Hoofdmenu openen

Soemerische literatuur is het geheel van literair tekstmateriaal van de Soemeriërs uit met name het derde en tweede millennium v.Chr.[1] De Soemeriërs staan bekend als de uitvinders van het schrift, en de Soemerische literatuur is dan ook de oudste geschreven literatuur ter wereld. Het Soemerisch is een uitgestorven isolaat,[2] en werd geschreven in spijkerschrift. Ook nadat er geen moedertaalsprekers van de taal meer waren, bleef het Soemerisch tot aan het begin van onze jaartelling nog voortbestaan als cultuurtaal bij de Akkadiërs en later de Assyriërs en Babyloniërs. Zij spraken niet verwante talen als het Akkadisch en, later, het Aramees. Als zodanig genoot de taal namelijk veel prestige.[3] In die lange periode werd de Soemerische literatuur tevens bewerkt en aangevuld. Strikt genomen vallen bijvoorbeeld latere, Babylonische bewerkingen niet onder Soemerische literatuur, maar zij worden doorgaans wel in de behandeling van het materiaal opgenomen. Bovendien gaat men ervan uit dat het Soemerisch tijdens Ur III (21e en 20e eeuw v.Chr.) waarschijnlijk al was uitgestorven, terwijl veel manuscripten (op kleitabletten) van na die tijd zijn en zijn overgeleverd dankzij kopiëring.[4]

Dat er veel Soemerische teksten (gebrekkig) bewaard zijn gebleven, heeft enerzijds te maken met het feit dat het Soemerisch een taal van het onderwijs bleef en de taal van wetenschap en elitecultuur bleef. Leerlingen uit de Oudbabylonische periode moesten al Soemerisch leren, en ze leerden Soemerische teksten kennen en overschrijven.[5] Anderzijds is de aard van de schriftdrager hier belangrijk, namelijk klei. Men drukte met een soort stilus wigvormige streepjes in klei, die dan gedroogd werd. Dit leverde duurzame tabletten op. Wanneer een gebouw afbrandde, was dit enkel in het voordeel van het materiaal, aangezien de kleitabletten tot harde bakstenen verwerden. In het droge Mesopotamische klimaat bleven de tabletten goed bewaard.

De Soemerische literatuur kent een rijke verscheidenheid aan genres. Men kende:

  1. spreekwoorden (die soms iets weg hebben van fabels),
  2. raadsels,
  3. lofdichten (oden, bijvoorbeeld gericht aan koningen, goden en zelfs steden),
  4. hymnes (bijvoorbeeld ter ere van goden of tempels),
  5. klaagliederen (bijvoorbeeld aan goden om geluk af te dwingen),
  6. brieven (zowel correspondentie tussen historische figuren als geadresseerd aan goden),
  7. strijdgesprekken (een soort satirische disputaties, bijvoorbeeld tussen een vogel en een vis),
  8. epen,
  9. mythen, en
  10. geschriften die koningen en hun daden beschrijven.[6]

Daarnaast kan men echter ook allerlei educatief materiaal uit het onderwijscurriculum tot het literaire corpus rekenen. Wetenschappelijk materiaal hoeft ook niet per se uitgesloten te worden. Het is dan ook de vraag hoe men literatuur wil definiëren en hoe Soemeriërs dat deden. Men kan bijvoorbeeld spreken van 'creatief schrijven',[7] maar literatuur als intellectuele en kunstzinnige bezigheid stond niet op zichzelf, en was niet alleen liefhebberij. Poëtisch taalgebruik was bijvoorbeeld vaak een kenmerk van spreuken die bezweringspriesters gebruikten voor lichamelijk en geestelijk herstel (zie ook Magie).[8] Mythen konden als dichtwerken gereciteerd worden in relatie tot godsdienstige rituelen, iets wat in Mesopotamië veel voorkwam.[9]

Inhoud

Soemerisch eposBewerken

Soemerische mythenBewerken

Soemerische klaagzangenBewerken

Externe linkBewerken

BronnenBewerken

  • Brown, K. & S. Ogilvie. Concise Encyclopedia of Languages of the World. Oxford: Elsevier, 2009.
  • Hooke, S.H. Middle Eastern Mythology. Harmondsworth: Penguin, 1976.
  • McCall, H. 'Mesopotamian Myths.' In: World of Myths, Volume Two. Geëditeerd door F. Fernández-Armesto. London: Britisch Museum Press, 2004.
  • Vanstiphout, H. Eduba. Schrijven en lezen in Sumer. Amsterdam: SUN, 2004.

NotenBewerken

  1. Het zij opgemerkt dat het totale corpus van Soemerische teksten een heel stuk groter is dan alleen het literaire aandeel.
  2. Brown & Ogilvie 2009, p. 250.
  3. Vanstiphout 2003, p. 14.
  4. Vanstiphout 2003, p. 15.
  5. Zie de inleiding in Vanstiphout 2003, inz. pp. 27-32.
  6. Vanstiphout 2004 heeft een selectie van verschillende teksten Nederlandstalig geëditeerd.
  7. H. McCall, in Fernández-Armesto 2004, pp. 32-33.
  8. Geller & Koppen 2006, p. 47.
  9. Vgl. Hooke 1976, p. 19.