De strijd tussen Vasten en Vastenavond: verschil tussen versies

k
Taalunienaam
k (Link naar doorverwijspagina Karel van Mander gewijzigd in Karel van Mander (I) met DisamAssist.)
k (Taalunienaam)
 
==Thema ==
[[Bestand:Lent and Carnival MET DP823294.jpg|thumb|Strijd tussen vette vastenavond en magere vasten, Frans Hogenberg, 1558]]
Het thema van de strijd tussen personificaties van Vasten en Vastenavond heeft literaire wortels. De traditie van een denkbeeldige strijd tussen allegorische personages ontstond rond het jaar 400 met de ''[[Psychomachia]]'', waarin [[deugd]]en het opnemen tegen [[ondeugd]]en.
 
Reeds in de dertiende eeuw bestond in het Frans het gedicht ''La Bataille de Caresme et de Charnage'', dat in de zestiende eeuw in verschillende Italiaanse versies bekend was als ''El contrasto di Carnavale & dela Quaresima''. In dit gedicht komt het tot een symbolisch treffen tussen de positief voorgestelde Charnage (Carnaval) en de negatief voorgestelde Caresme (Vasten) en een gevecht tussen verschillende etenswaren, vlees tegen vis, waarbij uiteindelijk Charnage, bijgestaan door Kerstmis, het pleit wint.<ref>Laëtitia Tabard, ''La construction allégorique de Caresme et la représentation de la faim dans les débats de Caresme et Charnage (XIIIe–XVe siècles)'', in: Questes 12, 2007, pp. 65-76 https://journals.openedition.org/questes/2729 </ref>
 
[[Rederijker]]s gebruikten het gegeven in [[moraliteit (toneelspel)|moraliteiten]] die werden opgevoerd tijdens de periode voorafgaand aan de Vasten. [[Roger Marijnissen]]<ref>R.H. Marijnissen, ''Bruegel. Het volledig oeuvre,'' 1988, pp. 146-148</ref> citeert in dit verband uitgebreid het overgeleverde ''Een tafelspel van de vasten en de vastenavont.''<ref>[[Johannes van Vloten]], Het Nederlands kluchtspel van de veertiende tot de achttiende eeuw, pp. 206-308</ref> In dit tafelspel, een opvoering voor een publiek van genodigden rond een feestelijke maaltijd, nodigt Vastenavond de gasten uit aan tafel voor een present van wafels en pannenkoeken. Zijn verzen worden echter verstoord door de Vasten, die buitensdeurs lawaai maakt met een [[Ratel (muziekinstrument)|ratel]]. Wanneer de Vasten wordt binnengelaten, ontspint zich een vermakelijk debat over de toelaatbaarheid van dergelijke uitspattingen. Vastenavond haalt voorlopig de overhand en de schranspartij zal kunnen doorgaan, maar Vasten is de morele winnaar: morgen zal toch iedereen aan zijn wetten moeten gehoorzamen.
 
==Compositie==
We zien het marktplein van een (fictieve) stad in de Nederlanden, waarop allerlei figuren zich bewegen in drukke activiteiten. De [[horizon (lijn)|horizon]] ligt hoog in beeld, waardoor de kijker lijkt zich te bevinden op het dak of de verdieping van een gebouw, vanwaar hij een [[vogelperspectief]] heeft op het gebeuren. Op de horizon, tegenover het oog van de toeschouwer, wordt een gelijkaardige uitkijkpositie ingenomen door de carnavalspop op de verdieping van de bakkerij.
 
Het marktplein wordt omlijst door gebouwen: links de [[herberg]], rechts de [[kerkgebouw|kerk]]. Het krijgt hierdoor het karakter van een scène in een toneelvoorstelling, waarbij "de straten en de kerkdeur fungeren als coulissen waarlangs spelers het plein op en af komen."<ref>Philippe en Françoise Roberts-Jones, ''Pieter Bruegel de Oudere'', p. 114</ref>
 
Door het midden van het paneel loopt een denkbeeldige lijn, die het schouwspel opdeelt in twee helften: de linkse voorbehouden aan Vastenavond, met allerlei uitgelaten taferelen uit de periode tussen [[Kerstmis (hoofdbetekenis)|Kerstmis]] en Vastenavond, en de rechtse gereserveerd voor de Vasten, waarbij de activiteiten van meer ingetogen aard zijn. De grens is echter niet scherp afgelijnd, en op verschillende plaatsen dringen de volgelingen van Vasten en Vastenavond elkaars ruimte binnen.
 
