Milieueconomie: verschil tussen versies

5.863 bytes toegevoegd ,  14 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
Hoofdstuk 1 – Een stukje van Natuur en klimaat
'''Milieueconomie''' is een apart terrein in de [[economie]] dat gaat over het gebruik van het [[milieu]], de waarde van het milieu en de milieueffecten van economische activiteiten.
Waar je ook op de wereld kijkt, overal vind je dieren en planten.. Grote, die je kan zien en vastpakken en kleine, waar je er wel een miljoen van in je hand kunt vasthouden. En allemaal hebben ze voedsel nodig. Een boom bijvoorbeeld, haalt zijn voedsel uit de grond en lucht, een ree eet de boombladeren, en een wolf jaagt op de ree. Als de wolf sterft, verteert hij en is hij eten voor andere dieren, zoals roofvogels. De woonruimte van elk dier is verschillend, een plant leeft in de openlucht en in de zon, bacteriën halen energie uit voedsel en hun omgeving, zij kunnen dus ook op plaatsen leven waar het altijd donker is. Door vervuiling en klimaatveranderingen wordt er woonruimte van verschillende dieren en planten verkleint of zelfs vernietigt, en sterven de planten en moeten de dieren verplaatsen, bijv. reeën, en in dat geval hebben de wolven minder eten. Op de hele wereld bestaan er misschien wel meer dan 30 miljoen verschillende diersoorten. Als we er nu niets aan doen, zou een kwart van alle soorten kunnen verdwijnen.
 
Hoofdstuk 2 – Milieuproblemen
Milieueconomie doet theoretisch en empirisch [[onderzoek]] naar de economische effecten van (inter)nationale en lokale milieuwet- en regelgeving in de wereld. Voorbeelden van onderwerpen zijn de kosten-batenanalyses van alternatief economisch beleid t.a.v. luchtvervuiling, waterkwaliteit, giftige stoffen, (huis)afval en de opwarming van de aarde.
 
2.1 klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan
===Onderwerpen en concepten===
De klimatologen zijn het erover eens: de aarde wordt extreem snel verwarmd en dit wordt veroorzaakt door de mens. Het is zelfs zo erg dat tegen het jaar 2030 de gemiddelde temperatuur minstens 1˚C hoger zal zijn, met alle gevolgen van dien. De zon verwarmt de aarde, en bepaalde gassen houden de warmte vast in de atmosfeer en zo wordt het steeds warmer. Dit natuurverschijnsel heet het broeikaseffect. De autogassen en gassen die de industrie produceert (bijv. bij het verbranden van steenkool, olie en gas), vormen een laag gassen rond de aarde. De zonnestralen gaan daar gewoon doorheen en delen worden door de aarde ook wel weer teruggekaatst, maar sommige warmtestralen komen niet door de gaslaag en blijven in de atmosfeer hangen. Door dit verschijnsel wordt de aarde oververhit, gaat dat langzaam, zullen dieren zich aan kunnen passen (zoals de Apollovlinder, die nu hoger in de bergen leeft). Gaat het niet stapsgewijs maar wordt het in één keer een stuk warmer, zullen veel dieren en planten sterven aan de warmte (zoals de goudpad uit Costa Rica in 1989). Het gaat niet alleen om de warmte zelf, het heeft ook veel gevolgen. Door de warmte smelten delen van de poolkappen en zal de zeespiegel stijgen. De zeespiegel zou in deze eeuw zelfs 100 cm kunnen stijgen. Door die stijging zouden laaggelegen eilanden, zoals de Malediven, en kuststreken het risico lopen door de zee te worden overspoeld. Er zullen meer overstromingen en stormen plaatsvinden.
Het warmer worden heeft ook gevolgen op de levenscyclus van sommige dieren en planten. Eikenknoppen barsten eerder open als het voorjaar eerder begint en vinken leggen eerder hun eieren.
Sommige klimaatveranderingen zijn natuurlijk. New York bijv. was aan het eind van de laatste ijstijd helemaal bedekt met ijs van honderden meters dik, en 15.000 jaar geleden was het toendra, 7.500 jaar geleden was het bos en nu staat het vol met gebouwen en kantoren.
 
