Hoofdmenu openen

Wijzigingen

1 byte verwijderd ,  5 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
Na de [[Tweede Wereldoorlog]] bemoeide de staat zich dan ook meer met de binnenlandse economie. In het kader van de wederopbouw werd de doestelling om Nederland internationaal gezien een goede concurrentiepositie te verschaffen centraal gesteld. Daarnaast stelde de staat zichzelf ook ten doel om [[werkloosheid]] zo veel mogelijk uit te bannen ([[doelstelling]] van [[volledige werkgelegenheid]] genoemd) en vanuit deze twee doelstellingen matigde de overheid de lonen.
 
Het algemene uitgangspunt was dat de overheid vaker zou moeten ingrijpen, omdat de economie tijdens de langdurige crisis van de [[1930-1939|jaren dertig]] niet in staat was gebleken zichzelf te genezen. Een verbetering van de welvaart met handhaving van de concurrentiepositie ten opziochteopzochte van andere landen werd alleen mogelijk geacht door deze opvoering procentueel hoger te doen zijn dan die van de koopkracht van de lonen. Loonsverhogingen werden daarom door de overheid alleen toegestaan als zij door een productiviteitsverhoging konden worden gerechtvaardigd.
 
Ook de prijspolitiek werd door de overheid bepaald. Zo hield de regering controle over de nationale economie. Alle krachten stonden in dienst van de wederopbouw. Stakingen kwamen zelden voor; in de meeste Europese landen was dat wel anders. Met enige afgunst werd gesproken van het "''miracle hollandais''".
Anonieme gebruiker