Op de voorgrond bevindt zich het strijdtoneel: de twee tegenstanders, voortgetrokken en -geduwd en begeleid door medestanders, staan op het punt elkaar te treffen. De dynamiek van de twee elkaar ontmoetende optochten plant zich visueel voort langs de zijkanten van de voorstelling tot in de achtergrond: bij Vastenavond is dat langs de herberg, de toneelspelers en de wijnvaten tot een groep van bedelaars, bij Vasten langs andere bedelaars en aalmoezen gevende welgestelden tot in de kerk.
 
Bruegel heeft de voorstelling zo samengesteld dat de blik van de toeschouwer voortdurend verspringt van het ene tafereeltje naar het andere wemelende figuurtje, en de focus voortdurend verschuift. Het geheel doet echter nog zeer [[prentkunst|grafisch]] aan, als een "gekleurd prentontwerp met een gelijkmatige compositie en een weinig geprononceerde verdeling van kleur en licht."<ref name="sellinkoeuvre" />
 
==Materiaal en techniek==
Het werk is uitgevoerd op een [[paneel]], gemaakt uit [[eik]]enhouten planken, afkomstig van één enkele boom uit het gebied rond de [[Baltische ZeeOostzee]].<ref>Elke Oberthaler, ''Materials and Techniques. Observations on Pieter Bruegel’s Working Methods as seen in the Vienna Paintings'', in: M. Sellink e.a., ''Bruegel. The Hand of the Master'' (e-book), p. 374</ref> Het hout van de traag en gelijkmatig groeiende eiken uit het huidige [[Polen (hoofdbetekenis)|Polen]] en [[Rusland (hoofdbetekenis)|Rusland]] werd bijzonder geapprecieerd door de schildersnijverheid in de Nederlanden. De vier planken, van slechts enkele millimeters dik, zijn horizontaal aan elkaar gelijmd en verstevigd door metalen pennen, die loodrecht zijn geplaatst op de voegen tussen de planken. In de negentiende eeuw is het paneel achteraan verstevigd door middel van een raamwerk uit [[coniferen]]hout.
 
Het paneel is geprepareerd door er een grondlaag van [[calciumcarbonaat|krijt]] en [[dierlijke lijm]] op aan te brengen en deze glad te polijsten. In het geval van ''De Strijd'' is er geen bijkomende [[imprimatura]] op het paneel aangebracht, en schemert de warme tonaliteit van de grondlaag door in het uiteindelijke werk.<ref>Philippe en Françoise Roberts-Jones, ''Pieter Bruegel de Oudere'', pp. 54-55</ref>
| breedte3= 159
}}
De [[ondertekening]] is trefzeker aangebracht met zwart [[krijt (grafisch materiaal)|krijt]]. Mogelijk had Bruegel bij [[Pieter Coecke]] de in de [[wandtapijt|tapijtkunst]] gebruikelijke techniek van de [[karton (kunst)|kartons]] geleerd, en heeft hij hiermee een voorbereidende tekening op het paneel aangebracht. Met [[infraroodreflectografie]] kon worden vastgesteld dat Bruegel op verschillende plaatsen de compositie heeft veranderd en is afgeweken van de ondertekening.
 
Bij het schilderen heeft Bruegel de contouren van de figuurtjes tot in detail met fijne donkere lijnen aangezet, waardoor de onderliggende ondertekening grotendeels verborgen is, en wat bijdraagt tot het prentachtige karakter van het geheel. De verf is aangebracht in dikke dekkende lagen met een kwast, dan wel in fijne transparante trekken met het [[penseel]], al naargelang de plaats of het belang van het detail dat Bruegel wil benadrukken, of de structuur van het materiaal dat hij wil weergeven. Ook in de verflaag zijn er nog [[pentimento|pentimenti]] aanwezig, maar eerder zeldzaam. Opmerkelijk is dat op de ovenpaal van Vrouwe Vasten, waarop nu twee droge visjes liggen, oorspronkelijk een kruis stond afgebeeld.
 
==Details==
Zodra hij het werk van naderbij begint te bekijken, raakt de toeschouwer verloren in de veelheid en de rijkdom van de details, die zich niet allemaal even duidelijk laten verklaren. Het werk nodigt uit tot voortdurend herbekijken en elke keer vindt men er wel nieuwe dingen in.
 
