Samenstelling Eerste Kamer 1874-1877

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1874-1877 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1874 en de verkiezingen van 1877. De zittingsperiode ging in op 21 september 1874 en liep af op 16 september 1877.

Er waren toen 39 Eerste Kamerleden, verkozen door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van negen jaar, om de drie jaar werd een derde van de Eerste Kamer hernieuwd.

Samenstelling na de Eerste Kamerverkiezingen van 1874Bewerken

Liberalen (18 zetels)Bewerken

Gematigde liberalen (12 zetels)Bewerken

Katholieken (5 zetels)Bewerken

Conservatieven (4 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1874 werden 13 Eerste Kamerleden verkozen.
  • Dirk van Akerlaken (liberalen) kwam op 21 september 1874 in de Eerste Kamer als opvolger van de op 18 augustus dat jaar overleden Daniël Carel de Dieu Fontein Verschuir (liberalen), die in 1871 door de Provinciale Staten van Noord-Holland verkozen werd tot Eerste Kamerlid.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1874Bewerken

1875Bewerken

1876Bewerken

1877Bewerken

  • 2 augustus: Hermanus Eliza Verschoor (gematigde liberalen) overleed. Gezien de korte resterende duur van de zittingsperiode werd niet meer in vervanging van zijn vacature voorzien.