2.2 Andere milieurampen
Centraal in de milieueconomie staat het concept van [[externaliteit]]en. Dit betekent dat sommige effecten van een activiteit niet meegenomen worden in de overweging als men besluit die activiteit wel of niet te doen. Vaak worden externaliteiten niet meegenomen omdat ze niet in de prijs verwerkt zitten, zoals bijvoorbeeld de kosten van de luchtvervuiling die niet worden meegenomen door iemand als deze besluit wel of niet met de auto naar de supermarkt te gaan.
Hieronder staan een aantal milieuproblemen behandeld.
Doordat externaliteiten meestal negatief zijn (dit hoeft niet), kan er meer vervuild worden dan optimaal voor een maximum aan totale welvaart van de maatschappij. Dit gebeurt als de vervuiler de negatieve effecten van vervuiling niet (afdoende) in zijn overwegingen meeneemt. Te weinig bescherming van de natuur zal in principe plaatsvinden volgens de economische theorie als mensen niet geprikkeld worden de externaliteiten mee te nemen in hun overweging, oftewel te [[internaliseren]]. Dit vermindert de levenskwaliteit van de maatschappij als geheel.
- Luchtvervuiling – Luchtvervuiling bestaat al een lange tijd. Vroeger, toen de meeste huizen nog kolenkachels hadden, kwam er zoveel roet in de lucht dat de gebouwen er zwart van werden. Tegenwoordig zijn er andere oorzaken: producten die bij gebruik opstijgende chemicaliën verspreiden en huishoudelijk afval waar bij verbranding giftige stoffen vrijkomen. De belangrijkste bronnen van luchtvervuiling echter zijn de fossiele brandstoffen, zoals steenkool, olie en aardgas.
In de koude streken veroorzaakt de vervuiling van de winterse lucht zure sneeuw, die even zuur kan smaken als citroen.
Zure regen – Wanneer steenkool of aardolie wordt verbrand, komt er zwaveldioxide vrij, een erg zuur gas. In de atmosfeer lost dit op in waterdruppels en veroorzaakt zure regen, waardoor bomen ziek worden en sterven. Zure regen tast ook het leven in meren en rivieren aan en vreet aan stenen gebouwen. Moderne krachtcentrales hebben zuiveringssystemen die de rook zuiveren, maar auto's niet.
Ozongas – Aan de grond is het een gevaarlijk gas, maar in de lucht vormt het een schild, dat ons beschermt tegen het ultraviolette licht van de zon. De ozonlaag is aangetast door CFK's, dat zijn chemicaliën die werden gebruikt in spuitbussen, koelkasten en plastic verpakkingen. In 1987 is het internationaal verboden om het gas te gebruiken. Maar de schade die CFK's aan de ozonlaag toebrengen zal op z'n vroegst in 2050 zijn hersteld. Sommige CFK's hebben meer dan 100 jaar nodig om te verdwijnen.
- Watervervuiling – Er is ongeveer 1,5 miljard km³ water op de aarde, waarvan 30 miljoen km³ vast ligt in gletsjers en sneeuw. 100 km³ water is maar geschikt voor het leven op het land. Jammer genoeg wordt het kleine beetje water dat nog bruikbaar is ook nog vervuild. De klachten over het vieze water begonnen 1000 jaar geleden. Toen mensen hennep in water lieten weken of de vezels te bevorderen. Die vezels werden gebruikt om touw van te maken. Het weekwater was vies, stonk en was gevaarlijk.
Nu hebben we nog steeds problemen met schoon water. Als water eenmaal is gebruikt, verdwijnt het niet zomaar. Het komt terug in de natuurlijke waterkringloop. Gebruikt water is vaak vervuild door afval van fabrieken, boerderijen en woonhuizen. Dat afval kan schade toebrengen aan dieren en planten die in het water leven en het kan ziektes veroorzaken. In de rijkste landen is watervervuiling wel een probleem, maar er zijn strengere maatregelen om de vervuiling te beperken. In armere landen neemt de vervuiling toe en is het moeilijk schoon water te vinden.
