Muon: verschil tussen versies

Geen verandering in de grootte ,  9 jaar geleden
 
== Geschiedenis en naamgeving ==
In 1934 realiseerde [[Hideki Yukawa|Yukawa]] zich dat de [[zwakkesterke kernkracht|zwakkesterke kracht]] die de [[proton (deeltje)|protonen]] en [[neutron]]en in [[atoomkern]]en bij elkaar houdt, kon worden gemodelleerd als een gevolg van de uitwisseling van [[Massa (natuurkunde)|massieve]] [[Boson (deeltje)|boson]]en tussen de kerndeeltjes. In 1934 waren er nog geen [[deeltjesversneller]]s die deze bosonen zouden kunnen produceren en de beste kans om er een te vinden was in hoogenergetische [[kosmische straling]].
 
In [[1936]] ontdekte [[Carl Anderson (natuurkundige)|Carl David Anderson]], toen hij met behulp van een [[nevelvat]] kosmische straling bestudeerde, het muon. Anderson merkte op dat in zijn nevelvat sporen te zien waren die sterker kromden dan die van [[proton (deeltje)|protonen]], maar minder sterk dan die van elektronen. Hij trok de conclusie dat het om sporen van een "nieuw" deeltje moest gaan. Ervan uitgaande dat de [[elektrische lading]] van het deeltje gelijk was aan die van het elektron volgde eveneens dat de massa van het nieuwe deeltje tussen die van het proton en die van het elektron moest liggen. Anderson noemde het deeltje daarom in eerste instantie ''mesotron''. Het werd echter al snel duidelijk dat het muon niet het door Yukawa gezochte boson kon zijn; het drong onder andere veel dieper door in allerlei stoffen (waaronder lucht) dan het theoretisch voorspelde boson (in feite is het muon zelfs geen boson, maar een fermion). Het muon leek in eerste instantie geen natuurlijke plaats te hebben in de [[deeltjesfysica]]. Dit gaf [[Isidor Isaac Rabi|Isidor Rabi]] ([[Nobelprijs voor de Natuurkunde]] 1944) aanleiding tot zijn veel geciteerde uitspraak "Who ordered that?". Het duurde nog tot 1947 tot de door Yukawa voorspelde deeltjes werden gevonden. Deze worden nu [[Pion (natuurkunde)|pionen]] genoemd.
Anonieme gebruiker