Wachten op Godot

toneelstuk van Samuel Beckett

Wachten op Godot is een absurd toneelstuk in twee bedrijven van de Ierse schrijver Samuel Beckett, waarin twee zwervers, Vladimir en Estragon, tevergeefs wachten op een zekere Godot, een persoon die nooit zal komen.[1] Tijdens het wachten voeren ze bizarre conversaties en maken ze kennis met de rijke Pozzo en diens knecht Lucky. Beckett schreef deze tweeakter oorspronkelijk in het Frans (En attendant Godot, 1952) en vertaalde het in 1954 naar het Engels (Waiting for Godot). De première vond plaats op 5 januari 1953 in het Théâtre de Babylone in Parijs. O.a. door de vulgaire humor en het uitblijven van een echte ontknoping werd het stuk aanvankelijk niet al te positief onthaald, maar inmiddels geldt het als een klassieker en wordt het gezien als een van de belangrijkste en meest invloedrijke toneelstukken van de twintigste eeuw.[2][3]

Wachten op Godot
poster voor opvoering van Wachten op Godot, met Lucky en Pozzo op de voorgrond
Schrijver Samuel Beckett
Taal Frans
Eerste opvoeringsdatum 5 januari 1953
Locatie eerste opvoering Théâtre de Babylone, Parijs
Soort Tragikomedie
Aantal aktes twee
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

PlotBewerken

Eerste bedrijfBewerken

Het stuk begint op een onbepaalde plek, met een dun, bladloos boompje als enige herkenningspunt. Estragon probeert zijn knellende schoenen uit te krijgen. Vladimir komt op en begroet Estragon hartelijk, alsof de twee elkaar een tijd niet gezien hebben, al blijkt niet veel later dat ze een dag eerder nog samen waren, op dezelfde plaats, om dezelfde reden: wachten op een zekere Godot, al weten ze niet echt waarom en kunnen ze zich ook niet veel meer herinneren van de vorige dag. Om de tijd te doden praten de twee over van alles en nog wat, maar echt vlot en coherent is het gesprek niet. Op een gegeven moment oppert Estragon zelfs dat ze zich kunnen ophangen, waar Vladimir mee instemt, maar het plan gaat niet door omdat ze niet zeker zijn of de boom het gewicht wel kan dragen.

Een kentering vindt plaats met de intrede van Pozzo en Lucky. Pozzo is een welgestelde, hoogdravende man en Lucky is zijn lijfeigene, die zijn handen vol heeft met koffers en die door Pozzo steevast aan een leiband gehouden wordt. Pozzo besluit halt te houden voor een picknick bij Vladimir en Estragon en de mannen maken kennis. Pozzo legt uit dat hij naar de markt is om Lucky, waar hij niet langer tevreden over is, te verkopen. Niettemin voert Lucky alle bevelen uit van Pozzo, die hem ook voortdurend uitscheldt, wat leidt tot verontwaardiging bij Vladimir en Estragon. Ter vermaak beveelt Pozzo zijn knecht te dansen en, op verzoek van Vladimir, te denken. Hierop volgt een monoloog, en tevens Lucky's enige woorden in het hele stuk, die bestaat uit allerlei premissen en referenties aan een aantal fictieve academische auteurs, maar het geheel houdt geen steek en draait nergens op uit. Een gekwelde Pozzo laat Lucky's hoed afnemen, waardoor hij stilvalt, en gooit deze weg. Pozzo besluit verder te reizen en neemt afscheid van Vladimir en Estragon. Die eerste onthoudt vooral dat de tijd sneller vooruit is gegaan.

Kort na het vertrek van Pozzo en Lucky komt een jongen aangelopen. Hij is een boodschapper van meneer Godot om te zeggen dat deze vandaag niet kan komen, maar morgen zeker wel. Nadat hij weer is vertrokken is het plotseling nacht, en Vladimir en Estragon gaan een plaats zoeken om te slapen.

