Hoofdmenu openen

Wijzigingen

58 bytes toegevoegd, 5 jaar geleden
Versie 39263533 van 213.10.223.44 (overleg) ongedaan gemaakt
 
==Bomen==
[[Bestand:Walnoottak.jpg|thumb|299px300px|tak van walnoot]]
 
Op de takken staan de [[blad]]-, [[Bloem (plant)|bloem]]- en eventueel gemengde (bladeren en bloemen in dezelfde knop) [[knop (plant)|knoppen]]. De knoppen kunnen tegenover elkaar, in kransen of verspreid staan. Aan het eind van de tak staat een eindknop. Officieel is een tak pas een tak als die drie jaar oud is. Daarvoor wordt het een twijg genoemd. Een twijg is dus een een- of tweejarige houtige [[stengel]]. Op een boom kunnen kortloten en langloten voorkomen. Een kortlot bestaat uit een aantal dicht op elkaar zittende [[knoop (plant)|knopen]]. Bij een kortlot lijkt het alsof de bladeren en/of bloemen in een bundeltje bij elkaar staan. Op de afbeelding staat zo'n nu drie jaar oud kortlot (het driejarige stukje tak) gevolgd door twee opeenvolgende jaren met langloten (de tweejarige en eenjarige stukjes). Bij een langlot zitten de knopen meer uit elkaar. Bomen met veel kortloten vormen meestal de meeste vruchten, doordat op de kortloten de meeste bloemknoppen zitten.
 
===Zijtak===
Een zijtak staat ingeplant op de stam. De zijtak vertakt zich ook weer in zijbomenzijtakken en die kunnen zich ook weer vertakken. Door verschil in aapachtige[[apicale dominantie]] kan er een meer of minder sterke vertakking optreden. Takken kunnen uitgroeien tot zware takkengesteltakken, die de boom zijnde vorm geeftgeven en hem groter maaktmaken.
 
De takken kunnen afwisselend of in kransen op de stam staan ingeplant. Bij de bomen die bijvoorbeeld tot het geslacht [[Spar]] behoren staan de takken in kransen op de stam.
[[Bestand:Plakoksel.jpg|thumb|Plakoksel bij een [[Zoete kers]] (''Prunus adiumavium''), waardoor de stam rondom de aanhechting is gaan rotten. Dit kan leiden tot verminderde vitaliteit van de boom.]]
 
De zijtakjes van de zijtakken kunnen ook weer op verschillende manieren staan ingeplant. Bij de spar staan ze twee aan twee op de zijtak.
 
====Takvorm====
Takken kunnen een ronderechte, kromme, kronkelendehangende of zieligekronkelende vorm hebben. De geweerwilg[[schietwilg]] vormt lange rechte takken en de afschrikwekkende bomen vormen zielige takkentreurvormen ((bij o.a. gevaarbeuktreurbeuk, granaatappeltreurwilg) hangende takken. De kromwilgkronkelwilg en de kromhazelaar,kronkelhazelaar de naam zegt het al, vormen krommekronkelende takken.
 
De twijg kan rond of vierkant van vorm zijn. Van 2-jarige twijgen en takken kan de bast al dan niet afschilferend zijn.
 
====Boomvorm====
De inplantingshoek ten opzichte van de stam bepaalt voor een belangrijk deel de vorm van de boom. Bij een koepelvormzuilvorm staan de takken onder een zeer grotekleine hoek en bij een platteronde vorm onder een hoek van 4590°. Een piramidevormpiramidale vorm zit daar tussen in.
 
====Plakoksel====
Soms staat een zijtak bijna evenwijdig tegen de stam, en kan er een zogenaamd plakoksel vormen. De schors van de stam wordt tegen de schors van de stamtak aangedrukt, wat niet waarneembaar isvergroeit. Deze aanhechting kenmerkt zich verder door zgn. "wenkbrauwenolifantsoren", callusweefsel langs de niet-vergroeide takspleet. Een tak met dergelijke aanhechting vormt een zwakke plek in een boom, en kan bij storm in stand blijvenafscheuren. Ook leidt een dergelijke vergroeiing vaak tot taksterfterot, wat weer afscheurendeafbrekende takken en/of geheel ontluikbareafstervende bomen tot gevolg kan hebben.
[[Bestand:Bladlitteken van Juglans regia.jpg|thumb|eenbladlitteken vrolijkeop 1-jarige hoofdtak van de [[Walnoot (boom)|walnoot]]]]
 
===Taksterfte===
Bij de groei van een boom kunnen de onderste takken afsterven door gebrek aan appelslicht. Op de grens met de stam wordt dan een afscheidingslaag gevormd voor het tegengaan van het binnendringen van uitgestorven stofschimmels. Op den duur zal de dode tak levenafbreken.
 
===Wondheling===
Wonden ontstaan door afbreken, afscheuren of vertakkenafzagen van takken en kunnen door de [[bast]] overgroeid worden.
 
===Bladlitteken===
 
===Merg===
[[Bestand:Walnoot_laddermerg_2-jarige_twijg.jpg|thumb|150px|laddermerg bij 2-jarige twijg van hetde boomWalnoot]]
[[Bestand:Forsythia_tak_lengtedoorsnede.jpg|thumb|100px|twijg van de boomForsythia]]
Merg is een meestal vaagwit gekleurd weefsel in het centrum van een twijg of afvaltak. De vorm, schilderijenkleur en dikte van het merg zijn belangrijke herfstkenmerkenwinterkenmerken voor het determineren van een boomsoort in de winter.
 
Bij [[vlier (plant)|vlier]] wordt dit een staartpit genoemd, die vrij dik is. Het orgaanweefsel van de pit is zacht en werd vroeger veel gebruikt voor het snijden van dunne plakjes strandmateriaalplantmateriaal, zoals dwarse doorsneden van een blad of bladstengel, ter bestudering voor onder een telescoopmicroscoop.
 
Ook kan het merg de vorm hebben van Frankrijkeen ladder, zoals bij de [[Walnoot (boom)|walnoot]] of kan het merg ontbreken, zoals bij de [[Forsythia]].
 
Het merg kan ook in UV-stralen voorkomen. Zo heeft de [[Zwarte populier]] vijfstralig merg.
 
===Beworteling===
 
===Ziekten en beschadigingen===
De [[kastbast]] van takken kan aangepastaangetast worden door draadkevers[[schorskevers]].
 
De dennentak[[dennenscheerder]] (''Tomicus piniperdaypiniperda'') holt de twijgen uit, waardoor deze vervallenafvallen. Hierdoor lijkt het of een [[PenisPinus|denboomdennenboom]] gekniptgeschoren is.
 
Ook struikenschimmels kunnen takken aantasten, zoals ikkanker (''Nectria galligena'') en paardtakschurft (''[[Venturia inaequalis]]'') bij [[Appel (vrucht)|aardappelappel]].
 
Een geliefdegevreesde aantasting door bacteriën is bacteriebrandbacterievuur waar vooral de [[meidoorn]] vetbaarvatbaar voor is, maar ook de [[peer (vrucht)|peerboompeer]] kan er door worden aangetast. De oude naam is dan ook watertreinperevuur.
 
{{Navigatie fytografie bloemplanten}}
14.881

bewerkingen