===Het strijdtoneel===
[[Bestand:Bruegel - The Fight between Carnival and Lent - detail Prince Carnival and his retinue.jpg|thumb|Heer Vastenavond en zijn gevolg.]]
[[Bestand:Bruegel - The Fight between Carnival and Lent - detail Lady Lent.jpg|thumb|Vrouwe Vasten]]
Op de voorgrond gaat de aandacht naar het symbolische treffen van de twee antagonisten, Carnaval en Vasten, in een parodie van een laatmiddeleeuws [[steekspel]]. Carnaval, of heer Vastenavond, is een dikke, welgedane man, schrijlings gezeten op een wijnvat, die op een blauwe [[slee]] is geplaatst. Als steekwapen draagt hij een [[braadspit]] waaraan de kop van een [[speenvarken]]tje, gevogelte en worstjes hangen. Vasten is een uitgeteerde vrouw, die op een harde driestal heeft plaatsgenomen, en gewapend is met een ovenpaal, waarop twee haringen liggen. Ze is omringd door krakelingen, vastenbroden, mosselen en uien, die alle typisch tijdens de vastentijd genuttigd werden.<ref name="group">M. Sellink, R. Spronk, S. Pénot, E. Oberthaler e.a., ''Bruegel. De hand van de meester'', Kunsthistorisches Museum, Wenen, p. 125</ref> De twee tegenstanders rijden niet frontaal op elkaar in, maar eerder langs elkaar heen, om elkaar te proberen uit het zadel te lichten.
 
De beide hoofdfiguren dragen op het hoofd een absurd attribuut dat, net als bij de centrale figuur in de prentenreeks van ''De Zeven Deugden'', duidelijk maakt dat het om allegorische personages gaat: bij Carnaval is dit een [[pastei|gevogeltepastei]] waar de poten van een [[kraai]] uitsteken, bij Vasten een [[bijenkorf (voorwerp)|bijenkorf]], inclusief vliegende bijen. De bijenkorf was indertijd een gebruikelijk symbool voor de kerk.<ref name="group"/>
 
Twee jongemannen trekken Vastenavond voort. Een van hen zwaait met een rood-goudgeel-wit vlagje, de dan typische carnavalskleuren.<ref name="group"/> De volgelingen van Vastenavond vormen een doldwaze en lawaaierige stoet van potsierlijk verklede figuren. Zij dragen maskers, gekke hoofddeksels en huishoudelijke voorwerpen als rekwisieten of als geïmproviseerde muziekinstrumenten, in een omkering van de normale orde. Vooraan zien we een personage dat een [[rommelpot (muziekinstrument)|rommelpot]] bespeelt, achter heer Vastenavond bestrijkt een figuur een braadrooster met een mes als parodie op een [[strijkinstrument]], iets verder bespeelt een in het roze geklede persoon met een kookpot op het hoofd en een met een strozak opgevulde buik een op een gitaar lijkend en ongetwijfeld vals klinkend [[tokkelinstrument]]. Een kleine figuur met opgevulde bochel en een vreemd masker draagt een bezem waarin twee brandende kaarsen zijn geplant. De volgelingen zijn voorzien van wafels en koeken; de aanwezigheid van een [[pasglas]] laat vermoeden dat ze zich in een van de herbergen al hebben laten vollopen. Op de voorgrond liggen afgekluifde botjes, eierschalen en speelkaarten.
 
Vrouwe Vasten wordt voortgetrokken door een [[Frater (religieus)|frater]] en een [[Zuster (religie)|non]]. Haar gevolg bestaat uit kinderen, die, net als Vrouwe Vasten, een [[askruis]]je op het voorhoofd hebben. Zij maken lawaai met [[klepper (muziekinstrument)|kleppers]] en verzamelen giften in natura: droge broodjes, [[pretzel]]s en zelfs schoenen. Een kerkdienaar begeleidt de kinderen; hij draagt een emmer met een [[wijwaterkwast]] en een zak om de giften in te stoppen. Op de wagen van Vrouwe Vasten zien we voorts een pan met [[mossel (weekdier)|mosselen]], samen met vis en droge broodjes het belangrijkste vastenvoedsel.
 
===Linkerzijde===
Links wordt het carnavalsgebeuren gedomineerd door een herberg, die volgens het opschrift op het uithangbord ("Dit is in d blau schuyt") de Blauwe Schuit heet. Deze naam is niet toevallig en refereert aan een [[De blauwe schuit (gedicht)|Middelnederlands gedicht]] met deze titel dat populair was bij vastenavondvieringen, en waarin de burgerlijke wereld op zijn kop werd gezet. Het was ook de naam van een [[De Blauwe Schuit (gezelschap)|vereniging]] die rond carnaval actief was op dit thema.
 
In en rond de herberg wordt er stevig gedronken. Buiten de herberg staan twee grote wijnvaten; op één ervan hangt een man zijn roes uit te slapen onder een uitgaande lantaarn: zijn licht is uitgegaan. Een andere man lijkt [[urineren|zijn blaas te ledigen]] tegen de muur van de herberg.
 
Op de bovenverdieping zien we een ontmoeting tussen twee minnaars. Links daarvan hangt een muzikant met zijn [[doedelzak]] uit het raam om te [[braken (lichaamsfunctie)|braken]]. De vorm van zijn instrument, waarvan de pijpen naar het minnepaar zijn gericht, suggereert [[seksualiteit]].
 
