Hoofdmenu openen

Portaal:Oudheid/werkplaats/Gevleugelde Nikè van Samothrake

< Portaal:Oudheid‎ | werkplaats
De gevleugelde Nikè van Samothrake rechts bekeken (Ma 2369)

De Gevleugelde Nikè van Samothrake (Oud-Grieks: Νίκη τῆς Σαμοθράκης / Níkê tês Samothrákês[1]; Frans: La Victoire de Samothrace) is een Grieks marmeren beeld en stelt de Griekse godin van de overwinning Nikè voor.

De naam van de beeldhouwer is niet met zekerheid gekend. De stijl is die van de School van Rodos en men vermoedt dat het standbeeld werd gemaakt door de beeldhouwer Pythokritos. Deze beeldhouwer was rond 200 v.Chr. werkzaam[2].

Het beeld wordt momenteel tentoongesteld in het Louvre te Parijs. Het staat op de tussenverdieping van de Darutrap, een van de hoofdingangen van het Louvre[3].

Inhoud

Ontdekking en geschiedenis van het beeldBewerken

 
Plattegrond van het heiligdom van de Grote Goden van Samothrake. Het standbeeld stond op nummer 9.
 
De gevleugelde Nikè van Samothrake driekwart links bekeken (Ma 2369).

Het beeld werd in stukken gevonden op 15 april 1863 op het Egeïsche eiland Samothrake door de Franse vice-consul van het Ottomaanse Rijk en amateurarcheoloog Charles Champoiseau[4]. De buste en het lijf lieten Champoiseau toe het te identificeren als een voorstelling van Nikè, die gewoonlijk wordt voorgesteld als een gevleugelde vrouw. De fragmenten werden ter plaatse samengevoegd en in 1863 naar het Louvre verstuurd.

In 1873 en 1875 deed een Oostenrijks archeologisch team verdere opgravingen in het gebied[5]. Dit team vond meer fragmenten en twee vingers. Deze werden naar het Kunsthistorisch Museum van Wenen overgebracht.

In 1879 vond Charles Champoiseau grote stukken grijs marmer die dienden als voetstuk (in de vorm van de voorsteven van een schip) van het standbeeld, een voorstelling die men ook terugvindt op tetradrachmes van Demetrios Poliorketes geslagen na zijn overwinning op Ptolemaios I nabij Salamis op Cyprus in 306 v.Chr.[6]. Het beeld werd daarom hersteld naar dit voorbeeld, namelijk met een trompet in de hand. Toen Jean Charbonneaux echter in 1950 tijdens opgravingen de rechterhand ontdekte, sprak deze vondst de reconstructie tegen: de hand was namelijk bijna volledig geopend en had gestrekte vingers[7]. Men realiseerde zich, kort na 1950, dat de twee vingers, die in het Kunsthistorisch Museum van Wenen werden bewaard, eigenlijk toebehoorden aan de rechterhand.[8].

Deze verschillende opgravingen en reconstructies lieten toe vast te stellen dat het standbeeld op een rechthoekig verhoog stond aan het uiteinde van het terras op de zijkant van een heuvel die uitstak boven het theater van het heiligdom van de Grote Goden van Samothrake uitkijkend over de Egeïsche Zee[9]. Het was ontworpen om in driekwart links bekeken te worden, zoals blijkt uit de rudimentaire afwerking van de rechterzijkant[10]. Een replica van gips bevindt zich in het museum nabij de originele locatie van het heiligdom van de Grote Goden van Samothrake. In 1884 werd het beeld in het Louvre met behulp van de verschillende originele stukken, een gespiegeld afgietsel van de rechtervleugel, een reconstructie van de linkerborst en een reconstructie van de rug van de buste gemaakt. Men plaatste het imponerende beeld op de Darutrap.

Het beeldBewerken

 
De gevleugelde Nikè van Samothrake aan de Darutrap

BeeldhouwstijlBewerken

Het beeld werd gemaakt tijdens de hellenistische periode (323 v.Chr.–30 v.Chr.). Tijdens deze periode evolueerde de Griekse beeldhouwkunst, door zijn contact met het Oosten, in de richting van meer realisme, individualisme en naturalisme. De kunstenaars wilden het typische, het menselijke van allerlei figuren weergeven en beeldden dus 'echte' mensen uit. De beeldhouwers streefden er ook naar om een bepaald gevoel (pathos) weer te geven. Vrouwelijke beelden toonden in deze periode zonder schroom hun naaktheid.

