Samenstelling Eerste Kamer 1974-1977

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1974-1977 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode na de Eerste Kamerverkiezingen van 3 juli 1974. De zittingsperiode ging in op 17 september 1974 en liep af op 20 september 1977.

Er waren 75 Eerste Kamerleden, verkozen door vier kiesgroepen, samengesteld uit de leden van de Provinciale Staten van alle Nederlandse provincies. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van zes jaar, om de drie jaar werd de helft van de Eerste Kamer hernieuwd.

Wijzigingen in de samenstelling gedurende de zittingsperiode staan onderaan vermeld.

Samenstelling na de Eerste Kamerverkiezingen van 3 juli 1974Bewerken

PvdA (21 zetels)Bewerken

KVP (16 zetels)Bewerken

VVD (12 zetels)Bewerken

CHU (7 zetels)Bewerken

ARP (6 zetels)Bewerken

CPN (4 zetels)Bewerken

PPR (4 zetels)Bewerken

D'66 (3 zetels)Bewerken

Boerenpartij (1 zetel)Bewerken

SGP (1 zetel)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 3 juli 1974 werden 38 Eerste Kamerleden verkozen, in de kiesgroepen I en III.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1975Bewerken

  • 15 januari: Sieto Robert Knottnerus (CHU) nam ontslag omdat hij het Eerste Kamerlidmaatschap niet langer kon combineren met het burgemeesterschap van Stadskanaal. Op 25 maart dat jaar werd Antonia Alijda ten Kate-Veen in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 26 augustus: Maurits Troostwijk (PvdA) verliet de Eerste Kamer vanwege zijn benoeming tot lid van de Raad van State. Op 9 september dat jaar werd Wim Hendriks in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 26 augustus: Dick de Zeeuw (KVP) vertrok uit de Eerste Kamer. Op 30 september dat jaar werd Jan de Vreeze in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 16 september: Jan Broeksz (PvdA) nam ontslag als fractievoorzitter van zijn partij. Hij werd dezelfde dag opgevolgd door Anne Vermeer.

1976Bewerken

  • 1 februari: Bob de Wilde (VVD) vertrok uit de Eerste Kamer. Op 24 februari dat jaar werd Jan Reinier Voûte in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 1 februari: Eef Steenbergen (PvdA) verliet de Eerste Kamer vanwege zijn benoeming tot plaatsvervangend directeur-generaal voor het basisonderwijs op het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Op 2 maart dat jaar werd Suzanne Steigenga-Kouwe in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 1 juni: Piet Boukema (ARP) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot lid van de Raad van State. Op 15 juni dat jaar werd Pieter Tjeerdsma in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 3 juni: Harm van Riel (VVD) verliet de Eerste Kamer omdat hij zich niet kon verzoenen met het abortusstandpunt van zijn partij. Op 15 juni dat jaar werd Minus Polak in de ontstane vacature geïnstalleerd. Als fractievoorzitter van de VVD werd van Riel op 15 juni 1976 opgevolgd door Haya van Someren-Downer.
  • 1 september: Eibert Meester (PvdA) verliet de Eerste Kamer nadat hij opspraak was gekomen omdat zijn verzetsdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog verzonnen bleken te zijn. Op 23 november dat jaar werd Chris van Kimpen in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 26 oktober: Simon van Marion (Boerenpartij) verliet de Eerste Kamer. Op 23 november dat jaar werd in de ontstane vacature Bertus Maris geïnstalleerd, die van Marion tevens opvolgde als fractievoorzitter van de partij.

1977Bewerken

  • 1 januari: Rien Verburg (PvdA) verliet de Eerste Kamer vanwege zijn benoeming tot lid van de Raad van State. Op 1 februari dat jaar werd Jan Mol in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 1 februari: Nico Vugts (KVP) nam ontslag om gezondheidsredenen. Op 15 februari dat jaar werd Netty van Gent-de Ridder in de ontstane vacature geïnstalleerd.
  • 28 maart: Carel Polak (VVD) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot staatsraad in buitengewone dienst van de Raad van State. Een dag later werd Henk Heijne Makkreel in de ontstane vacature geïnstalleerd.