{{Afbeelding combi horizontaal
}}
 
Vóór de herberg voeren toneelspelers een [[klucht]] op, ''De vuile bruid'', een populaire voorstelling op Vastenavond. In dit spel stemt een boer er in een dronken bui mee in om in het huwelijk treden. 's Anderendaags volgt de ontnuchtering, wanneer hij ontdekt hoe vuil en slonzig zijn bruid er uitziet. In het tafereel zien we het bruidspaar dansen voor de schamele tent waar het bruidsbed staat opgesteld. Het gebeuren wordt muzikaal omlijst met een geïmproviseerd muziekinstrument. Een gemaskerd lid van het gezelschap collecteert geld met een spaarpot. Bruegel heeft dezelfde scène later hernomen in het ontwerp voor een [[houtsnede]], die om onbekende redenen nooit is uitgegeven. Wel is dit ontwerp gebruikt voor een [[kopergravure]], uitgegeven door Cock in 1570, dus na Bruegels dood. Het Latijnse vers bij deze prent ("Als Mopsus zelfs met Nisa trouwt, wat moeten wij dan niet van de liefde verwachten?"), ontleend aan [[Vergilius]],<ref>P. Vergilius Maro, ''[[Bucolica]],'' Ecloga 8, vers 26</ref> lijkt eerder een fijnzinnig-[[Renaissance-humanisme|humanistische]] toevoeging door Cock.
 
{{Afbeelding combi horizontaal
 
Op de achtergrond is een andere groep toneelspelers actief aan herberg De Draak. Zij brengen een [[straattheater]]voorstelling van ''De vangst van de wildeman'', gebaseerd op de midden zestiende eeuw populaire [[ridderroman]] ''[[Valentijn en Oursson]].'' We zien vier acteurs, waarvan er een duidelijk is verkleed als de wilde man Oursson, een andere, met de kruisboog, als Valentijn. In de acteur met de kroon en het zwaard herkennen we koning Pepijn. Een metgezel collecteert geld bij de toeschouwers in de herberg.
Dit tafereel is in 1566 door Bruegel herhaald in een ontwerp voor een houtsnede, die door een anonieme houtsnijder is uitgevoerd.
 
In de linkerbenedenhoek, boven de signatuur, houden twee figuren een [[dobbelspel]]. De ene is gemaskerd en reikt reeds naar de gewonnen wafel, de tweede draagt wafels aan zijn muts. [[Herman Pleij]] heeft deze figuren geïdentificeerd als mommekanser en koekkramer.<ref>H. Pleij, ''Mommekansen met de wafelbakker. Een 16e-eeuws volksgebruik afgebeeld op Breugels ''Strijd tussen Carnaval en Vasten. In: ''Volkskunde'' LXXX,1969, p. 228-232. Geciteerd op {{citeer web|url=http://www.vaantjesboer.be/armandsermon/web%20carnaval/2%20bruegel/mommekanser/mommekanser%20en%20koekkramer.htm|titel=Mommekanser en koekkramer|bezochtdatum=18 augustus 2019}}</ref> Het mommekansen was de praktijk om, zwijgend en onder de anonimiteit van de in de carnavalsperiode gedoogde vermommingen, een [[kansspel]] aan te bieden aan argeloze feestvierders. Niet zelden was het spel vervalst en werd het slachtoffer opgelicht. Maar ook de verliezer is hier niet onschuldig: de koekkramer schuimde [[kermis]]sen af, en liet zijn klanten een inleg betalen, waarna deze kon dobbelen om te bepalen of hij een wafel kreeg.
 
Boven heer Vastenavond zien we hoe een vrouw [[wafel]]s bakt te midden tussen het carnavalsgewoel, om die aan voorbijgangers te kunnen aanbieden. Ze houdt een [[wafelijzer]] in een geïmproviseerd vuurtje en schraapt de randen van het ijzer schoon met een mes. Aan haar voeten staat de beslagkom met een pollepel. Rond haar liggen de schalen van gebruikte eieren, terwijl op een krukje nog drie grote ganzeneieren liggen.
 
{{Afbeelding combi horizontaal
| breedte2 = 210
}}
Een groep van vijf kreupele bedelaars probeert de aandacht van de passanten te trekken. Een van hen draagt een kartonnen kroon en vossenstaarten, een andere heeft belletjes om zijn ene (ongeschonden) been. Het lijkt erop dat ze dansen en zingen, en misschien in een spotlied de gevestigde orde omkeren. Bruegel schilderde jaren later [[De kreupelen|een gelijkaardige groep]] op klein formaat.
 
