Pierre Lescot: verschil tussen versies

3.277 bytes toegevoegd ,  11 jaar geleden
geen bewerkingssamenvatting
(Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Pierre Lescot''' de Lissy, (seigneur du fief de La Grange du Martroy en ook seigneur van Clagny), was een Frans renaissance architec...')
 
 
== Achtergrond ==
Pierre Lescot had een geheel andere achtergrond dan de middeleeuwse meester-metselaars, maar ook dan architecten als Gilles le Breton <ref>“Gilles le Breton was meester-metselaar en architect in dienst van François I, bij zijn werken in Fontainebleau. Zijn relatief strak renaissance classicisme werd beïnvloed door Serlio en was op een zekere manier een voorloper van Lescots werk.” (WATKIN D., De westerse architectuur. Een geschiedenis, Roeselare: Roularta Books, 2001,p. 254)</ref> . Hij stamde uit een voorname en welgestelde juristenfamilie en had een grondige en veelzijdige opleiding genoten die niet alleen architectuur maar ook wiskunde, geometrie en schilderkunst omvatte. Door deze veelzijdigheid ontwikkelde al snel een talent zoals beschreven in de verzen van Pierre Ronsard, waar de dichter aangeeft dat Lescot al op 20 jarige leeftijd “excellent” bedreven is in de vrije kunsten. Hij kwam naar voor als een getalenteerde amateur die zijn esthetische invloed aan het hof bewonderd werd door zijn aanbreng van nieuwe klassieke concepten in samenwerking met de beeldhouwerarchitect Jean Goujon.
 
== Realisaties ==
* ===La fontaineFontaine des Nymphes (1549)===
Het werd fontaine des Innocents, en werd aangepast in 1788 en 1860.
* ===Le jubéJubé de Saint-Germain-l’Auxerrois (1541-1544)===
Het werd vernietigd in 1750.
* ===L’Hôtel de Ligneris (1554)===
Het werd vervolledigd door François Mansart in de 17e eeuw en werd nadien Hôtel Carnavalet gedoopt.
* ===Le jubéJubé de Saint-Germain-l’Auxerrois (1541-1544)===
Het werd vernietigd in 1750.
* ===Renovatie van het Louvre (1546 tot zijn dood)===
==== Cour Carré ====
Het bouwwerk waarmee het Frans classicisme werd gevestigd was niet van Serlio maar van Pierre Lescot: de Cour Carré van het Louvre in Parijs waaraan in 1546 in opdracht van François I werd begonnen. Die laatste haalde de Grosse Tour naar beneden het zuidwestelijke gedeelte van gebouwen en gaf de taak aan Pierre Lescot om het fort om te bouwen in een paleis. Hij stierf voor er met dat project meer dan een begin gemaakt was, maar Lescot heeft onder Henri II verder gebouwd, en het binnenplein viermaal zijn oorspronkelijke afmetingen gegeven. Het vergrote ontwerp is pas meer dan een eeuw later voltooid.
Lescot heeft slechts de zuidelijke helft van de westzijde gebouwd en hiervan het mooiste, nog bewaard gebleven monument van de Franse renaissance gemaakt in de ‘klassieke’ fase, zo genoemd om deze periode te onderscheiden van die waarin gebouwen als Chambord verrezen zijn. Het is zinvol dit onderscheid te maken, want bij de St. Pierre en te Chambord zijn elementen ontleend aan de vroege renaissance, terwijl Lescot zich liet inspireren door Bramante en diens opvolgers.
Lescots blok bevatte een trap aan het noordelijke gedeelte en 2 Grandes Salles. De trap was op zijn Italiaans. De lagere van de 2 zalen, gekend als de ‘Salle des Cariatides’ geeft nog steeds een idee van zijn oorspronkelijke flair. De kariatiden nemen de plaats in van de pilaren in wat eigenlijk enkel en alleen een ornamentele hall was. Dit was gekend als het ‘Tribunal’. Lescot bouwde ook een hoekpaviljoen aan deze vleugel die de koning zijn appartementen bevatten, ze kregen de naam ‘Pavilion du Roi’.
====Stijl van de façade====
De façade is stoutmoedig en rijk gedecoreerd, met een grote variëteit in de behandeling van de vensters en met zeer zorgvuldig gedetailleerde zuilen en pilasters van de rijkste der orden, de Korinthische en composietorde. De weelderigheid van deze sculpturale gevelbehandeling wordt nog versterkt door de figuren en reliëfs zowel binnen als buiten het gebouw vervaardigd door de grootste beeldhouwer van zijn tijd Jean Goujon (1510-1565?), van wie ook werk te zien is in Lescots Hôtel Carnavalet in Parijs (ca. 1545). De details van Lescots façade hebben een verrassende grote klassieke zuiverheid, maar toch ziet men onmiddellijk dat dit geen Italiaans bouwwerk is. Het dankt zijn karakter niet aan oppervlakkig toegepaste Italiaanse vormen, maar aan de geslaagde synthese die hier is bereikt tussen het traditionele château en het renaissancepaleis. De halve zuilen zijn natuurlijk Italiaans, evenals de frontons van de ramen en de arcaden van de benedenverdieping. Maar de continuïteit van de façade wordt onderbroken door drie vooruitstekende delen of risalieten, die de châteautorens hebben vervangen, terwijl het hoge dak ook tot de Franse tradities behoort. De verticale accenten zijn dus sterker dan de horizontale, een effect dat nog wordt versterkt door de smalle hoge ramen.
23

bewerkingen