Hoofdmenu openen

Salomon van Ruysdael

Nederlands kunstschilder

Salomon Jacobsz. van Ruysdael (Naarden, ca. 1600-1603Haarlem, begraven 3 november 1670) was een Nederlands kunstschilder en tekenaar uit de Gouden Eeuw. Hij stond vooral bekend om zijn rivierlandschappen, vaak met veerponten, zoals Veerpont (1657).[1]

Inhoud

LevenBewerken

Zijn oorspronkelijke naam was De Goyer, totdat hij en zijn broer Isaack hun naam veranderden in Ruysdael, naar een hofstede Ruisdael of Ruysschendael in de buurt van hun vaders geboorteplaats Blaricum.

Ruysdael werd in 1623 opgenomen in het Haarlemse schildersgilde St. Lucas, nog onder zijn oude naam Salomon de Gooyer. Hij kreeg zijn opleiding vermoedelijk bij Esaias van de Velde; in ieder geval tonen zijn vroegste werken van 1626 diens invloed, maar ook van Jan van Goyen.[2]

Hij bracht zijn hele leven door in Haarlem, maar maakte korte reizen naar andere Hollandse steden, waar hij vele stadsgezichten schilderde. Later, in de jaren 1630, schilderde hij onder invloed van Jan van Goyen Hollandse rivierlandschappen in een meer monochrome stijl.

In Haarlem werd hij lid van de Vlaamsche Doopsgezinde gemeente; daarom mocht hij vanuit zijn geloof geen wapens dragen en werd slechts vermeld als contribuant van de Haarlemse burgerwacht. Hij trouwde al voor 1627 met Maycke Willemsdr Buyse; door dit huwelijk raakte hij gelieerd met een aantal gegoede doopsgezinde families, aldaar. Ze kregen drie dochters en een zoon, Jacob Salomonsz van Ruysdael, die later in de leer zou gaan bij zijn eigen vader en ook landschapsschilder werd, evenals zijn bijna even oude neef Jacob Isaacksz van Ruisdael. Wellicht is zijn neef Jacob ook nog een leerling geweest van zijn vader Salomon.[2]

Al in 1628 werd Salomon in lovende woorden aangehaald door Ampzing in diens Beschrijvinge ende Lof der stad Haarlem, als 'goed in landschap ende beeldekens daer bij' . Gedurende een aantal jaren bekleedde hij ook belangrijke functies in het St. Lukasgilde; in 1647 was hij daar 'vinder' en het jaar daarop 'deken'. Na 1663 was hij nogmaals enige keren 'vinder'; Daarnaast trad hij op als taxateur van schilderijen. Naast schilder was hij handelaar in 'blauwsel', dat werd gebruikt bij het bleken van de lakens; in 1657 werd hij geregistreerd als een van de participanten van een runmolen in Gorinchem; hij behoorde tot de gegoede burgerij van Haarlem.[2] In 1660 werd zijn vrouw in de Grote Kerk van Haarlem begraven.[3]. Toen hij in 1670 stierf was zijn vermogen aanzienlijk verminderd door de recessies vanwege de eerste twee Engelse oorlogen.[2] In 1670 werd hij begraven in de Grote Kerk, 'op 't hoog koor' voor de som van 24 gulden.

WerkBewerken

Salomon van Ruysdael vermengde in zijn schilderijen de werkelijkheid graag met een flinke dosis fantasie; de meeste van zijn voorstellingen zijn dan ook geen natuurgetrouwe of topografische weergaven van bestaande locaties, steden of dorpen, maar zijn wel vaak gebaseerd op schetsen die hij combineerde; zo schetste hij onder andere in Haarlem, Leiden, Utrecht, Amersfoort, Alkmaar, Rhenen en Dordrecht[4] Jacques Goudstikker Aanvankelijk maakte hij zijn schilderijen met een dwarse opstelling waar nauwelijks diepte in zat. Later schilderde hij een wijd weglopende ijsvlakte waarop in een volkomen natuurlijke ordening de mensen op het ijs bezig zijn; vaak tilde hij de horizon op om ruimte te krijgen voor een grote variatie van bewegende figuren op het ijs. Oog voor details moet hij daarbij altijd al gehad hebben. Dat blijkt uit een vroeg wintergezicht op het ijs, waar de middelste van drie staande echtparen in het vroege schilderij gedetailleerd is uitgebeeld. De man daarvan draagt een mitella - een detail dat zelden voorkomt op schilderijen in die tijd. Een klein detail als een mitella geeft de persoon als individu betekenis en brengt de afbeelding als geheel tot leven.[5]

