Samenstelling Eerste Kamer 1910-1913

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1910-1913 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1910 en de verkiezingen van 1913. De zittingsperiode ging in op 20 september 1910 en liep af op 15 september 1913.

Er waren toen 50 Eerste Kamerleden, verkozen door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van negen jaar, om de drie jaar werd een derde van de Eerste Kamer hernieuwd.

Samenstelling na de Eerste Kamerverkiezingen van 1910Bewerken

Algemeene Bond van RK-kiesverenigingen (18 zetels)Bewerken

Liberalen (15 zetels)Bewerken

ARP (9 zetels)Bewerken

CHU (5 zetels)Bewerken

Vrije liberalen (3 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1910 werden 17 Eerste Kamerleden verkozen.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1910Bewerken

1911Bewerken

1912Bewerken

  • 2 februari: Joan Röell (vrije liberalen) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot vicepresident van de Raad van State. De Provinciale Staten van Noord-Holland kozen Petrus Boele Jacobus Ferf (liberalen) als zijn opvolger, hij werd op 29 maart dat jaar geïnstalleerd.
  • 2 juni: Herman Jacob Kist (liberalen) overleed. De Provinciale Staten van Noord-Holland kozen Jacob Theodoor Cremer als zijn opvolger, hij werd op 9 juli dat jaar geïnstalleerd.

1913Bewerken