.

SchaatsenBewerken

Ireen Wüst, Gianni Romme zijn bekende schaatsers uit Noord Brabant.

WielrennenBewerken

Verschillende bekende wielrenners komen uit Brabant, onder wie Wim van Est, Wout Wagtmans, Rini Wagtmans, Adrie van der Poel, Bram Schmitz, Jean-Paul van Poppel, Jeroen Blijlevens, Johan van der Velde, Lars Boom en Stef Clement.

ZwemsportBewerken

Verreweg de bekendste Nederlandse zwemmer is Pieter van den Hoogenband.

ToerismeBewerken

Diverse dagattracties in Noord-Brabant scoren nationaal hoog. De Efteling in Kaatsheuvel is al jaren de grootste dagattractie van Nederland. In de nationale top 50 staan ook Safaripark Beekse Bergen in Hilvarenbeek en het sportcentrum Sportiom in 's-Hertogenbosch.[27]</ref> De nationale parken trekken eveneens veel toeristen naar de provincie. Uit onderzoek van NBTC-NIPO blijkt dat drie nationale parken uit de provincie in de top 10 staan. Op jaarbasis bezoeken ongeveer 1.209.000 mensen de Loonse en Drunense Duinen. Het is het meest bezochte natuurgebied van Noord-Brabant en eindigt nationaal gezien op de tweede plek, op de voet gevolgd door Nationaal Park De Biesbosch met een bezoekersaantal van 1.141.000. In het onderzoek eindigt De Biesbosch landelijk op de derde plaats. De laatste in de landelijke top 10 is nationaal park de Groote Peel, dat per jaar ongeveer 270.000 bezoekers trekt.[28]

NatuurBewerken

Evenals het grootste deel van Nederland is Noord-Brabant relatief vlak en bestaand uit dekzandgebieden, doorsneden door beekdalen. In het noorden vinden we de rivierkleigebieden en in het noordwesten vinden we restanten van het vroegere Hollandveen. De grote hoeveelheden woeste gronden (heidevelden en stuifzanden) uit het verleden zijn grotendeels in cultuur gebracht, bijvoorbeeld door bebossing.

Het natuurgebied Huis ter Heide (Loon op Zand) is gelegen tussen de plaatsen De Moer en Loon op Zand. Het landgoed bestaat voornamelijk uit vennen en bos. Schotse hooglanders worden ingezet om de begroeiing gevarieerd te houden. Nabijgelegen ligt natuurgebied Het Loonsche Land dat geroemd is om zijn grote rode beuk. De rode beuk is in het bezit van ‘De Efteling’. In samenwerkingsverband gaan Natuurmonumenten en De Efteling het gebied opnieuw inrichten.

 
De Brabantse Kempen (Reusel kijkend naar Veldhoven)

Enkele stuifzand- en heidegebieden zijn bewaard gebleven, zoals in het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen, de Strabrechtse Heide en de Kampina. In het oosten van de provincie bevinden zich enkele hoogveenrestanten in de verschillende reservaten van de Peel. Verder zijn er diverse boswachterijen in Noord-Brabant.

In Zuidoost-Brabant ligt de De Kempen, een gebied dat als grenspark De Kempen wordt geduid. Dit gebied is in de zomer vaak een van de warmste plekken in Nederland. De grens van de provincie wordt in het noorden gevormd door de rivier de Maas. De Maas loopt uit in de Maasdelta en vormt daar het Nationaal Park De Biesbosch.

ArchitectuurBewerken

Architectuurstijlen uit BrabantBewerken

Diverse stijlen zijn zichtbaar in het Noord-Brabantse straatbeeld. Architectuur van Brabantse bodem is door heel Nederland te vinden. In zowel België als in Nederland, vindt men de Brabants Gotische stijl, veelal in kerken en stadhuizen. Voorbeelden hiervan in Noord-Brabant zijn de Sint-Janskathedraal, de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk en het stadspaleis Markiezenhof. Na de Tweede Wereldoorlog verzorgde Hans van der Laan de lessen Kerkelijke Architectuur in het Kruithuis in 's-Hertogenbosch. De architectuurstroming "de Bossche School" kwam voort uit deze cursus. Bekende architecten zijn van de Bossche School zijn Jan de Jong en Gerard Wijnen. Een aantal gebouwen in Nederland is in Bossche Schoolstijl gebouwd.

