Rituaal (vrijmetselarij)

Een rituaal is in de vrijmetselarij de schriftelijke vastlegging van een ritueel dat in een vrijmetselaarswerkplaats, de rituele ruimte in een logegebouw, kan worden uitgevoerd. Vrijmetselaars gebruiken het woord "rituaal" als verwijzing naar een leesbare tekst en het woord "ritueel" om te verwijzen naar de fysieke uitvoering ervan. Het geheel van ritualen wordt de ritus genoemd.

In Nederland is de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden auteursrechthoudend. Men publiceert de rituaalbundels, samen met de Maçonnieke stichting Ritus en Tempelbouw. In 2019 werd voor Nederland besloten tot een rituaalherziening, die waarschijnlijk in 2021 zal verschijnen.

Geheimhouding van de rituelen speelt in de 21e eeuw een minder belangrijke rol dan drie eeuwen geleden. Er zijn delen van de handelingen en teksten die men openlijk bespreekt of zelfs laat zien aan buitenstaanders.[1] Maar er zijn andere onderdelen die een nieuwe inwijdeling moeten verrassen om tot een diepere beleving van het ritueel te kunnen komen en dus geheim worden gehouden. Daarnaast worden tijdens het ritueel een aantal herkenningsbegrippen bekend gemaakt, die niet-leden niet behoren te weten. Dergelijke onderdelen houdt men daarom nog steeds strikt geheim.

GeschiedenisBewerken

Ritualen waren in de beginjaren van de vrijmetselarij, in de 18e eeuw, verboden. Schriftelijke vastlegging ervan zou kunnen leiden tot het bekend worden van geheimen bij niet-leden, de "profanen". Maar al snel verschenen in Engeland en Nederland de zogenaamde "verradersgeschriften", waarin de volledige rituelen werden gepubliceerd. De auteurs waren vrijwel altijd vrijmetselaren die moeite hadden met het onthouden van alle teksten en handelingen. Ook ontbrak het ze aan instructieboeken voor nieuwe leden. Een bekend verradersgeschrift, geschreven door Samuel Prichard, verscheen als Masonry Dissected (Londen 1730}, dat in het Nederlands werd vertaald als De vrijmetselarij ontmomd.

Een ander bekend verradersgeschrift is van latere datum, La Franc-maçonnerie dévoilée (Parijs 1890), en is geschreven door Leo Taxil, een bekend antiklerikaal publicist, die ook vrijmetselaren graag op de hak nam. Het werd vertaald in het Nederlands als De Geheimen der Vrijmetselarij (1890). Het boek gaat veel verder dan alleen het publiceren van rituaalteksten, maar noemt ook bijvoorbeeld veel leden bij naam en geeft erin spottende kritiek op de Katholieke Kerk.

Begin 19e eeuw verdween het verbod op het publiceren van ritualen. Maar het recht werd wel voorbehouden aan vrijmetselaarsordes. Zij hebben met succes publicaties door anderen bestreden op basis van het auteursrecht.

Externe linksBewerken