Gustav Simon: verschil tussen versies

38 bytes verwijderd ,  4 jaar geleden
 
== Luxemburg ==
Dit veranderde in 1940, toen [[Luxemburg (land)|Luxemburg]] bezet werd. Simon kreeg de civiele administratie van het Groothertogdom toebedeeld, aanvankelijk onder supervisie van het militaire bestuur van [[Von Falkenhausen]]. Maar Hitler had speciale plannen met Luxemburg, omdat hij de bevolking daar zodanig verwant aan de Duitsers achtte dat hij vond dat Luxemburg uiteindelijk een deel van Duitsland moest worden. Daarom werd Luxemburg in augustus 1940 onder civiel bestuur gesteld, met Simon als hoofd van de civiele administratie van Luxemburg. Zijn taak was Luxemburg klaar te stomen voor annexatie door het te germaniseren en te nazificeren.
 
Simon werkte hiertoe samen met de collaborerende Volksduitse Beweging (VDB) van professor Kratzenberg, maar diens beweging groeide slechts doordat Simon moest dreigen met ontslag voor hen die niet lid werden. Verder verbood hij de Franse taal en het gebruik van Franse uitdrukkingen. Frans klinkende achternamen moesten zelfs gewijzigd worden. In augustus 1942 werd de annexatie afgekondigd. Simons Gau zou uitgebreid worden met Luxemburg en hernoemd tot [[Reichsgau Moselland]]. Zover is het echter niet gekomen en Simon bleef Luxemburg apart van zijn eigen Gau besturen als hoofd van de civiele administratie.
 
Dit, alsmede de afkondiging voor de dienstplicht voor jonge mannen, leidde op 31 augustus 1942 tot een staking in het noordelijke plaatsje [[Wiltz]], die zich uitbreidde tot een [[nationale staking]]. Simon reageerde met het uitroepen van de [[noodtoestand]], en liet duizenden stakers gevangenzetten en in elkaar slaan. Twintig personen werden direct doodgeschoten, vijfenveertig aan de Gestapo overgedragen, en honderdvijfentwintig langdurig vastgehouden. Hun bezittingen werden geconfisqueerd en hun huizen in bezit genomen door Duitse immigranten. Sindsdien werd de bezetting van Luxemburg grimmiger, en regeerde Simon met terreur. De Gestapo hield van een groot deel van de bevolking dossiers bij,. en zijZij die zich anti-Duits of anti-naziantinazi uitlieten, weigerden VDB-lid te worden, of verzet pleegden, werden gedeporteerd. Vaak werd men gedeporteerd naar kampen in het oosten van Duitsland, ver van Luxemburg.
 
Ook de Luxemburgse joden moesten het ontgelden. In 1940 woonden er 3,800 joden in Luxemburg, waarvan een groot deel vluchtelingen uit nazi-Duitsland. Tweeduizend van hen vluchtten bij het begin van de invasie, waarna de 1,800 overblijvers aan een toenemende repressie werden onderworpen. De Neurenberger wetten werden van toepassing verklaard, joden kregen een avondklok opgelegd, werden ontslagen, en onteigend van hun bezittingen. De synagogen werden verwoest. Tussen augustus 1940 en oktober 1941 werden in totaal 619 joden het land uitgezet. Daar hun eindbestemming, Spanje, hen niet wilde opnemen, werden ze uiteindelijk van hot naar her gesleept. De overgebleven joden werden, voor zover ze niet onderdoken, gearresteerd en in het oude klooster van [[Cinqfontaines]] geconcentreerd. Het ging hier om 683 personen. Van hieruit werden ze in groepjes gedeporteerd: aanvankelijk naar het [[getto van Łódź]], vanaf april 1942 rechtstreeks naar de werk- en vernietigingskampen in Polen. Slechts 43 personen keerden terug.