ArchitectuurprijzenBewerken

Verschillende architectuurprijzen zijn toegewezen aan gebouwen in Noord-Brabant.

Gebouwen in Tilburg, Breda en Eindhoven wonnen eerder de BNA Beste Gebouw van het Jaar.

Gedurende de Dutch Design Week in Eindhoven worden de Dutch Design Awards uitgereikt.

Bekende architecten en ontwerpers uit Noord-BrabantBewerken

EconomieBewerken

WerkgelegenheidBewerken

Na 1648 werd het Generaliteitsland Brabant, later Noord-Brabant geheten, een arm wingewest. De meeste inwoners waren actief in de landbouw en langs de rivieren lagen ook enkele vissersdorpen.

In de 19e eeuw hadden Moerdijk, Drimmelen, Lage Zwaluwe, Geertruidenberg en Woudrichem een visafslag. Ook in Bergen op Zoom, Breda, 's-Hertogenbosch, Grave, Heusden, Tilburg, Werkendam en Willemstad waren er visafslagen, al waren daar relatief minder lokale visserijen. [29]

De landbouw was, vanwege de karige grond, weinig productief. Dit leidde ertoe dat veel boeren ook nevenwerkzaamheden moesten verrichten, zoals leerbereiding en weven, vaak in opdracht van fabrikeurs. Later ontwikkelde zich hieruit een belangrijke leder- en schoenenindustrie (o.a. Gilze-Rijen en de Langstraat) alsmede textielindustrie (o.a. Tilburg, Goirle, Helmond, Geldrop, Eindhoven, Schijndel). Ook de sigarenindustrie was erg belangrijk (o.a. Eindhoven, Valkenswaard, Roosendaal). Later ontstonden ook technologisch zeer vooraanstaande bedrijven, te beginnen met de komst van Philips naar Eindhoven in 1891.

De landbouw kreeg een impuls door de oprichting van landbouwcoöperaties, met name de NCB (1896). Met de commerciële productie van margarine in 1871 had de Noord-Brabantse stad Oss de wereldprimeur; de stad stond mede aan de wieg van het Unilever-concern. Naarmate de werkgelegenheid in de landbouw verminderde werd de voedingsmiddelenverwerkende industrie steeds belangrijker en met name Veghel werd een belangrijk centrum hiervan, na het vestigen van o.a. de CHV (1915), DMV (1926), Sligro (1935) en Mars (1963). Op de kleigebieden in West-Brabant ontstond een belangrijke suikerbietenteelt en in de zandstreek was er het gemengd bedrijf. Na 1970 groeide de intensieve veehouderij, met name de varkens- en pluimveehouderij op basis van via Rotterdam geïmporteerde veevoederingrediënten (het "gat van Rotterdam"). Hiermee werd Noord-Brabant, en met name de Peel, één der gebieden met de grootste varkens- en pluimveedichtheid ter wereld. Dit alles heeft, naast ernstige milieuproblemen op het gebied van vermesting en ammoniakuitstoot, ook werkgelegenheid gebracht in de vorm van vele toeleveringsbedrijven en bedrijven in de dienstverlenende sector.

In de jaren zeventig verdween veel werkgelegenheid in de traditionele industrie. Ook moderne industrietakken als de elektronicaproductie (Philips) verminderden hun personeelsbestand en sloten complete vestigingen. Toch is Noord-Brabant welvarend gebleven, mede door de concentratie aan kwalitatief hoogwaardige industrie en de goede verbindingen. West-Brabant ligt gunstig tussen Antwerpen en Rotterdam, terwijl Oost-Brabant goede verbindingen heeft met zowel Duitsland, de Randstad, als Antwerpen. Drie Noord-Brabantse regio's staan daarmee in de top 5 logistieke hotspots van Nederland.[30] Dat zijn Tilburg-Waalwijk, West Brabant, en Oss-Veghel-Eindhoven.