De NikèBewerken

Het beeld is een meesterstuk van leven, beweging en realisme en straalt allure uit. Het stelt een gevleugelde vrouw voor, de allegorie van de overwinning. Het beeld geeft het ogenblik weer waarop de gevleugelde Nikè neerdaalt op de voorsteven van een schip. Door de hevige wind kleeft haar kleding of zeer fijne chiton aan haar lichaam waardoor haar sierlijke vormen en de rondingen van haar lichaam zichtbaar worden. Het beeld is met vleugels 3.28 meter hoog en zonder de vleugels 2.38 meter hoog. Het is vervaardigd van wit marmer van het Griekse eiland Paros.

 
De gevleugelde Nikè van Samothrake op haar sokkel frontaal bekeken (Ma 2369)

Het standbeeld is spijtig genoeg beschadigd en het mist het hoofd en de armen. Deze werden (nog) niet teruggevonden. Aan de hand van het torso kan men afleiden dat de rechterarm opgeheven was. Men vermoedde lange tijd dat het beeld in de rechterhand een trompet vasthield. Met de ontdekking van de rechterhand in 1950 moest men echter vaststellen dat er geen attribuut in het hand kon hebben gezeten. De hand is immers grotendeels open en heeft gespannen vingers waardoor het onmogelijk is dat daarmee een trompet kon worden vastgehouden[11]. De teruggevonden hand bevindt zich nu in een glazen kast naast het standbeeld[12]. De linkerarm bevond zich waarschijnlijk naast het lichaam en hield vermoedelijk een trofee in de hand[13][14].

De rechtervleugel van het beeld is een symmetrische gipsen versie van de originele linkervleugel. Tijdens verschillende opgravingen werden allerlei stukjes van de originele rechtervleugel gevonden. Daaruit leerden wij dat de afwerking van de rechterkant van het standbeeld oppervlakkiger is dan die van de linkerkant. Hieruit kan men opmaken dat het beeld in de oudheid driekwart naar links moet bekijken worden[15].

Het beeld bestaat uit zes afzonderlijk afgewerkte blokken marmer: het lichaam, de buste, de beide armen en de beide vleugels. Deze werkwijze is typisch voor beelden uit de hellenistische periode en werd voornamelijk gebruikt om materiaal te besparen. Men kon gemakkelijker werken met kleine blokken marmer. De blokken werden door middel van bronzen krammen aan elkaar gezet.

Het schip en de sokkelBewerken

Het voetstuk van het standbeeld is vervaardigd uit grijs marmer. Onder het voetstuk bevindt zich de voorsteven van een schip, waarschijnlijk een hemiolia[16]. het grijze marmer is afkomstig uit Lartos, een stad aan de zuidoostkust van het eiland Rodos.

Datering en toeschrijvingBewerken

 
Sculpturaal reliëf, dat een schip voorstelt, getekend Pythokritos op de muur van de akropolis van Lindos

Het beeld werd waarschijnlijk vervaardigd tussen 200 v.Chr. en 190 v.Chr.. Het beeld werd opgericht ter ere van de herdenking van een zeeoverwinning rond 200 v.Chr. op Antiochus de Grote door Eudamos van Rodos. In de 3de eeuw v.Chr. was Rodos een machtige zeenatie in de Egeïsche Zee.
Champoiseau dacht ten tijde van de opgraving dat het beeld tussen 295 v.Chr. en 289 v.Chr., na een gewonnen zeeslag nabij Cyprus, vervaardigd werd in opdracht van de Macedonische generaal Demetrius I Poliocretes.

In 1910 kwam men tot het besef dat Samothrake tijdens die periode in bezit was van Lysimachus, een vijand van Demetrius, en dat Lysimachus nooit zo’n monument zou hebben laten bouwen[17]. Dankzij ceramisch materiaal, gevonden tijdens opgraving, heeft men kunnen aantonen dat het voetstuk dateert van rond 200 v.Chr.[18].

Deze periode komt overeen met de periode waarin de beeldhouwer Pythokritos, zoon van Timocharis, die bij Plinius maior[19] en in meerdere inscripties op voetstukken voorkomt, werkzaam was. Pythokritos is bekend als de maker van een van de monumenten op de akropolis van Lindos. Bovendien had Champoiseau in 1892, in de onmiddellijke omgeving van het beeld, een Lartosmarmeren fragment (van het voetstuk) gevonden met de partiële inscriptie « …Σ ΡΟΔΙΟΣ / …S RHODIOS »[20], wat zou kunnen hersteld worden als « …[ΠΥΘΟΚΡΙΤΟ]Σ ΡΟΔΙΟΣ / …[PYTHOKRITO]S RHODIOS » wat dus zou verwijzen naar Pythokritos van Rodos[21]. Het verband met de exedra (diepe nis) waarin de Nikè was opgesteld is echter niet vastgesteld[22]. Vooral het feit dat er maar een kleine "nis" is, doet besluiten dat het een voetstuk van een statuette is[23]. Met de inscriptie kan men aantonen dat het standbeeld werd gemaakt om en rond 220 jaar v.Chr. om een behaalde overwinning nabij Rodos te vieren.

Een andere hypothese stelt dat het beeld een votiefoffer was van Antigonos II Gonatas na zijn overwinning tegen de Ptolemeëen bij Kos, rond 250 v.Chr.. Men weet namelijk dat Antigonos een beeld heeft gewijd op Kos: hij zou ook een ander kunnen hebben gewijd te Samothrake, een heiligdom dat gewoonlijk onder de bescherming van de Antigoniden stond[24].

Er zijn geleerden die de Nikè ook vergelijken met personages op de fries van het Zeusaltaar van Pergamon, waarvan de beeldhouwers in hun tijd een grote reputatie genoten[25].

De invloed van het beeld op de moderne kunstBewerken

 
De Spirit of Ecstasy

Het beeld werd na de ontdekking een cultureel icoon dat veel kunstenaars inspireerde.

  • Het beeld inspireerde de schilder Abbot Hanserson Thayer tot het schilderen van zijn schilderij The Virgin(1892-1893). Charles Lang Freer, die het doek in 1893 had aangekocht, zou het in 1910 naast een gipsen kopie van de Nikè van Samothrake laten plaatsen om te wijzen op deze inspiratiebron van Thayer[26].
  • De schrijver Filippo Tommaso Marinetti gaf in 1909 zijn Futurist Manifesto uit en hij wou dat zijn beweging, het (futurisme), zich afzette tegen de esthetiek van de gevleugelde Nikè van Samothrake. Hij provoceerde zijn lezers met de bewering dat "het futurisme mooier was dan het beeld".[27].
  • De mascotte van Rolls-Royce, de Spirit of Ecstasy, is gebaseerd op de Nikè van Samothrake.
  • De eerste FIFA wereldkampioenschap voetbaltrofee, gemaakt in 1930 door Abel Lafleur, is geïnspireerd door het beeld.
  • De beeldhouwer Augustus Saint-Gaudens liet het beeld van Generaal Sherman op een in 1900 in New York geplaatst monument door een levensgrote, op de Nikè van Samothrake gebaseerde, en geheel vergulde vrouwenfiguur vergezellen[28].
  • De schilder Salvador Dali maakte een hemelsblauwe, en daardoor surrealistische, versie van het beeld.
  • Er bestaan over de gehele wereld verspreid kopieën van de Nikè van Samothrake, onder meer in verschillende musea en galerieën. Zo bevindt zich levensgrote een kopie buiten het Caesars Palace, een casino in Las Vegas.

VoetnotenBewerken

  1. In het modern Grieks: Níki tis Samothrákis.
  2. Plinius maior, Naturalis Historia XXXIV 91.
  3. De monumentale Escalier Daru werd ontworpen door Hector Lefuel tijdens het Tweede Franse Keizerrijk De definitieve versiering van de trap werd pas in 1897 voltooid (Website Louvre).
  4. M. Hamiaux, Les sculptures grecques, II, Parijs, 1998, p. 27.
  5. B. Holtzman, art. Victoire de Samothrace, vers 190 avant J.-C., in Encyclopædia Universalis (2007).
  6. R.R.R. Smith, Hellenistic Sculpture, Londen, 1996, p. 78.
  7. J. Charbonneaux, La Main Droite de la Victoire de Samothrace, in Hesperia 21 (1952), pp. 44-46.
  8. J. Charbonneaux, La Main Droite de la Victoire de Samothrace, in Hesperia 21 (1952), p. 44.
  9. R.R.R. Smith, Hellenistic Sculpture, Londen, 1996, p. 78; M. Hamiaux, Les sculptures grecques, II, Parijs, 1998, p. 27.
  10. R.R.R. Smith, Hellenistic Sculpture, Londen, 1996, p. 78; M. Hamiaux, Les sculptures grecques, II, Parijs, 1998, p. 27.
  11. M. Hamiaux, Les sculptures grecques, II, Parijs, 1998, pp. 32-33.
  12. Ma 2369 (door het museum van Samothrake in bewaring gegeven aan het Louvre. Ook een teen (?) van de rechtervoet is in bewaring gegeven (Ma 2369 ter).).
  13. B. Holtzmann - A. Pasquier, Histoire de l'art antique: l'art grec, Parijs, 1998, p. 259.
  14. M. Hamiaux, Les sculptures grecques, II, Parijs, 1998, pp. 32-33; cf. A. Neumeyer, Victory without Trumpet, in College Art Journal 16 (1957), pp. 198-211.
  15. M. Hamiaux, Les sculptures grecques, II, Parijs, 1998, p. 27; R.R.R. Smith, Hellenistic Sculpture, Londen, 1996, p. 78.
  16. L. Casson (Hemiolia and Triemiolia, in The Journal of Hellenic Studies 78 (1958), p. 17 (voetnoot 20).) heeft de argumentatie van C. Blinkenberg (Triemiolia. Etude sur un type de navire Rhodien, Kopenhagen, 1936, pp. 21-44) voor een zekere identificatie ervan als triemiolia ontkracht.
  17. Dit werd gezegd door Hatzfeld in 1910
  18. J. Hatzfeld, Démétrius Poliorcète et la Victoire de Samothrace, in Rev. Arch.4 15 (1910), pp. 132-138.
  19. Plinius maior, Naturalis Historia XXXIV 91.
  20. Fragment Ma 4194.
  21. H. Thiersch, Die Nike von Samothrake: ein rhodisches Werk und Anathe, in NAkG (1936), pp. 338-340.
  22. R.R.R. Smith, Hellenistic Sculpture, Londen, 1996, p. 78.
  23. M. Hamiaux, Les sculptures grecques, II, Parijs, 1998, p. 41, nr. 51.
  24. R.R.R. Smith, Hellenistic Sculpture, Londen, 1996, p. 79.
  25. M. Hamiaux, La Victoire de Samothrace, in Monuments et mémoires de la fondation Eugène Piot 43 (2000).
  26. A Virgin (1892-1893), asia.si.edu (2007).
  27. F.T. Marinetti, The Futurist Manifesto, 1909.
  28. Afbeelding op www.sgnhs.org

Zie ookBewerken

Verwante artikelsBewerken

ReferentiesBewerken

  • C. Blinkenberg, Triemiolia. Etude sur un type de navire Rhodien, Kopenhagen, 1936, pp. 21-44.
  • L. Casson, Hemiolia and Triemiolia, in The Journal of Hellenic Studies 78 (1958), pp. 14-18.
  • J. Charbonneaux, La Main Droite de la Victoire de Samothrace, in Hesperia 21 (1952), pp. 44-46.
  • C. Papeians, Kunst en Beschaving Griekenland, Brussel, 1988, pp. 139-144
  • Louvre, Les 300 chefs-d’oeuvre, Parijs, 2006, pp. 48-49. ISBN 2350310566/ISBN 2754100687
  • Le Guide du Louvre, Parijs, 2005, pp. 48-49. ISBN 2350310124/ISBN 2711845915
  • H.W. Janson - A.F. Janson, History of Art, Londen, 1997, pp. 160-162. ISBN 0500237514
  • Spectrum Encyclopedie 17 (2005), p. 388.
  • M. Hamiaux, Les sculptures grecques, II, Parijs, 1998, pp. 27-40. ISBN 2711836037
  • M. Hamiaux, La Victoire de Samothrace, in Monuments et mémoires de la fondation Eugène Piot 43 (2000). ISBN 2271184191
  • J. Hatzfeld, Démétrius Poliorcète et la Victoire de Samothrace, in Rev. Arch.4 15 (1910), pp. 132-138.
  • B. Holtzmann - A. Pasquier, Histoire de l'art antique: l'art grec, Parijs, 1998, pp. 258-259. ISBN 2110038667
  • R.R.R. Smith, Hellenistic Sculpture, Londen, 1996, pp. 77-79. ISBN 2878111079
  • H. Thiersch, Die Nike von Samothrake: ein rhodisches Werk und Anathe, in NAkG (1936), pp. 338-340.

Externe linksBewerken