Hoofdmenu openen

Met de Piranhazaak of het Piranhaproces wordt een onderzoek naar en de daaruit volgende rechtszaak tegen Samir Azzouz en vijf anderen bedoeld.

Op 1 december 2006 deed de rechter in het zwaarbeveiligde gerechtshof in Amsterdam-Zuidoost uitspraak in deze zaak. Azzouz werd veroordeeld voor het voorbereiden van een terroristische aanslag en kreeg een gevangenisstraf van 8 jaar opgelegd. Er was 15 jaar tegen hem geëist. Nouriddin El Fahtni en Mohammed Chentouf kregen 4 jaar cel, Soumaya S. werd tot drie jaar cel veroordeeld en Brahim Harhour kreeg 3 maanden celstraf. De rechtbank oordeelde dat de zes personen geen terroristische organisatie hadden gevormd.

De advocaten van Azzouz, Britta Böhler en Victor Koppe, hadden besloten in hoger beroep te gaan.

Het Openbaar Ministerie vond onder meer kruitresten op een handschoen waarop ook DNA van Azzouz werd gevonden. Daarnaast vormde de videoboodschap van Azzouz belangrijk bewijsmateriaal.

Op 2 oktober 2008 heeft het Haagse gerechtshof in hoger beroep uitspraak gedaan. Alle verdachten kregen hogere straffen opgelegd dan in de eerste aanleg. Samir Azzouz werd veroordeeld tot 9 jaar cel, Nouriddin El Fahtni kreeg 8 jaar, Mohammed Chentouf kreeg 6 jaar cel, Soumaya S. kreeg 4 jaar cel opgelegd.

Samir Azouz werd op 6 september 2013 vrijgelaten.

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken