Een vrouwenquotum is een (van overheidswege opgelegd) minimumaantal van door vrouwen te bekleden topfuncties in bedrijven of in de politiek.

DoelstellingBewerken

Met een quotumregeling in het algemeen wordt een doelstelling vastgelegd, alsmede de procedures die daarbij moeten helpen. Het doel kan bijvoorbeeld zijn minstens 30% vrouwen aan de top van een bedrijf. Bij het inzetten van zo een quotum is het doel om discriminatie, die in het verleden gegroeid is, recht te zetten.[1] Onderdeel van quotumregeling kan een voorkeursregeling zijn.[1] In het geval van een vrouwenquotum houdt dat bijvoorbeeld in dat bij gelijke geschiktheid de voorkeur wordt gegeven aan een vrouw. De voorkeursregeling is nodig omdat de gebruikelijke gang van zaken bij benoemingen is dat bij gelijke geschiktheid juist in veel gevallen een man wordt gekozen.[1]

Met een vrouwenquotum kan volgens voorstanders (eerder) worden bereikt dat vrouwen het glazen plafond, de onzichtbare barrière die vrouwen zou verhinderen om een topfunctie te bereiken, kunnen doorbreken.

Kwaliteit van bestuurBewerken

Volgens tegenstanders wordt als gevolg van een vrouwenquotum niet de beste kandidaat op openstaande vacatures geplaatst, hetgeen verlaging van de kwaliteit van het bestuur met zich mee zou brengen. Een vrouwenquotum is een vorm van discriminatie, in dit geval positieve discriminatie van vrouwen.[2]

Anderen beweren het tegendeel, door het benoemen van competente vrouwen neemt de kwaliteit van het bestuur juist toe, omdat de minst competente mannen dan afvallen.

Situatie en uitvoering in verschillende landen en regio'sBewerken

Europese UnieBewerken

De Europese Commissie, en met name commissaris Viviane Reding, deed in december 2012 een voorstel voor een vrouwenquotum in de top van bedrijven.[3] Het Europees Parlement streeft ook naar meer vrouwen in de top van bedrijven. Het EP in Straatsburg ging in november 2013 akkoord met een wetsvoorstel met dit als doel.[4] Deze voorstellen zijn in 2015 nog niet in een Europese richtlijn omgezet. Daarvoor is steun van de Raad van Ministers vereist.[5]

BelgiëBewerken

België kent sinds 1994 seksequota in de politiek. Kieslijsten moeten evenveel mannen als vrouwen tellen (pariteit) en op de eerste twee plaatsen moeten personen van verschillend geslacht staan (beperkt ritsprincipe). Regeringen en andere uitvoerende organen mogen niet uit slechts één sekse bestaan. In 2013 werd ook een vrouwenquotum ingevoerd voor de federale topambtenaren, met als doel dat een op de drie overheidsbestuurders vrouw moet zijn.[6] Daarnaast moesten raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven tegen 2017 voor minstens een derde uit vrouwen bestaan.[7] Kleinere beursgenoteerde ondernemingen kregen uitstel tot 2019.

NederlandBewerken

Het percentage vrouwelijke topbestuurders bedraagt in 2015 ca. 10%;[8] 6% van de bestuursleden en 19,5% van de commissarissen in Nederland is een vrouw.[9] Eind 2018 waren die cijfers respectievelijk 12,4% en 18,4%.[10]

In Boek 2 van het Nederlandse Burgerlijk wetboek staat in artikelen 166 en 276 sinds 2013 dat vennootschappen moeten streven naar minimaal 30 procent aan vrouwelijke bestuurders en commissarissen.[11] Volgens artikel 391 lid 7 moet - als dat niet gebeurt is - in het jaarverslag uiteen worden gezet waarom dat niet het geval is en wat eraan gedaan zal worden.[1] Dat streven is echter nog geen formeel vrouwenquotum. De datum waarop het doel van 30% bereikt moet worden was eerst 2013, later is dat verlegd naar 2020.[1] Slechts 1 op de 10 bedrijven voldoet aan de rapportageplicht.[12]

In 2019 adviseerde de Sociaal-Economische Raad om een verplichtend ‘ingroeiquotum’ in te voeren voor beursgenoteerde bedrijven. Volgens dat advies mag er geen man benoemd worden als de raad van commissarissen van een bedrijf nog niet uit minimaal 30 procent vrouwen bestaat.[13] Volgens de SER werkte het vrijwillige streefcijfer niet en zijn dwingende maatregelen noodzakelijk.

DuitslandBewerken

In Duitsland geldt vanaf 2016 wetgeving voor een vrouwenquotum.[14] De wet eist van honderd grote bedrijven op de Duitse DAX-index dat zij vanaf 2016 ten minste 30% vrouwen op topposities benoemen.[15] Bedrijven die niet aan het quotum voldoen mogen geen mannen aannemen op hoge functies. Daarnaast verplicht de Duitse wetgeving 3.500 bedrijven om zelf doelstellingen te formuleren voor het aandeel vrouwen in de top van de bedrijven.[15]

De Duitse wet kwam na lange politieke strijd tot stand, die uiteindelijk is gewonnen door de Minister voor Familie- en Vrouwenzaken Manuela Schwesig en minister van Justitie Heiko Maas, beiden van de sociaaldemocratische SPD.[16]

Overige Europese landenBewerken

Noorwegen was het eerste Europese land dat vrouwenquota voor bestuurders verplicht stelde, gevolgd door Spanje, Frankrijk en IJsland, die allemaal een minimumquotum stelden van 40%. Italië heeft een quotum van 1/3.[17]

Door het vrouwenquotum in Noorwegen steeg het aandeel van vrouwen in de top van bedrijven van 22% naar 42%.[18]

AziëBewerken

In India bepaalde de Securities and Exchange Board in 2014 dat elk beursgenoteerd bedrijf ten minste één vrouw tot de Raad van bestuur moest toelaten. Bedrijven die zich hier niet aan hielden konden een straf van SEBI verwachten, bijvoorbeeld opschorting van de handel, bevriezing van aandelen of een boete van 250 miljoen roepies (3,7 miljoen euro). Volgens analisten zouden veel bedrijven kort voor de deadline vrouwelijke familieleden hebben aangesteld.[19] Zo'n 12% is de afspraak helemaal niet nagekomen.[20]

Zuid-AmerikaBewerken

In Argentinië bestaat sinds 1991 een vrouwenquotum voor politieke partijen, met als doel meer vrouwen in de regering te krijgen. Sinds 1991 hebben elf andere Zuid-Amerikaanse landen dit voorbeeld gevolgd.

  Zoek vrouwenquotum in het WikiWoordenboek op.