[[Bestand:Bruegel_-_The_Fight_between_Carnival_and_Lent_-_detail_January.png|left|thumb|Leprozenoptocht]]
Hoe verder de blik van de toeschouwer in het schilderij wordt getrokken, hoe meer de taferelen betrekking hebben op gebruiken die voorafgaan aan de eigenlijke carnavalsperiode. Boven de kreupele bedelaars zien we twee paren, waarvan de vrouwen en de mannen telkens identiek zijn uitgedost. De mannen torsen bovendien grote brandende fakkels. Het zijn wellicht deelnemers aan een rituele dans ter gelegenheid van [[Maria-Lichtmis]].
Een groepje kinderen is verzameld rond een vat waar een jongen is op geklommen. Hij heft een tinnen drinkkan aan de mond terwijl de anderen hem luidkeels aanmoedigen. Hij is door de anderen aangesteld tot "koning", waarbij de gewone orde wordt omgekeerd, onder de kreet "de koning drinkt." Een gast of bewoner van de herberg kan het kabaal dat de kinderen maken slechts matig appreciëren en giet daarom vanaf de bovenverdieping een emmer leeg.
 
Daarnaast zien we een merkwaardige religieuze processie, die wordt voorafgegaan door een doedelzakspeler. De optocht bestaat uit [[lepra|leprozen]] die ter gelegenheid van [[koppermaandag]], de eerste maandag na Driekoningen, de stad in mogen. Ze zijn herkenbaar aan hun bruine mantels en klepperen met hun ratels. Links en rechts krijgen ze giften in natura toegestopt: drank in de herberg, en brood uit de bakkerij. Achter de stoet zien we een nieuwe optocht, ingeleid door een trommelaar en een fijferspeler: drie merkwaardig uitgedoste figuren treden uit een fel verlichte deuropening. Het is een Driekoningenstoet, die van herberg tot herberg trekt. Daar vlakbij is er een [[vreugdevuur]] aangestoken. Op straat en in de herberg vinden [[reidans]]en plaats.
 
===Rechterzijde===
Zoals de herberg aan de linkerzijde het Carnaval domineert, is aan de rechterzijde het kerkgebouw bepalend voor het gebeuren van de Vastentijd. De kerk zelf lijkt een eenvoudige eenbeukige [[zaalkerk]] in [[Gotiek (bouwkunst)|gotische stijl]] met een [[roosvenster]].
 
{{Afbeelding combi horizontaal
Binnen zien we vrouwen met een [[huik (kleding)|huik]] en blootshoofdse mannen luisteren naar een vastenpreek. Een priester neemt de biecht af. De [[heiligenbeeld]]en zijn afgedekt met witte doeken, een gewoonte vanaf [[Judica|Passiezondag]]. Wie de kerk langs de hoofdingang binnenkomt, krijgt een [[collecte]]schaal onder de neus geduwd. Buiten zit een man aan een tafeltje met een [[relikwie]] die de vromen voor enkele muntstukken kunnen aanraken; aan de overzijde heeft een vrouw een kraampje waar ze [[ex voto|votiefgeschenken]] verkoopt. Een man en een vrouw bidden geknield tegen de muur van de kerk, om zo een [[aflaat]] te verdienen. Uit een zijdeur van de kerk komen de armere gelovigen naar buiten: sommigen dragen krukjes, anderen een drievoetige stoel waarmee ze de lange vastenpreek hebben doorstaan.
 
De rijkere burgers, die in de kerk op een bank hebben mogen zitten, verlaten de kerk langs de hoofdingang; een heer is vergezeld van een knechtje dat zijn eigen opvouwbare stoel draagt. Sommige vrouwen in zwarte huiken hebben [[buxus]]takjes bij, een gebruik dat verbonden is met [[Palmzondag]]. De rijkeren zijn door de vastenpreek herinnerd aan hun verplichting tot [[naastenliefde]], en geven daarom [[aalmoes|aalmoezen]] aan de talrijk opgekomen [[bedelen|bedelaars]].
 
Deze bedelaars vormen een catalogus van onfortuinlijken die te lijden hebben aan aangeboren afwijkingen, invaliditeit door ongeluk, ziekte, en zelfs dood. Anders dan de groep bedelaars aan de linkerkant die geen gehoor vindt, krijgen de bedelaars aan de rechterkant wel de volle aandacht van de kerkgangers. Schijn bedriegt echter: nabij de stumper die beide voeten en een onderarm mist, staat een vrouw misbaar te maken. Zij draagt pelgrimsinsignes, maar in de mand op haar rug zit een aapje, wat duidt op [[hypocrisie|veinzerij]].
 
