Hoofdmenu openen

De Slag bij Khaybar werd uitgevochten in het jaar 629 tussen moslims en de joden van Khaybar, een oase gelegen 100 km van Medina in het westen van het Arabische schiereiland (het tegenwoordige Saoedi-Arabië). Nadat er geruchten waren dat de joden zich tegen de moslims keerden, ondanks eerdere afspraken, werd door de moslims besloten om ten strijde te trekken tegen hen.

Slag bij Khaybar
Ali doodt de leider van de joodse verdedigers
Ali doodt de leider van de joodse verdedigers
Datum 629
Locatie Khaybar
Resultaat Moslim overwinning
Strijdende partijen
Moslims Joden
Leiders en commandanten
Mohammed stamhoofden Banoe Nadir
Troepensterkte
1400 – 1800 man. Onbekend
Verliezen
Onbekend Alle mannelijke stamleden

De bewoners van Khaybar kwamen na een lange belegering en hevige strijd met Mohammed overeen dat zij hun land bleven bewerken en de helft als schatting aan de moslims zouden betalen. Kalief Omar zou in 641 deze overeenkomst schenden: de joden werden geheel verdreven uit Khaybar en de oase werd verder door slaven gecultiveerd.[1]

AchtergrondBewerken

Khaybar in de 7e eeuwBewerken

In de 7de eeuw werd Khaybar bewoond door joden die de grondleggers waren van het cultiveren van de oase en in hun inkomsten voorzagen door het telen van dadelpalmen, met handel en het uitoefenen van ambachten. Sommige voorwerpen die door de moslims werden gevonden - een belegeringsmachine, 20 balen Jemenitisch kant en 500 mantels - wijzen op intensieve handel. Vroeger werd wel gedacht dat de belegeringsmachine gebruikt werd om onderlinge geschillen te beslechten, maar tegenwoordig gaat men ervan uit dat het om handelswaar ging, net als zwaarden, lansen, schilden en ander wapentuig.

De oase was verdeeld in drie gebieden: al-Natat, as-Shikk en al-Katiba, waarschijnlijk gescheiden langs natuurlijke lijnen als de woestijn, lavastromen en moerassen. In elk van deze regio's stonden forten of vestigingen met huizen, opslagplaatsen en stallen. Ieder fort werd bewoond door een familie en omgeven door akkers en boomgaarden. Vanuit defensief oogpunt werden de forten op heuvels of rotsblokken gebouwd.

De joden van MedinaBewerken

Na de nederlaag van de Slag bij Uhud kreeg Mohammed de indruk dat leden van de stam Banoe Nadir een aanslag op hem beraamden en verdreef de gehele stam uit Medina, met uitzondering van twee joden die zich tot de islam bekeerden. Een deel van de verdreven joden kwam in Khaybar terecht, waar hen enkele jaren later een nieuwe confrontatie met Mohammed zou wachten.

Mohammeds aanvalsplannenBewerken

Tijdens de voorbereidingen van de aanval ondernam Mohammed stappen om enkele leiders van de joden van Khaybar te laten elimineren. Enkele moslims slopen de stad Khaybar 's nachts binnen en pleegden een aanslag op Aboe ar-Rafi ibn Abi al-Hoeqayq, een van de Khaybaarse stamhoofden. De joden zouden daarna bereid zijn geweest om te onderhandelen. Onderweg zou de delegatie echter aangevallen zijn en werden allen, op een na, gedood.

Voorbereidingen tot de verdedigingBewerken

De verdrijving van de Banoe Nadir uit Medina maakte de joden van Khaybar bewust van het gevaar waarin zij verkeerden. Hoeyayy ibn Akhtab, het stamhoofd van Banoe Nadir, sloot zich met zijn zoon bij de Mekkanen en bedoeïenen aan die Medina tijdens de Slag bij de Gracht belegerden. Nadat de belegering van Medina op niets uitgelopen was, verdedigden zowel Hoeyayy ibn Akhtab als zijn zoon de Banoe Qoerayza die door de moslims belegerd werd, en werden zij, evenals de mannen van Banoe Qoerayza, gedood.

De oorlog met de moslims van Medina leek onafwendbaar, nadat de delegatie gedood was. De joden van Khaybar gingen een verbond aan met de joden van de oase Fadak en met de bedoeïenen van de stam Ghatafan. Het gebrek aan centrale leiding vanuit Khaybar verhinderde echter verdere defensieve voorbereidingen en ook familietwisten speelden de joden parten.

Verloop van de slagBewerken

Na een mislukte poging een bedevaart naar Mekka te maken rukten de moslims onder leiding van Mohammed in mei 629 naar Khaybar op. Volgens verschillende bronnen varieerde de kracht van zijn leger tussen 1400 en 1800 man en tussen 100 tot 200 paarden. Dankzij de snelheid en geheimhouding van de mars verrasten de moslims de joden toen zij naar hun akkers gingen om te werken. Als resultaat verzuimden de joden een centraal georganiseerde verdediging op te zetten en iedere familie moest zijn eigen verstevigde schuilplaats verdedigen. Bovendien zouden er bedoeïenen omgekocht zijn, waardoor verdere hulp aan Khaybar uitbleef. Met het lot van Banoe Qoerayza in het achterhoofd boden de joden van Khaybar heftige weerstand, waardoor de moslims werden gedwongen de forten een voor een in te nemen. Na een bloedig treffen voor een van de forten vermeden de joden gevechten in open veld en de moslims moesten teruggrijpen op het belegeren en bestormen van de forten. De bewoners wisten echter onder dekking van de nacht goederen en schatten van het ene fort naar het andere te smokkelen om hun weerstand effectiever te maken.