Sommige chemische afvalstoffen die in het water terecht zijn gekomen, lossen op zonder enig zichtbaar spoor achter te laten in het water, zodat vervuiling moeilijk te beheersen is. Olieraffinaderijen en krachtcentrales gebruiken koud water om de verbrandingsovens af te koelen, en het heet geworden water lozen ze in de rivier. Soms zinkt er een schip met olie aan boort, dat dan in de zee terechtkomt. Vaak ruimen vrijwilligers de troep op en helpen de vogels, die dan onder de olie zitten. Als een vogel te lang olie op zich heeft zitten gaat hij dood, want hij kan zich moeilijk warm houden en hij kan niet meer vliegen omdat zijn vleugels aan elkaar zitten geplakt.
Sommige rivieren zijn zo vervuild met landbouw en industrieel afval, dat ze biologisch gesproken dood zijn.
- Grondvervuiling – Er zijn twee soorten grondvervuiling: bovengrondse en ondergrondse. Bovengrondse is goed zichtbaar (zoals afval in het bos) en ondergrondse niet. De mens heeft voor deze vervuiling gezorgd, door de moeite niet te nemen, naar de afvalbak te lopen of het bij je te houden. Het ligt niet alleen op de grond, het zit er ook in. Als je zou graven, zou je allemaal halfverteerd afval tegen kunnen komen.
De snelste manier op van afval en giftige stoffen af te komen is, ze verbranden of ze in een gat in de grond dumpen. De verschillende lagen afval in de grond worden afgedekt met stevig plastic of veel zand en klei. De grond waarin het begraven wordt, word gebruikt als park of sportcomplex, of iets anders waar ze de ruimte onder de grond niet echt nodig hebben. Als het veel geregend heeft, kan het grondwater vergiftigd worden. Als het grondwater doorstroomt kan het landbouwgewassen vergiftigen en verwoesten.
- Overstromingen – Elke week is er ergens wel een overstroming ter wereld. Overstromingen verwoesten oogsten en brengen ziektes met zich mee. Maar ze kunnen ook nuttig zijn. In Tropische landen, zoals Bangladesh, verspreiden moessonoverstromingen slib dat de akkers vruchtbaar maakt. Moessonoverstromingen zijn overstromingen in landen rondom de evenaar. Die landen kennen natte en droge seizoenen i.p.v. warme en koude. In Zuid-Azië begint het natte seizoen of moesson met zware onweersbuien, waarbij op één dag meer dan 30 cm regen kan vallen. Deze stortbuien maken het moeilijk zich te verplaatsen, vooral in laaggelegen gebieden, waar het water langzaam zakt. De meeste overstromingen echter zijn schadelijk en de gevolgen worden steeds ernstiger. Dat komt doordat er steeds meer mensen wonen in gebieden die vatbaar zijn voor overstromingen. Ook het veranderende wereldklimaat is een oorzaak. Overstromingen waren tussen 1986 en 1995 verantwoordelijk voor de helft van de slachtoffers bij natuurrampen.
Overstromingen zijn niet altijd het gevolg van veel regen. Rondom Venetië zijn overstromingen erger geworden omdat er veel water uit de grond is opgepompt.
El Niño – De westkust van Zuid-Amerika is normaal een van de droogste plekken op aarde, maar elke drie of vier jaar verandert het weerpatroon. De zee wordt warmer, vissen verdwijnen en grillige stormen veroorzaken modderstromen, die huizen mee kunnen wegspoelen. Deze verstoring, El Niño, maakt een deel uit van de natuurlijke kringloop.
 