{{Afbeelding combi horizontaal
Op een opvallende plaats in de rechterbenedenhoek ligt, half bedekt door het witte laken, het opgezwollen lijk van een drenkeling, met het gezicht naar de toeschouwer gekeerd. Iets daarboven komt langs de rechterrand een schamel geklede man met een mismaakte arm het beeld binnen. Aan de hoofduitgang van de kerk liggen twee kinderen op de grond naast hun bedelende ouders. In het origineel is nog net waar te nemen dat in de bak met wieltjes, rechts van het viskraam, een menselijke figuur wordt voortgetrokken en -geduwd. Gaat het hier om een lijk of om een bedlegerige zieke vrouw? Door deze details mee te nemen in de beschouwing krijgt het werk in het algemeen een ernstiger toon. Vooral de aanwezigheid van het lijk op de prominente plaats in de benedenhoek verleent aan het schilderij het karakter van een [[Memento mori]].
 
Opmerkelijk is het groepje kinderen dat, ongevoelig voor de uiteenlopende vormen van ellende en boetedoening die hen omringen, onbezorgd met hun [[priktol]]len en zweeptollen blijft spelen. Het groepje lijkt een voorloper van Bruegels andere encyclopedische schilderij, ''[[Kinderspelen|De kinderspelen]]''.
 
===Centrum===
 
==Herkomst==
Over het ontstaan en de eerste jaren van het werk tasten we in het duister. Waarschijnlijk schilderde Bruegel het in opdracht van een rijke koopman, die het tentoonstelde in de eetkamer waar hij gasten ontving. Het moet daar gefungeerd hebben als een ''conversation piece'', dat de gesprekstof leverde voor de conversatie tussen de disgenoten in een geestig en geciviliseerd [[drinkgelag]], naar het voorbeeld van de ''[[Colloquia (Erasmus)|Colloquia]]'' van [[Desiderius Erasmus|Erasmus]].
 
De eerste vermelding van het werk vinden we in [[Karel van Mander (I)|Karel van Mander]]s bespreking van Bruegels leven en werken in zijn ''[[Schilder-boeck]]'' (1604): {{Cquote|Hy heeft oock ghemaeckt een stuck daer den Vasten teghen den Vasten-avondt strijdt.|Karel van Mander}}
De passage laat in het midden waar het werk zich op dat ogenblik bevond, terwijl Van Mander toch meende dat andere werken zich "althans by den Keyser" bevonden. Bedoelde keizer was [[keizer Rudolf II|Rudolf II]], die in zijn residentie te [[Praag]] een grote collectie kunstwerken verzamelde. Aangezien ''De strijd'' niet voorkomt in het nauwgezet bijgehouden aankoopregister en inventaris van Rudolfs broer, de Bruegel-enthousiaste landvoogd [[Ernst van Oostenrijk (1553-1595)|aartshertog Ernst]], wordt aangenomen dat Rudolf het zelf via zijn agenten in de Nederlanden verwierf. Dat ''De strijd'' zich in de keizerlijke collectie te Praag bevond, wordt bevestigd door een vermelding in 1613 als "des Brögels fastnachtgrillen" in een satirisch gedicht door de hoveling Abraham von Dohna.<ref>Alice Hoppe-Harnonbourg, in M. Sellink e.a., ''Bruegel. The Hand of the Master'' (e-book), pp. 336-337</ref>
 
Na Rudolfs dood ging het schilderij over in het bezit van zijn broer aartshertog [[Maximiliaan III van Oostenrijk]], de [[grootmeester (ridderorde)|grootmeester]] van de [[Duitse Orde]]. Het werd vermeld in de nalatenschap (1626) van zijn opvolger als grootmeester, aartshertog Karel, prins-bisschop van Breslau. Daarna kwam het in de keizerlijke collectie in de schatkamer op de [[Hofburg]] terecht, waar het werd vergeten tot het in 1748, samen met andere werken, een nieuwe plaats kreeg in de ''Gemäldegalerie'' in de Stallburg, waar reeds de collectie van [[Leopold Willem van Oostenrijk|aartshertog Leopold Willem]] werd tentoongesteld. In 1776 werd de Bruegel-collectie krachtens een beslissing van [[Maria Theresia van Oostenrijk (1717-1780)|Keizerin Maria Theresia]] en [[Keizer Jozef II]] verhuisd naar het [[Obere Belvedere|Slot Belvedere]], dat als museum werd ingericht. Toen na de [[slag bij Wagram]] in 1809 Wenen door de Napoleontische troepen werd bezet, was het niet tijdig geëvacueerd en werd het daarom door [[Vivant Denon]] meegevoerd naar Parijs, om het tentoon te stellen in het [[Louvre|Musée Napoléon]]. Het komt inderdaad, samen met ''[[Kinderspelen|De kinderspelen]]'' voor in de catalogus van de tentoonstelling die in juli 1814 geopend werd in het tot ''Musée royal'' herdoopte museum.<ref>''Notice des tableaux des écoles primitives de l'Italie, de l'Allemagne et de plusieurs autres tableaux de différentes écoles, exposés dans le grand salon du Musée royal.'' De volledige notitie leest: "24. ''Le Carnaval.'' Pour faire connaître avec précision cette époque joyeuse, le Peintre a retracé dans l'intérieur d'une église à la droite du spectateur, les cérémonies religieuses que l'église romaine a coutume de célebrer le lendemain du Mardi gras. Ce tableau porte la date de MDLIX. Il est peint sur bois, ainsi que le précédent."</ref> Na het tweede [[Verdrag van Parijs (1815)|Verdrag van Parijs]] werden beide werken aan Oostenrijk gerestitueerd en opnieuw in het Belvedere opgehangen.
 