Een belangrijke economische activiteit is de metaal- en elektronica-industrie die zich onder meer heeft ontwikkeld als spin-off van Philips. Er is een belangrijke cluster van hoogwaardig technologische bedrijven, onder meer gesitueerd op de High Tech Campus Eindhoven. Bedrijven als ASML te Veldhoven leveren geavanceerde machines voor de chipfabricage. Vanderlande te Veghel maakt geautomatiseerde logistieke systemen voor magazijnen en distributiecentra, pakket- en postsorteercentra, en is wereldmarktleider op het gebied van bagageafhandelingssystemen voor luchthavens. Bosch Rexroth te Boxtel is marktleider op het gebied van hydrauliek en een belangrijke speler binnen de aandrijf- en besturingstechniek. De VDL Groep is een van de belangrijkste metaalverwerkende clusters.

Ook het toerisme speelt in Noord-Brabant een rol. Diverse steden en natuurgebieden hebben een goede toeristische infrastructuur en ook attractieparken als De Efteling en de Beekse Bergen trekken veel bezoekers. Door heel de provincie is een fietsroutenetwerk en een wandelroutenetwerk aangelegd.

Bruto Regionaal ProductBewerken

Het bruto regionaal product (in marktprijzen) van Noord-Brabant lag in 2017 op 109.435 miljoen Euro. Dat was 15% van het bruto binnenlands product van Nederland. Daarmee is het — op provinciaal niveau — de derde grootste economie van Nederland, met alleen Zuid-Holland (21%) en Noord-Holland (22%) voor zich.[31]

Het aantal bedrijven in Noord-Brabant is ook bovengemiddeld. De provincie eindigt na de Hollandse provincies op de derde plaats met 219.830 gevestigde bedrijven. De provincie is koploper in de sectoren industrie, en landbouw en visserij. Noord Brabant valt onder de top 3 provincies met gevestigde bedrijven in de vrijwel alle sectoren. Alleen in de sector zorgbedrijven valt Noord-Brabant buiten de top 3.[32]

De hoge positie van Noord-Brabant is mede te danken aan de innovatiekracht in de provincie. Op dat gebied scoort Noord-Brabant het hoogste van alle provincies, met afstand gevolgd door Utrecht en Limburg. Er wordt hierbij gekeken naar het aantal van hoog opgeleiden, kenniswerkers, innovatieve banen en zelfstandigen, en de gemiddelde groei van innovatieve starters.[33]

MediaBewerken

Er zijn enkele regionale kranten zoals het Brabants Dagblad, BN/DeStem, Eindhovens Dagblad en de Gelderlander (in het Land van Cuijk). Onder andere Radio 8FM en Omroep Brabant verzorgen regionale radio en televisie in Noord-Brabant. Verder zijn er diverse lokale kranten.

PolitiekBewerken

  Zie Politiek in Noord-Brabant voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Zetelverdeling 2019-2023
5
2
5
3
5
2
1
1
8
10
9
4
10 
De 55 zetels zijn als volgt verdeeld:

Verkeer en vervoerBewerken

Noord-Brabant kent een netwerk van spoorlijnen en autosnelwegen. Noord-Brabant ligt op de doorvoerroute vanuit de havens van Antwerpen en Rotterdam naar het Ruhrgebied. Er zijn zowel spoorverbindingen als autosnelwegen die van west naar oost gaan. Het steeds verder in gebruik nemen van de Betuweroute kan mogelijk leiden tot een afname van goederentreinen over Brabants grondgebied.[bron?]