De vroegst gedateerde werken van Salomon dateren uit 1627 en zijn winterlandschappen; van 1627 tot 1631 werd er veel door hem uitgeprobeerd in verschillende schilder-stijlen en schilderde hij erg voorzichtig. De invloed van Pieter de Molijn is hier sterk aanwezig, zoals ook bij andere schilders in die tijd. Zo is er een duinlandschap van Salomon uit c. 1628 dat opgebouwd is uit sterke contrasten van een verzadigd bruin, een fel geel en zware grijzen. Diagonaal-lijnen zijn bepalend in de compositie, en ook de weergave van de bomen is sterk verwant aan wat in het werk van De Molijn te zien was in diezelfde jaren. [3]

Vanaf 1631 ontstonden de diagonale rivierlandschappen, die zo kenmerkend zijn geworden voor het typerende onderwerp van Salomon van Ruysdael; de oeverdiagonalen zijn aanvankelijk nog enigszins schematisch neergezet en met sterke contrasten, maar al vanaf 1632 valt het schematische element weg en ontstaat er een geheel met los geschilderde levendige delen.[3]. Het is niet bekend wie zijn leraar of inspirator was op dat gebied; voor zijn eerdere werken keek hij hoogstwaarschijnlijk ook goed naar het werk van Esaias van de Velde.[6] Uit een inventaris in Amsterdam uit 1656 blijkt dat zijn schilderijen voor c. 36 gulden van de hand gingen.

Salomon woonde zijn hele leven in Haarlem, maar maakte waarschijnlijk kleine reisjes binnen Nederland. Van verschillende Nederlandse steden schilderde hij stadsgezichten, zoals van Alkmaar, waarmee hij een bijzondere band had; zijn broer Pieter de Gooyer woonde er met zijn gezin. Van Ruysdael verbleef regelmatig in de stad, zeker nadat Pieter overleden was en Salomon voogd werd over zijn kinderen. Van Ruysdael maakte minstens veertien schilderijen van Alkmaar, met de Grote of Sint-Laurenskerk steeds herkenbaar in beeld.[4]

Waardering en teruggaveBewerken

Eigenlijk werd Salomon zijn gehele leven overschaduwd door zijn veel bekendere en wereldberoemde neef Jacob van Ruisdael. Het moet onder andere aan Goudstikker te danken zijn dat Salomon's schilderijen meer waardering hebben gekregen, want hij organiseerde in 1936 een overzichtstentoonstelling van Salomon's zijn werk en wist zestig schilderijen bij elkaar te brengen. Hij beschreef de schilderijen met een bijna lyrisch enthousiasme en roemde de 'blijde feestelijkheid, die zijn klare en open, eerlijke schilderijen uitstralen'.[5]

Goudstikkers rijke kunstcollectie werd tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels bemachtigd door Hermann Göring en kwam na de oorlog deels in rijksbezit. Twee Ruysdaellandschappen uit de Goudstikkercollectie, Schepen op een turbulente zee en Rivierlandschap met gezicht op Herwen en Aerdt in Gelderland, kwamen in het Rijksmuseum te hangen. De Nederlandse overheid bepaalde in 2006 dat deze teruggegeven moesten worden aan de eerste erfgename van Goudstikker, Marei von Saher.

Galerij van zijn werken (selectie)Bewerken

Externe linksBewerken