==Kopieën==
De populariteit van het werk blijkt uit het feit dat er niet minder dan achttien kopieën van werden gemaakt.<ref>Sabine Pénot, ''Een originele blik op Pieter Bruegels Strijd tussen Carnaval en Vasten,'' in: ''Voorwerp van gesprek. De wereld van Bruegel.'', p. 18</ref> Hiervan zijn er een vijftal gemaakt door Bruegels oudste zoon [[Pieter Brueghel de Jonge]] of diens atelier. Brueghel de Jonge werkte vermoedelijk op grond van voorbereidende tekeningen en kartons. Uit infrarood-onderzoek van de Brusselse kopie blijkt dat hierop ponspunten zijn overgebleven die resteren van het doorprikken van het karton.<ref> C. Currie, D. Allart, ''The Brueg(H)el Phenomenon. Paintings by Pieter Bruegel the Elder and Pieter Brueghel the Younger with a Special Focus on Technique and Copying Practice'', Brepols, 2012</ref>
 
De [[Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België]] kochten hun kopie in 1999 op een veiling in het [[BOZAR|Paleis voor Schone Kunsten]].<ref>{{citeer web|url=https://www.tijd.be/algemeen/algemeen/brussels-veilinghuis-biedt-brueghels-aan/5241443.html|titel=Brussels veilinghuis biedt 'Brueghels' aan|datum=5 juni 1999|bezochtdatum=23 augustus 2019|uitgever=De Tijd}}</ref><ref>{{citeer web|url=https://www.demorgen.be/nieuws/brussels-museum-haalt-brueghel-binnen~b60382ba/|titel=Brussels museum haalt Brueghel binnen|datum=11 juni 1999|bezochtdatum=23 augustus 2019|uitgever=De Morgen}}</ref> Dit exemplaar wordt beschouwd als een eigenhandige kopie door Pieter Bruegel de Jonge, en volgt nauwgezet de originele compositie. In de oeuvrecatalogus van Klaus Ertz draagt dit het catalogusnummer E&nbsp;183.<ref name="ke">Klaus Ertz: Pieter Brueghel der Jüngere, Die Gemälde, Bd. 1, Lingen 1998/2000</ref>
 
Een andere kopie door Pieter Brueghel de Jonge (E 186<ref name="ke" />) behaalde in 2011 een recordbedrag toen het door [[Christie's]] werd geveild voor 6,87 miljoen pond.<ref>{{citeer web|url=https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20111207_035|titel=Recordbedrag voor werk van Pieter Brueghel de Jonge|uitgever=Het Nieuwsblad|datum=7 december 2011|bezochtdatum=18 augustus 2019}}</ref><ref>https://www.christies.com/lotfinder/paintings/pieter-brueghel-ii-the-battle-between-carnival-5520523-details.aspx</ref>
 
Andere kopieën in particulier bezit werden openbaar verkocht door [[Sotheby's]] in 2012 voor 4,52 miljoen pond<ref>http://www.sothebys.com/en/auctions/ecatalogue/2012/old-master-british-paintings-evening-sale/lot.11.html</ref>(E 185<ref name="ke" />), en door Christie's in 2010 voor 2 miljoen pond.<ref>https://www.christies.com/lotfinder/paintings/pieter-brueghel-ii-the-combat-between-carnival-5391252-details.aspx</ref>
 