AutoverkeerBewerken

Noord-Brabant is door twaalf rijkswegen verbonden met verschillende delen van het land. Te weten de A2, de A4, de A16, A17, de A27, A29, de A50, A58, A59, A/N65, A67 en de A73.

Noord-zuidroutesBewerken

De A2 en A27 verbinden respectievelijk Eindhoven en Breda met Utrecht en verder. De A17, A16 en A4 verbinden respectievelijk Roosendaal, Breda en Bergen op Zoom met Rotterdam en de A50 verbindt Eindhoven met Nijmegen, Arnhem en Zwolle. In het zuiden verbindt de A16 Breda met Antwerpen. De A73 voert van Nijmegen via Cuijk en Boxmeer naar Venlo. De A/N65 verbindt 's-Hertogenbosch met Tilburg.

West-oostroutesBewerken

Tevens voeren er drie belangrijke snelwegen van west naar oost. De A58 die Eindhoven met Tilburg, Breda, Roosendaal, Bergen op Zoom verbindt. De A59 die Oss via 's-Hertogenbosch en Waalwijk verbonden wordt met de A16 bij Knooppunt Zonzeel. De A67 loopt van de Belgische grens bij Hapert via Eindhoven naar Venlo. Ten slotte resteert de Provinciale snelweg A270 van Eindhoven naar Helmond.

Voorts heeft de provincie een groot netwerk van provinciale wegen. Een belangrijke provinciale weg is de N279, die 's-Hertogenbosch via Veghel, Helmond met Asten en Roermond verbindt.[bron?] In verband met de grote verkeersdrukte is de weg al verbreed naar 2×2 rijstroken tussen 's-Hertogenbosch en Veghel. Een andere lange N-weg is de N277, ook wel Middenpeelweg genoemd, die loopt tussen Ravenstein en het Limburgse Kessel.

LuchtverkeerBewerken

 
Eindhoven Airport; het op een na grootste vliegveld van Nederland

Noord-Brabant kent één luchthaven van noemenswaardige grootte. Vanaf Eindhoven Airport vliegen dagelijks vliegtuigen naar steden als Londen, Milaan en Barcelona. Door aanhoudende jaarlijkse groei was Eindhoven Airport in 2016 met 4,7 miljoen passagiers de grootste regionale luchthaven van Nederland.[35]

Naast Eindhoven Airport kent Noord-Brabant een aantal militaire vliegvelden zoals Vliegbasis Volkel, Vliegbasis Gilze-Rijen, Vliegbasis De Peel en Vliegbasis Woensdrecht. Bij Roosendaal ligt Breda International Airport. Net als Kempen Airport bij Budel worden deze vliegvelden gebruikt voor zowel zakelijke vluchten als rondvluchten en het geven van vlieglessen.

ScheepvaartBewerken

De Maas, die ten noorden en ten oosten van Noord-Brabant stroomt, is een belangrijke verkeersader, waaraan enkele havens zijn gelegen zoals de haven van Cuijk en de haven van Oss. De terminal in 's-Hertogenbosch is uitgegroeid tot de grootste containerterminal van de Nederlandse binnenhavens. [36]

Bij 's-Hertogenbosch kan de scheepvaart via de Zuid-Willemsvaart ook de havens van Veghel en Helmond bereiken. De Zuid-Willemsvaart behoort tot het hoofdvaarwegennet, en is onlangs opgewaardeerd waardoor het tot aan Veghel bevaarbaar is voor klasse IV-schepen. In 2014 is daar het Máximakanaal, die het historische centrum van 's-Hertogenbosch ontwijkt, aan toegevoegd.

Een derde belangrijke scheepvaartverbinding is het Wilhelminakanaal dat Geertruidenberg via Dongen en Tilburg met de Zuid-Willemsvaart verbindt. Ook de Merwede als noordelijke grens van de provincie Noord-Brabant is een belangrijke ader voor het scheepvaartverkeer.

