Theo van der Waerden

Nederlands politicus (1876-1940)

Theodorus (Theo) van der Waerden (Eindhoven, 21 augustus 1876Laren, 12 juni 1940) was een Nederlands ingenieur en sociaaldemocraat. Van 1918 tot 1940 was Van der Waerden Tweede Kamerlid voor de SDAP.

Theo van der Waerden
Theo van der Waerden
Algemene informatie
Volledige naam Theodorus (Theo) van der Waerden
Geboren Eindhoven, 21 augustus 1876
Overleden Laren, 12 juni 1940
Partij SDAP
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

LevensloopBewerken

Van der Waerden was van katholieken huize en studeerde vanaf 1894 civiele techniek aan de Technische Hogeschool in Delft. Samen met zijn jongere broer Jan van der Waerden was hij actief bij het Delftsch Studenten Corps, waar hij Willem Albarda leerde kennen.[1] Via de colleges van professor B.H. Pekelharing kwam hij in aanraking met het socialisme en richtte met Alberda op 17 januari 1897 de Delftse afdeling van de SDAP op.[2] Na zijn studie ging hij enige jaren werken als leraar in de wiskunde en de mechanica in Leeuwarden en Dordrecht en ten slotte van 1902 tot 1922 in Amsterdam.

Met zijn promotieonderzoek richtte hij zich op het onderzoek van de organisatie van het productieproces, en was hiermee een van eerste promovendi in Nederland op het gebied van de organisatiekunde. In 1911 promoveerde hij op het proefschrift "Geschooldheid en techniek : onderzoek naar den invloed van arbeidssplitsing en machinerie op de mate van vereischte oefening en bekwaamheid der arbeiders". Hierin had hij "de invloed van de technische vooruitgang op de kwaliteit van het werk onderzocht. Op basis van een uitgebreide enquête onder het bedrijfsleven kwam hij tot de conclusie dat er een sterke tendens tot vergaande arbeidssplitsing en ontscholing bestond".[3] Op initiatief van Van der Waerden werd er door het gemeentebestuur van Amsterdam in 1921 een Gemeentelijke bureau voor advisering en beroepskeuze opgericht onder leiding van Eldert Johannes van Det.[4]

In dienst van de SDAP schreef Van der Waerden diverse brochures zoals Gezinsloon en kindertoeslag (1912), Aan de niet-kiezers! (1913), Het belastingstelsel : hoe het is en hoe het moet zijn (1913), De machine en de betekenis van de voortgang der techniek voor de arbeiders (1914) en De schuld van het kapitalisme aan de oorlog (1914). In deze tijd was het samen met Jac. van Ginneken en J.G.Ch. Volmer de belangrijkste woordvoerders omtrent het Taylorisme in Nederland.[5] Van 1910 tot 1918 was hij voor de SDAP lid van Provinciale Staten van Noord-Holland. Van 1918 tot 1940 zat hij voor de SDAP in de Tweede Kamer, waar hij met Albarda een bankje deelde.[1]

In zijn tijd bij de Provinciale Staten was Van der Waerden tevens commissaris bij het Provinciaal Electriciteitsbedrijf van Noord-Holland. Als Tweede Kamerlid was hij lid van diverse commissies, zoals de Centrale Commissie voor de Statistiek, de Zuiderzeeraad, de Organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en vanaf 1932 de Hoge Raad van Arbeid.[3]

LiteratuurBewerken

  • 1911. Geschooldheid en techniek: onderzoek naar den invloed van arbeidssplitsing en machinerie op de mate van vereischte oefening en bekwaamheid der arbeiders.
  • 1911. Waarom: Weg met het stukwerk?: kritische bespreking van de verschillende stelsels van stukwerk.
  • 1917. Prae-adviezen over de vraag: Welke gedragslijn behoort te worden gevolgd om de ontginning van den mineralen rijkdom van Ned. Indië te bevorderen?. Met A. Plate. Mart. Nijhoff.
  • 1918. Loonsverhooging, prijsstijging en socialisatie.
  • 1918. Het Taylorstelsel: met een inleiding over stukloon en moderne loonsystemen
  • 1918. Waarom: Weg met het stukwerk?: kritische bespreking van de verschillende stelsels van stukwerk.
  • 1919. Op nieuwe banen: (die neue Wirtschaft). Met Walther Rathenau.
  • 1922. Financieel en economies rendement bij overheidsdiensten en -bedrijven.
  • 1926. Het engelse mijnkonflikt: een vraagstuk van bedrijfsorganisatie.
  • 1927. De grenzen van het histories-materialisme.
  • 1927. Principiëele staatkunde; Dl.I: Katholicisme, socialisme, liberalisme : drie voordrachten.
  • 1927. Praeadvies over de vraag: Kan verbindendverklaring van collectieve arbeidsovereenkomsten, ook tegenover arbeiders en werkgevers, die aan de totstandkoming van zoodanige overeenkomst niet zelf of door hunne vertegenwoordigers hebben medegewerkt, worden aanvaard?. Met I.P. Vooys. Mart. Nijhoff
  • 1928. Over rationalisatie en werkloosheid
  • 1930. Over rationalisatie.
  • 1933. Prae-adviezen over de vragen: Leidt het streven naar arbeidsbesparing in het huidige productie-proces tot een duurzame of een tijdelijke vermeerdering van werkloosheid? Mart. Nijhoff
  • 1933. De gemeenschap en het bankwezen: een pleidooi voor een centrale circulatiebank van overheidswege. De Arbeiderspers.
  • 1937. Prae-adviezen over de vragen: Valt hier te lande, ook na verbetering der conjunctuur, een blijvend verhoogd peil der werkloosheid te verwachten. Mart. Nijhoff.
  • 1939. Onderzoek naar de "blijvende werkloosheid" en haar bestrijding. Algemene Landsdrukkerij.

Externe linksBewerken

  Zie de categorie Theo van der Waerden van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.