Hoofdstuk 3 – Wat kunnen we aan die problemen doen?
Doordat milieugoederen zoals schone lucht [[publieke goederen]] zijn, is niemand ervan buiten te sluiten. Hierdoor zal er in principe teveel gebruik van worden gemaakt.
In economische terminologie zijn dit voorbeelden van [[marktfalen]], en is de uitkomst niet [[Pareto-efficiënt]]. Het is mogelijk om de welvaart van de maatschappij als totaal te verhogen zonder dat er iemand op achteruit gaat, door de milieuvervuiling terug te dringen tot een lager, optimaal niveau.
 
3.1 Wat kunnen de mensen doen?
Sinds de jaren '70 is waardering van milieu een heel belangrijk concept binnen de milieueconomie. De waardering van milieu roept echter bijna altijd grote meningsverschillen op. De meest gebruikte methode is aan alle groeperingen te vragen; hoeveel hebben jullie ervoor over dat negatief milieu effect X niet optreedt (bijv. de berg wordt niet afgegraven, vuil water wordt niet geloosd). De totale som van van alle antwoorden van alle groeperingen die ermee te maken hebben wordt gezien als de milieukosten. Echter, zaken als de waarde van bio-diversiteit en natuur zijn moeilijk te meten. Ook is het lastig om de toekomstige waarde te bepalen, nemen groepen de toekomst wel voldoende in overweging? Toch heeft deze manier van milieuwaardering positieve effecten voor het milieu. Als dit niet gebeurt heeft het vaak tot gevolg dat milieuvervuiling gratis is, zodat er meer vervuild wordt.
Het beste wat je kunt doen is het probleem bij de oorzaak aanpakken. Omdat dat lang niet altijd kan, zou het probleem verminderen ook een goed begin zijn. Als een probleem al opgelost is, kunnen er nog steeds 'bijverschijnselen' zijn, zoals CFK's die een lange tijd nodig hebben om helemaal verdwenen te zijn. De regering geeft al boetes, heeft milieuwetten gemaakt en geeft subsidies. Omdat al die dingen het probleem nog niet laten verdwijnen, moeten de mensen zelf ook beter hun best en opletten wat ze weg doen en fabrieken kunnen bijv. dichtere filters gebruiken om ook kleinere schadelijke stoffen eruit te vissen. Er zouden ook filters kunnen geplaatst worden in de uitlaten van auto's, zodat die ook milieuvriendelijker rijden. Er bestaat al een milieuvriendelijkere brandstof voor auto's: ethanol. Het kan van het sap uit suikerriet gemaakt worden, het verbrandt schoon, er komt water en koolzuurgas bij vrij. Het probleem is alleen dat Ethanol duurder is dan benzine. Maar het zou bijv. al met benzine vermengd kunnen worden.
 
3.2 Wat kun je zelf doen?
===Oplossingen===
Er zijn een hoop dingen die je kan doen om bij te dragen aan een beter milieu. Hieronder staan een paar voorbeelden.
 
- Zet de computer uit als je hem niet gebruikt;
Er zijn een aantal oplossingen die voorgesteld worden om dergelijke externaliteiten te internaliseren:
- Trek 's winters eerst warmere kleren aan, i.p.v. gelijk de kachel aan te zetten;
 
- Doe de afwas in een bak – als je de kraan laat lopen, spoel je energie door de afvoer;
* ''Beter gedefinieerde [[eigendomsrechten]]''. Als bijvoorbeeld mensen die naast een fabriek wonen het recht hadden geen vervuiling te krijgen, of de fabriek had het recht om te vervuilen, dan zou of de fabriek de mensen kunnen betalen om ze te compenseren en zo toch te mogen vervuilen, dan wel de mensen zouden de fabriek kunnen betalen om niet of minder te vervuilen. Aan wie dergelijke eigendomsrechten wordt gegeven maakt uit voor de verdeling van de welvaart, maar beïnvloedt niet de totale welvaart. Het gaat erom dat dergelijke rechten worden gegeven.
- Zoek uit waar het plaatselijke recyclagecentrum of container park is en maak er gebruik van;
 