SpoorverkeerBewerken

 
Station 's-Hertogenbosch
 
Station Tilburg
 
Station Roosendaal

De geschiedenis van het spoorverkeer in Noord-Brabant begint na 1850. Vanwege de verbindingsmogelijkheid met Antwerpen werd als eerste Brabantse stad Roosendaal aangesloten op het spoornet. Station Roosendaal werd in 1854 geopend, toen de spoorlijn Antwerpen - Lage Zwaluwe in gebruik werd genomen. Later werd Bergen op Zoom aangesloten op Roosendaal en vervolgens werd het gebied in Oost-Brabant in het spoornet opgenomen.

Bij de aanleg van de verschillende spoorlijnen werden de spoorlijnen bereden door de maatschappijen die de spoorlijn hadden aangelegd. Na het ontstaan van de Nederlandse Spoorwegen in 1938 reden in Noord-Brabant enkel passagierstreinen van de Nederlandse Spoorwegen, maar Arriva bedient de Maaslijn langs Cuijk en Boxmeer. De Thalys rijdt door Noord-Brabant zonder er te stoppen. Er is een binnenlandse treindienst naar Amsterdam via de HSL. Het goederenvervoer wordt onder andere verzorgd door DB Cargo (voorheen DB Schenker Rail en Railion) en ACTS. Die tweede gebruikt daarvoor onder meer het laad- en losterrein in Acht bij Eindhoven.

De belangrijkste oost-westverbinding op het spoor is de spoorlijn tussen Station Eindhoven Centraal en Station Breda, waarover onder andere de Intercity naar Station Den Haag Centraal rijdt. Tevens voert een noord-zuidverbinding door het oosten van de provincie, waarover de treinen van Station Venlo naar Station Schiphol en de Intercity's van Station Alkmaar naar Station Maastricht rijden. Vanuit Station Roosendaal is er een treinverbinding via Breda en station Tilburg met Station Nijmegen. Helemaal in het oosten loopt de Maaslijn over Brabants grondgebied. Roosendaal heeft zijn functie als grensstation grotendeels verloren ten gunste van Station Breda.

Een aantal historische spoorlijnen is inmiddels afgebroken of buiten gebruik gesteld. Zo was er de Spoorlijn Lage Zwaluwe - 's-Hertogenbosch, ook wel Halve Zolenlijntje genoemd, omdat deze spoorlijn maar enkelsporig was aangelegd en omdat hij in de Langstraat lag, de streek van de schoenenindustrie. Het "Duits Lijntje" verbond Station Boxtel met Wesel. Een gedeelte van deze spoorlijn ligt er nog, maar vanaf het Emplacement Veghel is de spoorlijn opgebroken. Er zijn weinig concrete plannen om de lijn te heropenen voor personenvervoer. Het "Bels Lijntje", de spoorlijn van Tilburg naar Station Turnhout is ook opgebroken. Het tracé is wel gedeeltelijk in het landschap zichtbaar en op sommige gedeelten zijn fietspaden aangelegd. Het spoor Eindhoven - Neerpelt is eveneens afgebroken.

Sinds december 2007 verbindt een nachttrein diverse stations in Noord-Brabant met de Randstad.

BusvervoerBewerken

 
Voormalig streekbusstation Breda
  Voor een overzicht en geschiedenis van stads- en streekvervoer zie Stads- en streekvervoer in Noord-Brabant

Noord-Brabant is verdeeld in drie grote concessiegebieden. West-Brabant, Oost-Brabant en Zuidoost-Brabant. Daarnaast hebben de steden Bergen op Zoom, Roosendaal, Breda, Tilburg, Eindhoven en 's-Hertogenbosch ook een stadsdienst. De provincie besteedt op basis van de Wet personenvervoer 2000 het busvervoer aan. Hermes verzorgt het openbaar vervoer in Zuidoost-Brabant, inclusief het stadsvervoer in Eindhoven en Helmond. Het overige busvervoer in de provincie is gegund aan Arriva.

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken