Samenstelling Eerste Kamer 1899-1902

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1899-1902 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1899 en de verkiezingen van 1902. De zittingsperiode ging in op 19 september 1899 en liep af op 16 september 1902.

Er waren toen 50 Eerste Kamerleden, verkozen door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van negen jaar, om de drie jaar werd een derde van de Eerste Kamer hernieuwd.

Samenstelling na de Eerste Kamerverkiezingen van 1899Bewerken

Liberalen (24 zetels)Bewerken

Katholieken (13 zetels)Bewerken

Vrije liberalen (7 zetels)Bewerken

Vrij-antirevolutionairen (3 zetels)Bewerken

Antirevolutionairen (2 zetels)Bewerken

Conservatieven (1 zetel)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1899 werden 17 Eerste Kamerleden verkozen.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1899Bewerken

1900Bewerken

  • 20 april: Alphons Sassen (katholieken) nam ontslag vanwege zijn benoeming tot voorzitter van de arrondissementsrechtbank van Breda. Hij werd herkozen door de Provinciale Staten van Noord-Brabant en werd op 28 mei dat jaar opnieuw geïnstalleerd.
  • 18 december: Maurits Cornelis van Hall (liberalen) overleed. De Provinciale Staten van Noord-Holland kozen Johannes Tak van Poortvliet als zijn opvolger, hij werd op 31 januari 1901 geïnstalleerd.

1901Bewerken

1902Bewerken