Rijksheerlijkheid Reipoltskirchen: verschil tussen versies

geen bewerkingssamenvatting
 
De burcht [[Reipoltskirchen]] in [[Rijnland-Palts]] wordt in 1276 voor het eerst vermeld. Het is de zetel van de heren en graven van Hohenfels. De heren van Hohenfels waren een zijlinie van de heren van [[Bolanden]] en stierven in 1602 uit.
Amalia van Daun-Falkenstein, de moeder van de laatste (minderjarige) heer blijft in het bezit van de heerlijheid en na haar dood in 1608 wordt ze opgevolgd door de twee zoons van haar zuster: Johan Casimir van Löwenhaupt en Steen van Löwenhaupt. Dit is het begin van een gemeenschappelijke regering die tot de opheffing van de heerlijkheid zal duren.
De heerlijkheid komt dan aan de families Löwenhaupt en [[graven van Manderscheid|Manderscheid]].
Deze families verkopen drie-kwart van de heerlijkheid aan de graaf van Hillesheim. Ook de familie Ellroth is nog eigenaar geweest.
 
===Regenten tot de deling in 1608===
De heerlijkheid wordt in 1792/1801 door Frankrijk ingelijfd.
 
In de [[Reichsdeputationshauptschluss]] van 25 februari 1803 wordt de schadeloosstelling geregeld.
Volgens paragraaf 6 krijgt gravin Hillesheim voor haar aandeel in de heerlijkheid Reipoltskirchen een eeuwigdurende rente van 5.400 gulden. Volgens paragraaf 19 krijgt de vorstin van Isenburg, geboren gravin van Parkstein voor haar aandeel in de heerlijkheid Reipoltskirchen en andere heerlijkheden op de linker Rijnoever een eeuwigdurende rente van 23.000 gulden.
 
Na de Napoleontische nederlagen voegt het [[Congres van Wenen]] in 1815 de voormalige rijksheerlijkheid bij het [[koninkrijk Beieren]].
 
===Regenten===
{| class="prettytable"
|-
| moeder
|}
 
===Het deel van Johan Casimir===
In dit deel komen steeds meer eigenaren en de aandelen worden ook regelmatig verkocht. De familie van Hillesheim weet dit deel daardoor in handen te krijgen. In 1722 koop Hillesheim de aandelen van Gustaaf Otto en Karel Emiel, in 1723 het deel van Karel Julius (via Georg Böhmer) en in 1724 het deel van Karel Frederik Frans (via Georg Willem van Höpken). Van 1754 tot 1763 is het weer in handen van de familie Löwenhaupt, van 1763 tot 1767 regeert Philips, graaf van Ellroth en daarna tot 1777 zijn weduwe Sophia van Mandel. In 1777 wordt dit deel gekocht door Carolina van Parkstein. Zij is een natuurlijke dochter van keurvorst Karel Theodoor van de Palts.
VolgensNadat paragraafzij 6haar krijgtbezit gravinheeft Hillesheimverloren voordoor haarde aandeelfranse inannexatie devan heerlijkheid1797/1801 Reipoltskirchenwordt eenzij eeuwigdurendein rentede [[Reichsdeputationshauptschluss]] van 5.40025 februari 1803 schadeloos guldengesteld. Volgens paragraaf 19 krijgt de vorstin van Isenburg, geboren gravin van Parkstein voor haar aandeel in de heerlijkheid Reipoltskirchen en andere heerlijkheden op de linker Rijnoever een eeuwigdurende rente van 23.000 gulden.
 
{| class="prettytable"
|-
! regering
! naam
! geboren
! overleden
! familie
|-
| 1608-1638
| Johan Casimir van Löwenhaupt
| 10-8-1583
| 18-8-1638
|
|-
| 1638-1656
| Gustaaf Adolf
| 24-3-1619
| 29-11-1656
| zoon
|-
| 1638-1666
| Karel Maurits
| 15-5-1620
| 12-12-1666
| broer
|}
 
===Het deel van Steen===
Dit deel komt doo het huwelijk van Elizabeth Amalia van Löwenhaupt, de dochter van Steen met Philip Dietrich van Manderscheid-Kayl aan de [[graven van Manderscheid]]-Kayl. In 1730 wordt dit deel verkocht aan Frans Kasper van Hillesheim. Na de dood van Frans Kasper van Hillesheim valt half Reipoltskirchen aan zijn dochter Elizabeth (overleden 1807).
Nadat zij haar bezit heeft verloren door de franse annexatie van 1797/1801 wordt zij in de [[Reichsdeputationshauptschluss]] van 25 februari 1803 schadeloos gesteld. Volgens paragraaf 6 krijgt gravin Hillesheim voor haar aandeel in de heerlijkheid Reipoltskirchen een eeuwigdurende rente van 5.400 gulden.
 
 
===Latere situatie===
Na de Napoleontische nederlagen voegt het [[Congres van Wenen]] in 1815 de voormalige rijksheerlijkheid bij het [[koninkrijk Beieren]].
 
[[Categorie:historisch land in Duitsland|Reipoltskirchen]]
8.670

bewerkingen