- Doe je lunch in een trommel i.p.v. in folie;
* ''[[Belastingen, tarieven en handel]]'' / ''Beëindiging van vervuiling stimulerende subsidies''. Belastingen zouden zo moeten zijn dat vervuiling alleen plaatsvindt als dit gunstig is voor de maatschappij als geheel, in de vorm van hogere productie die waardevoller is dan de (milieu)kosten. Sommigen verdedigen een belangrijke verschuiving van belastingen op inkomen en verkoop naar het belasten van vervuiling.
- Gebruik je eigen drinkfles en vul hem steeds opnieuw;
 
- Koop niets dat van een schildpadschild of van het bont van wilde dieren gemaakt is;
* ''[[Quota op vervuiling]]''. Quota's zouden vormgegeven moeten worden als verhandelbare emissierechten, wordt vaak verdedigd, welke echt vrij verhandeld moeten kunnen worden zodat de reducties in vervuiling worden bereikt tegen een minimum aan kosten. [[Henry Ford]] was in de twintiger jaren van de twintigste eeuw al voor een strikt beleid waarbij de vervuiler direct de gevolgen van zijn vervuiling zou voelen. Hij vond dat de industrie vrijelijk zoveel water uit een rivier mocht gebruiken als wenselijk maar dat de uitstroompijp van het vervuilde water boven in de stroom moest gemaakt worden ten opzichte van de instroom. Het niet afdoende zuiveren van het vervuilde water zou daardoor leiden tot vervuild water in de instroom van het proces.
- Als je een huisdier koopt, zorg dan dat het in gevangenschap gefokt is en niet in het wild gevangen is;
 
- Betaal niet om te kijken naar optredende wilde dieren;
* '' [[Milieuwetgeving]]''. Hierbij wordt een [[financiële kostenbatenanalyse]] (FKBA) of een [[maatschappelijke kostenbatenanalyse]] (MKBA) gemaakt door de wetgever of regulerende instantie.
- Koop geen producten van tropisch hardhout, tenzij het op een milieuvriendelijke manier is geteeld;
 
- Recycleer papier – het voorkomt het omhakken van nog meer bomen;
Om bovenstaande methoden te kunnen verwezenlijken is een overkoepelende autoriteit nodig, bijvoorbeeld een wetgever. Door de [[globalisering]] vinden steeds meer afwegingen op wereldniveau plaats maar er is vaak geen overkoepelende autoriteit die effectief dergelijke wet- en regelgeving kan verzorgen en handhaven. Als er een land is dat milieu niet belangrijk vindt, of in ieder geval minder belangrijk dan de rest van de wereld, dan zal dat tot gevolg hebben dat vervuilen daar het goedkoopst is. De economische activiteiten, met de bijbehorende opbrengsten en werkgelegenheid zullen in principe naar dat land verhuizen. Hierdoor is er een 'druk omlaag' wat kan eindigen in een 'race naar de bodem' in milieuwet- en regelgeving. Dit is een complicerende factor in het beschermen van de natuur. Deze bezorgdheid wordt vooral gedeeld door organisaties die zich inzetten voor [[duurzame ontwikkeling]] en de [[antiglobaliseringsbeweging]] en [[anders-globaliseringsbeweging]].
- Koop geen koraal of schelpen – misschien zijn ze levend verzameld op een rif;
 
- Gooi nooit afval in de zee, rivieren of op het strand;
[[categorie:Economie]] [[categorie:Milieu]]
- Wandel in natuurreservaten niet door verboden terrein;
- Help om het gebruik van pesticiden terug te dringen door biologisch voedsel te eten;
- Vermijd voedsel dat afkomstig is van binnenshuis gefokte dieren;
- Probeer zelf groenten te telen – in een pot of in de tuin;
- Als je op het strand sporen van vervuiling ziet, zoals olie, waarschuw dan de lokale overheid;
- Breng restjes verf naar de plaatselijke vuilverwerkingsbedrijven of containerparken;
- Leg een baksteen in de stortbak van het toilet - zo wordt er minder water gebruikt bij het doortrekken;
- Neem een douche i.p.v. een bad, dan verbruik je minder water;
- Gebruik een wasbak i.p.v. van de kraan te laten lopen;
Anonieme gebruiker