Traditionele biografieën over Mohammed vermelden dat eerst Abu Bakr en vervolgens Omar het voortouw nam in de hoop de weerstand te breken door zichzelf in de kop van de aanval te plaatsen, maar beiden faalden. Mohammed riep toen Ali, die een joods stamhoofd doodde met een zwaardslag die de helm, het hoofd en lichaam van het slachtoffer in tweeën spleet. Nadat hij zijn schild verloren was, tilde Ali een van de deuren uit de scharnieren en verdedigde zichzelf ermee en gebruikte die daarna om een brug te maken waardoor de aanvallers toegang tot de schuilplaats verkregen. Dit voorval werd een van de redenen waarom moslims, sjiieten in het bijzonder, Ali als prototype-held beschouwen. Academische geschiedkundigen zetten echter vraagtekens bij het heldhaftige optreden.

Noch de joden, noch de moslims, die aan een groot gebrek van voorraden leden, waren op een langdurige aanval voorbereid. Bij een gelegenheid aten de moslims een kudde ezels die van een boerderij ontsnapt waren. Dit voorval leidde ertoe dat Mohammed moslims het eten van vlees van paarden, muilezels en ezels verbood, tenzij consumptie ervan afgedwongen werd door noodzaak. Mohammed beval dat 400 palmen rondom een fort geveld moesten worden om de verdedigers tot capitulatie te dwingen. Uiteindelijk gaven de joden zich na anderhalve maand van belegering over, toen alle forten behalve 2 ingenomen waren.

NasleepBewerken

CapitulatievoorwaardenBewerken

De joden werd een verdrag aangeboden waardoor zij in de oase konden blijven en hun land konden blijven verbouwen. Zij moesten de helft van de productie aan de moslims overdragen. Het land zelf werd echter wel collectief bezit van de moslims. Daarbij hadden moslims het recht om de joden op ieder moment stad en land te ontnemen, alhoewel geschiedkundigen menen dat de laatste clausule achteraf een rechtvaardiging voor de herhaaldelijke uitdrijving van joden uit Khaybar was. De overeenkomst met de joden van Khaybar was de aanvang van de zogenaamde dhimmi's, dat wil zeggen niet-moslims die onder islamitische heerschappij vallen.

Mohammed nam Safiyya bint Hayayy tot zijn vrouw, een dochter van het vermoorde stamhoofd en weduwe van de schatbewaarder die gedood werd toen hij weigerde de locatie van de schatten van Banoe Nadir aan te wijzen.

Vergiftiging van MohammedBewerken

Biografen van Mohammed vertellen een verhaal van een joodse vrouw van Banoe Nadir die poogde Mohammed te vergiftigen om haar omgekomen verwanten te wreken. Ze vergiftigde een stuk lam dat ze voor Mohammed en zijn metgezel gekookt had en deed bijzonder veel gif in de schouder, Mohammeds favoriete deel. Een metgezel die het gif bemerkte besloot het vlees toch te eten omdat Mohammed geen bezwaar leek te maken. Toen Mohammed het gif bemerkte spuugde hij het uit en verklaarde dat het lam hem zou hebben toegesproken over het vergif. Volgens zijn metgezellen kleurde Mohammeds gezicht groen. De joodse vrouw verklaarde het gif te hebben toegediend om te testen of Mohammed een ware profeet was, die zou het vergif immers op tijd bemerken. Enkele jaren later overleed Mohammed aan de gevolgen van de vergiftiging. Hij verklaarde aan zijn vrouw Aisha "ik voel nog steeds de pijn veroorzaakt door het vlees dat ik heb gegeten in Khaybar, en op dit moment voelt het alsof het vergif mijn aorta doorsnijdt".

Verdrijving van de joden uit KhaybarBewerken

De joodse inwoners van Khaybar werden tijdens de heerschappij van kalief Omar (634-644) uit Khaybar verdreven. Tijdens zijn kalifaat veroverden de moslims grote gedeelten van het Midden-Oosten en brachten grote aantallen slaven naar Arabië, waardoor de joodse arbeidskracht niet langer noodzakelijk was. De joden van Khaybar vestigden zich in diverse gebieden in het Midden-Oosten en behielden hun identiteit tot aan de 12e eeuw.

Joden uit Khaybar in de Arabische folkloreBewerken

In latere tijden werden de joden van Khaybar populaire figuren in de Arabische folklore. Een van de verhalen ging over vele joodse tentbewoners die op de weg naar Mekka leefden in de buurt van Arabieren en iedereen die voorbij kwam beroofden. De joden en Arabieren deelden de buit. Als er een jood langskwam gaven zij hem echter geschenken en brachten hem naar een veilig toevluchtsoord. Legendes zoals deze bleven tot in moderne tijden populair.

ReferentiesBewerken

  1. Dr. J.J.G. Jansen Nieuwe inleiding tot de islam blz. 109-110, ISBN 90 6283 129 X