Samenstelling Eerste Kamer 1868-1871

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1868-1871 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1868 en de verkiezingen van 1871. De zittingsperiode ging in op 21 september 1868 en liep af op 17 september 1871.

Er waren toen 39 Eerste Kamerleden, verkozen door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde. Eerste Kamerleden werden verkozen voor een termijn van negen jaar, om de drie jaar werd een derde van de Eerste Kamer hernieuwd.

Samenstelling na de Eerste Kamerverkiezingen van 1868Bewerken

Liberalen (16 zetels)Bewerken

Gematigde liberalen (13 zetels)Bewerken

Conservatieven (10 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1868 werden 13 Eerste Kamerleden verkozen.

Tussentijdse mutatiesBewerken

1870Bewerken

1871Bewerken

  • 1 augustus: Hendrik van Beeck Vollenhoven (gematigde liberalen) overleed. De Provinciale Staten van Noord-Holland kozen Adrianus Prins (liberalen) als zijn opvolger, die vanwege de korte resterende duur van de zittingsperiode geen zitting nam.