Samenstelling Eerste Kamer 1849-1850

Wikimedia-lijst

De samenstelling van de Eerste Kamer der Staten-Generaal 1849-1850 biedt een overzicht van de Eerste Kamerleden in de periode tussen de verkiezingen van 1848 en de verkiezingen van 1850. De zittingsperiode ging in op 13 februari 1849 en eindigde op 20 augustus 1850.

Er waren toen 39 Eerste Kamerleden, die verkozen werden door de Provinciale Staten van de 11 provincies die Nederland toen telde.

Gekozen bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1848Bewerken

Gematigde liberalen (16 zetels)Bewerken

Conservatieven (15 zetels)Bewerken

Liberalen (6 zetels)Bewerken

Conservatief-Protestants (2 zetels)Bewerken

BijzonderhedenBewerken

  • Constantijn Sigismund Willem Jacob van Nagell (liberalen) werd door de Provinciale Staten van Gelderland verkozen tot Eerste Kamerlid, maar overleed op 1 februari 1849, nog voor hij formeel geïnstalleerd kon worden. Cornelis Christiaan van Lidth de Jeude (gematigde liberalen) werd gekozen als zijn opvolger en op 27 maart dat jaar geïnstalleerd.
  • Gerardus Johannes de Rijk (liberalen), verkozen door de Provinciale Staten van Limburg, liet pas op 20 december 1849 installeren als Eerste Kamerlid, nadat was gebleken dat Limburg zich niet zou aansluiten bij de Duitse Bond, waar hij voorstander van was.