Tweede bedrijfBewerken

De tweede dag treffen Vladimir en Estragon elkaar weer op dezelfde plaats, waar de boom intussen blad heeft geschoten. Opnieuw laat hun geheugen hen in de steek en herinneren ze zich de vorige dag nog maar vaag. Estragon stelt vast dat er een ander paar schoenen ligt dan degene die hij er gisteren heeft achtergelaten en komt tot de conclusie dat er iemand langsgekomen moet zijn die ze verwisseld heeft, alvorens de nieuwe schoenen aan te trekken. Vladimir vindt Lucky's hoed, maar slaagt er niet in te denken. Ze proberen de tijd te doden, totdat Pozzo en Lucky langskomen. Pozzo is blijkbaar blind geworden en is hulpeloos als hij samen met Lucky ten val komt. Na lang dralen en twijfelen of ze hem zouden uitbuiten, helpen Vladimir en Estragon hem recht. Pozzo zegt niet te weten wanneer hij blind is geworden, aangezien de blinden geen idee van tijd hebben. Hiermee verwijst hij naar de dag-nachtcyclus, waar hij het de dag ervoor nog over had. Ook Lucky is veranderd: hij is stom geworden. Ook hier blijft de "sinds wanneer"-vraag onbeantwoord, en Pozzo en Lucky gaan weer verder.

Opnieuw komt er een jongen langs, die zegt dat meneer Godot vandaag niet kan komen maar morgen wel. De jongen beweert Vladimir niet te herkennen en zegt dat het zijn broer was die gisteren was langsgekomen. Het wordt weer nacht en Estragon stelt wederom voor dat ze zich ophangen aan de boom. Dit gaat echter niet aangezien ze geen goed touw voorhanden hebben. Ze nemen zich voor morgen touw mee te brengen en zeggen te vertrekken. Ze blijven echter onbeweeglijk staan en het stuk eindigt.

PersonagesBewerken

We onderscheiden vijf actieve personages in dit verhaal: twee duo's en een enkeling.

Vladimir
De intellectueel en estheticus. Hij schijnt meer te weten dan Estragon, is lang en mager maar is enorm gehecht aan Estragon.
Estragon
Hij is zinnelijk, kort en dik, soms wat verwijfd en heeft soms last van capriolen. Dan wil hij Vladimir plotseling verlaten, maar uiteindelijk bedenkt hij zich altijd weer.
Lucky
Werkt voor Pozzo. Laat zich vernederen en doet altijd wat hem gevraagd wordt. Hij valt voortdurend in slaap, zelfs rechtstaand.
Pozzo
Eigenaar van Lucky. Vernedert Lucky constant en heeft zijn hulp nodig voor de onbenulligste dingen.
Een jongen
Hij komt dagelijks melden dat mijnheer Godot vandaag niet komt, maar morgen zeker zal komen.

GodotBewerken

Het is onduidelijk wie Godot nu is. Er zijn theorieën dat Godot gebaseerd is op God (God-ot), maar hier wordt aan getwijfeld aangezien het stuk geschreven is in het Frans en Dieu (het Franse woord voor God) niet erg veel gelijkenissen toont met Godot.

Vladimir en Estragon wachten op Godot omdat hij hen zal verlossen, antwoorden zal geven, hen zal verlichten. Godot kan dus ook staan voor zingeving. Vladimir en Estragon wachten op Godot die zin zal komen geven aan hun leven (Wachten op Godot is, zolang ze op hem wachten, de enige zin in hun leven, zonder dat wachten zou het zinloos zijn, al is het nu ook zinloos). Misschien wilde Beckett gewoon duidelijk maken dat het leven zinloos is, en dat men er zelf zin aan dient te geven, hoe zinloos of absurd de hele zaak ook is.

Een andere opvatting zou dus kunnen zijn dat Godot het object voorstelt dat, door de aandacht van de wachtenden op zich te vestigen, de handeling van het wachten zelf op afstand van het bewustzijn plaatst. De ondraaglijkheid van het wachten kan dankzij het veronderstelde bestaan van een Godot geweten worden aan diens uitblijven, in plaats van aan de onverdraaglijkheid per se van een handeling (het wachten) die deze benaming nauwelijks waardig is.

SchrijfstijlBewerken

Het stuk is geschreven in dialoogvorm. Ook zijn er kleine aanwijzingen van wat de personages doen. Het is een toneelscript. Het is geschreven in de tegenwoordige tijd. De personages communiceren met korte simpele zinnetjes.

WaarderingBewerken

Wachten op Godot wordt thans algemeen beschouwd als een der hoogtepunten uit de Franse literatuur. In 1999 werd het verkozen in Le Mondes verkiezing van de 100 beste boeken van de eeuw.

Externe linkBewerken