Japanse oester: verschil tussen versies

36 bytes toegevoegd ,  9 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
De '''Japanse oester''' (''Crassostrea gigas''), is een eetbaar [[weekdieren|weekdier]] uit de klasse [[tweekleppigen]] (Bivalvia). De Japanse oester is nauwelijks te onderscheiden van de [[Portugese oester]]. Daarom beschouwen veel auteurs deze twee soorten als één. Hierbij houdt men telkens de naam van de Portugese oester (''Crassostrea angulata'') aan. De Japanse oester wordt door de [[Zeeuws|Zeeuwen]] ''creuse'' genoemd, en is een [[exoot]] die na de uitbraak van de [[oesterziekte]] in 1962/63 geïntroduceerd werd ter stimulering van de handel in oesters.
 
De Japanse oester is in staat om zich zowel op een harde ondergrond als op een zachte ondergrond te vestigen. Hij komt nu voor in de kuststreken van [[Nederland]] en [[België]] en is bezig met een enorme opmars. Hij wordt daarbij geholpen doordat hij het 'zaad' van de [[Mosselmossel (weekdier)|mossel]], de [[Kokkelkokkel]] en de [[Platteplatte oester]] uit het water filtert en consumeert. Na de Zeeuwse wateren, wordt hij ook meer en meer in de [[Waddenzee]] aangetroffen. Volwassen exemplaren van de Japanse oester kunnen in het algemeen 80 mm tot 400 mm groot zijn.
 
==Ecologische betekenis in Nederland==
Teneinde te onderzoeken of het nodig is beheersmaatregelen te nemen als gevolg van de explosieve ontwikkeling van de Japanse oester is een experiment gaande in de Oosterschelde om oesters weg te vissen om de gevolgen daarvan te onderzoeken.
 
De Japanse oester heeft in Nederland vrijwel geen [[natuurlijke vijand]]en en is door de daar voorkomende vogels niet te openen. Het zou daarom een negatief effect hebben op de aantallen van sommige vogels van de Europese [[kustwater]]en. Ook zou dit dier de larven van de [[Mosselmossel (weekdier)|mossel]], de [[Kokkelkokkel]] en de [[Oesteroester]] consumeren. Het gevolg hiervan zou kunnen zijn dat deze schelpdieren - die een belangrijke voedselbron voor vogels en eenden vormen - teruglopen met voedseltekort als gevolg.
 
Volgens anderen zou in de Waddenzee de opmars van de Japanse oester echter bijdragen aan het herstel van de [[mosselbank]]en die in de jaren 1990 geheel zijn opgevist. Mossels kunnen zich moeilijk in het kale zand vestigen, maar tussen de creuses blijken ze tegen de verwachting in goed te groeien. De Japanse [[rif (biogeen)|oesterriffen]] blijken een waardevolle [[habitat]] te zijn voor een groot aantal andere soorten die tussen de scherpe schelpen bescherming vinden. Naast mossels zijn dat onder andere [[strandkrab]]ben, [[Alikruik]]en, [[keverslak]]ken, krabben en vissen. De krabben, mossels en vissen vormen weer een voedselbron voor vogels. Volgens [[bioloog|biologen]] zou het [[zeegras]] in de luwte van de Japanse oesterriffen goed kunnen groeien <ref>[http://www.nrc.nl/wetenschap/article686934.ece/Japanse_oester_baat_Waddenzee_toch NRC 12 april 2007 Japanse oester baat waddenzee toch.]</ref>. De vraag die de komende jaren zal worden beantwoord is dus of deze oestersoort een plaag of een belangrijke bijdrage aan de natuur zal vormen.
40.799

bewerkingen