Trambus (chassisvorm)

bouwwijze van autobussen, tegenwoordig standaard, waarbij de gehele besturingseenheid van een autobus - en doorgaans ook de instapdeur - zich voor de vooras bevindt

Trambus is de algemeen toegepaste bouwwijze waarbij de gehele besturingseenheid van een autobus - en doorgaans ook de instapdeur - zich voor de vooras bevindt, naar analogie van het voorbalkon van het klassieke model van een tram.

Ford 59B Trambus van de BBA uit 1947. De instapdeur bevindt zich op het voorbalkon, de vooras bevindt zich daarachter
Duitse Büssing Trambus
Een Londense Guy normaalstuurbus (torpedofrontbus) met de motor in de neus. In de beginjaren van de autobus het gebruikelijke model, maar nu voor grotere bussen niet meer toegepast
Een Noorse Scania-Vabis voorbesturingsbus (frontstuurbus), met de motor en besturingseenheid boven op de vooras en de instapdeur pas daarachter

Dit in tegenstelling tot:

  • bussen met normaalstuur (torpedofrontbussen), waarbij de vooras en de motor zich in een neus bevinden voor de besturingseenheid, en
  • bussen met voorbesturing (frontstuurbussen) waarbij de besturingseenheid zich recht boven de vooras bevindt, met de instapdeur daarachter.

Dezelfde driedeling in bouwwijzen doet zich voor bij vrachtauto's.

Tegenwoordig wordt de voorkeur gegeven aan het trambusmodel, omdat de reiziger dan direct instapt bij de chauffeur die zorg draagt voor de inning van de ritprijs. Bovendien levert deze indeling winst aan zitplaatsen op. De voorbesturingsvariant bestaat echter nog steeds, vooral bij minibussen, maar ook bij een experimenteel project als de rond Eindhoven rijdende Phileas. Ook voor landen met bergachtige streken en veel onverharde wegen, waar behoefte bestaat aan robuuste en eenvoudige bussen, wordt de frontstuurbus nog steeds gebouwd.

Hoewel de benaming trambus ook voor de Tweede Wereldoorlog al gebruikt werd - in Nederland door de Kromhout-fabriek - was het vooral de autofabrikant Ford die na 1945 grotere bekendheid aan deze benaming gaf door de introductie van de Ford-trambus, waarvan ongeveer 200 exemplaren in Nederland hebben gereden. Ook de Duitse fabrikant Büssing gebruikte Trambus als typeaanduiding en verbood Kromhout deze naam (ook) te gebruiken. Daarop wist Kromhout aan te tonen dat het de term Trambus al voor de oorlog gebruikte.

Overigens is de plaats van de instap niet bepalend voor de definitie trambus. Het busbedrijf Marnedienst te Zoutkamp en veel later ook het KLM-Autobusbedrijf hadden trambussen in dienst waarbij de instapdeur pas achter de vooras was gesitueerd. Uiteraard leenden deze bussen zich niet voor eenmansbedrijf, omdat de chauffeursplaats zich ver van de instapdeur bevond.

Andere betekenissenBewerken

 
Irisbus Civis, moderne geleide bus in Las Vegas, in hedendaags taalgebruik ook wel trambus genoemd
  Voor andere betekenissen, zie ook trambus

Tegenwoordig worden nog maar weinig bussen met voorbesturing en nog minder normaalstuurbussen gebouwd, zodat de trambus de algemeen gekozen bouwwijze is. Hierdoor is de specifieke benaming trambus in deze betekenis enigszins in onbruik geraakt. Door busleveranciers en lokale plannenmakers wordt de benaming eerder gebruikt voor andere vindingen waarin de autobus tramkenmerken heeft: