Seru (uit het Papiaments), vroeger ook wel geschreven als ceru of seroe, betekent op de Benedenwindse eilanden van de Nederlandse Antillen (Curaçao en Bonaire) heuvel. Op Aruba spreekt men doorgaans van cero. Het woord wordt in algemene zin gebruikt (in Otrobanda zegt men bijvoorbeeld "hij woont op de seru", wanneer men de hoger gelegen rand van het stadsdeel bedoelt), maar komt ook voor in tal van geografische eigennamen, ter aanduiding van bepaalde heuvels (Seru Colorado, Seru Pretu) maar ook van wijken (Seru Fortuna aan de noordkant van Willemstad), plaatsen (Seru Cocori, vroeger een plaatsje nu de uiterst noordoostelijke buitenwijk van Willemstad), straatnamen (Seru Fortunaweg) of landhuizen (Seru Grandi – ook de naam van een heuvel die het oosten van Curaçao domineert)). Zo is ceritu, afgeleid van seritu (heuveltje), een wijk van Willemstad aan de oostkant van het Schottegat. Als eigennamen komen verder voor: Seroe Blanco, Seru Bientu, Seru Brandar, Seru Caboje, Seru Cocori, Seru Commandant, Seru Cueba, Seru di Sabana, Seru Domi, Seru Kabajé, Seru Kortapé, Seru Machu, Seru Mahuma, Seru Nobo, Seru Lora, Seru Otrabanda, Seru Pascu, Seru Treinchi.

Uitzichtpunt op Seru Largu, Bonaire