Een kopie (E 184<ref name="ke" />) die in 1937 door de kunstverzamelaar Stanisław Ursyn-Rusiecki aan het Nationaal Museum in [[Krakau (hoofdbetekenis)|Krakau]] was gedoneerd, werd in 1939 na de Duitse invasie door de bezetter weggehaald. Sindsdien ontbreekt elk spoor. In 2015 schokte de Poolse staat de kunstwereld door te stellen dat het de rechtmatige eigenaar is van het originele werk in het Kunsthistorisches Museum.<ref>{{citeer web|url=https://www.tijd.be/cultuur/kunstmarkt/oostenrijk-en-polen-in-clinch-over-nazischilderij-bruegel/9690682.html|titel=Oostenrijk en Polen in clinch over ‘nazischilderij' Bruegel|datum=23 oktober 2015|bezochtdatum=17 augustus 2019|uitgever=De Tijd}}</ref> Het verdwenen exemplaar droeg echter volgens de beschrijvingen de signatuur P. BRUEGHEL, wat typisch was voor Pieter Brueghel de Jonge. Vergelijking van de foto's van het vermiste stuk met het werk in Wenen leert ook dat er verschillen zijn tussen de twee, onder meer in het roosvenster van de kerk.
}}
Tot eind negentiende eeuw was het gebruikelijk om Bruegels werk eenvoudig te beschouwen als een weergave van grappige en volkse taferelen.
[[Felix Timmermans]] past in deze traditie en blies ze nieuw leven in: in zijn gefantaseerde biografie ''Pieter Bruegel. Zoo heb ik u uit uwe werken geroken'' laat hij de jonge Pieter Bruegel op vastenavond getuige zijn van een "spiegelgevecht, dat op de Groote Markt gespeeld wierd tusschen De Vette Vastenavond, en De Magere Vasten."<ref>Felix Timmermans, ''Zoo heb ik u uit uwe werken geroken'', hoofdstuk ''De Mageren'', sectie 5</ref> Dit is een letterlijke lezing van het schilderij, alsof het de weergave is van een werkelijke gebeurtenis, en Vrouwe Vasten eigenlijk deel uitmaakt van het carnavalsgebeuren. Een andere traditionele lezing is een morele en theologische: een veroordeling van de goddeloze losbandigheid en liederlijkheid links tegenover een waardering van het christelijke plichts- en schuldbewustzijn rechts.
 
[[Charles de Tolnay]]<ref name="tolnay" /> bracht in 1935 onder de aandacht dat Bruegel banden had met het [[renaissance-humanisme]] van zijn tijd, en citeert [[Abraham Ortelius]]<ref>Abrahm Ortelius, ''Album amicorum'', manuscript in Cambridge, Pembroke College. {{la}}"Multa pinxit, hic Brugellius, quae pingi non possunt, quod Plinius de Appelle. In omnius eius operibus intelligitur plus semper quam pingitur."</ref>: {{Cquote|Bruegel heeft veel geschilderd wat niet geschilderd kan worden, zoals [[Plinius de Oudere|Plinius]] van [[Apelles (schilder)|Apelles]] zei. Uit al zijn werken kan er steeds meer worden begrepen dan er geschilderd is.|Abraham Ortelius}}
 
De Tolnay analyseert ''De strijd tussen Vasten en Vastenavond'' door te stellen dat de allegorie voor Bruegel een voorwendsel is geweest. Het is geen strikte strijd tussen goed en kwaad, tussen deugd en ondeugd, aangezien de scheidslijn tussen beide niet scherp te trekken is. Het werk handelt eerder over de levenscyclus en de ''condition humaine''.
 
Academici hebben sindsdien Bruegel dikwijls geïnterpreteerd als een verlicht-humanistische geest, die geheime aanwijzingen voor zijn verondersteld kritisch wereldbeeld in zijn werken verstopte. Carl Gustaf Stridbeck had de meest stoutmoedige interpretatie: het schilderij gaat over de [[godsdiensttwist]]en in de zestiende eeuw, waarbij de rechterzijde (de Vasten) het [[Rooms-Katholieke Kerk|Roomse geloof]] vertegenwoordigt, en de linkerzijde (Vastenavond) het protestantse [[lutheranisme]].<ref>C.G. Stridbeck, ''Bruegelstudien : Untersuchungen zu den ikonologischen Problemen bei Pieter Bruegel d. Ä. sowie dessen Beziehungen zum niderländischen Romanismus'', Almqvist & Wiksell, Stockholm, 1956</ref> Hoewel de identificatie van de Vasten met de Roomse kerk voor de hand ligt, is de vereenzelviging van het Carnaval met het protestantisme eerder problematisch. De theorie van Stridbeck wordt dan ook afgedaan als "spekulatieve iconologische interpretaties."<ref>K. Demus, ''Kunsthistorisches Museum Wien. Katalog der Gemäldegalerie. Flämische Malerei von Jan van Eyck bis Pieter Bruegel d. Ä,'' Wenen, 1981</ref>
114.239

bewerkingen