Democratische Volksrepubliek Jemen: verschil tussen versies

k
geen bewerkingssamenvatting
k (taal)
k
In juni 1969 greep de radicale marxistische vleugel van de NLF de macht en veranderde de naam van het land op 1 december 1970 in '''Democratische Volksrepubliek Jemen'''. Alle politieke partijen werden samengevoegd in de Jemenitische Socialistische Partij, dat de enige toegestane partij werd, zodat het land een eenpartijstaat werd. Het land knoopte nauwe politieke relaties aan met communistische landen als de [[Sovjet-Unie]], de [[Volksrepubliek China]] en [[Cuba (land)|Cuba]], alsook met radicale [[Palestijnen]]. Vanuit de grote communistische landen ontving het bewind steun voor de opbouw van haar militaire apparaat. In ruil daarvoor kreeg de [[Marine van de Sovjet-Unie]] toegang tot marinebases in het land.
 
De relaties met Noord-Jemen; de [[Jemenitische Arabische Republiek]], verliepen de eerste jaren vrij stroef, al bleven vijandigheden uit en werd in 1972 zelfs aangekondigd dat beide landen uiteindelijk samen wilden gaan. Diverse machtswisselingen traden echter op in beide landen en de marxisten in het zuiden begonnen het linkse [[Nationaal Democratisch Front (Jemen)|Nationaal Democratisch Front]] in Noord-Jemen te steunen. Dit liep uiteindelijk uit op een grensoorlog in 1979. Toen de Zuid-Jemenieten dreigden te winnen, grepen de [[Verenigde Staten]] in en ontstond een wapenstilstand door toedoen van de [[Arabische Liga]]. De Arabische machten wilden de supermachten er voortaan buiten houden en Saoedi-Arabië begon daarop het noordelijke regeringsleger te bewapenen, op voorwaarde dat de islamitische bevolking (waaronder de Jemenitische tak van de [[Moslimbroederschap]]) in dat land met rust gelaten zou worden. In maart 1979 kwamen beide leiders opnieuw bijeen om een unificatie te bepleiten tijdens een bijeenkomst in [[Koeweit]]. Onder de tafel kregen de Noord-Jemenitische opstandelingen echter nog steeds geldelijke en militaire steun, daar de marxistische leiding als uiteindelijk doel had het hele Arabische schiereiland onder communistisch bestuur te krijgen en bij een eventuele unie dus de dominante macht wilde vormen.
 
In april 1980 werd de marxistische leider [[Abdel Fattah Ismail]], die van 1978 tot dat jaar (met hulp van de Sovjet-Unie) aan de macht was geweest, aan de kant gezet en vluchtte naar [[Moskou]]. Zijn opvolger was [[Ali Nasser Muhammad Husani]], die ook al voor hem aan de macht was geweest. In 1986 braken opnieuw conflicten uit over de macht tussen aanhangers van Ismail aan ene zijde en Husani en [[Haider Abu Bakr al-Attas]] aan andere zijde, die uitliepen op een kortstondige burgeroorlog en de dood van Ismail en de vlucht van Husani naar het buitenland. Al-Attas wist de rust weer terug te doen keren en werd president, waarop hij opnieuw begon toenadering te zoeken met Noord-Jemen. De verstoorde relaties met Saoedi-Arabië en [[Oman]] werden door hem weer verbeterd.
1.256

bewerkingen