Otto-proces: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  3 maanden geleden
zinsbouw verbeterd
(zinsbouw verbeterd)
Het is duidelijk dat het Otto-proces enkel theoretisch haalbaar is. Zuiver reversibele stappen zijn praktisch onmogelijk, warmteverliezen bij adiabatisch gestelde stappen onvermijdelijk en isochore stappen onhaalbaar vanwege thermische expansie. Doch is de theoretisch benadering nuttig, gezien dat het een theoretische bovengrens oplevert.
 
De meest voorname toepassing van de Otto-cyclus wordt gevonden binnen de verbrandingsmotoren met ontstekingsmechanisme, namelijk de zogenaamde mengselmotoren. Niet toevallig wordt dit type ook regelmatig de Otto-motor genoemd. Het bekendste voorbeeld is de [[benzinemotor]], maar ook [[aardgas]] en [[kerosine]] zijn veelvoorkomende brandstoffen. Van deze motor eerste motor ligt het reëel rendement zeer laag: doorheen het hele proces bedraagt dit slechts 20%.
 
Dit is enerzijds te wijten aan de thermische efficiëntie, maar anderzijds eveneens aan het energieverlies door [[wrijving]] etc. Een andere voorname reden voor deze lage efficiëntie is de limiet op de compressieratio. Deze kan grofweg de waarde van 10 niet overschrijden, omdat in het andere geval een fenomeen genaamd voorontsteking in werking treedt. Dit houdt in dat de ontsteking niet te wijten is aan het ontstekingsmechanisme, maar aan andere warme locaties. Zo vindt de ontsteking niet op het ideale moment plaats en begint de verbrandingsmotor te [[Pingelen|kloppen]].