Hoofdmenu openen

Pieter de Molijn

Nederlands kunstschilder

Pieter de Molijn, ook kortweg Pieter Molijn (gedoopt Londen, 6 april 1595 – begraven Haarlem, 23 maart 1661), was een Nederlands schilder, graveur en tekenaar behorend tot de Hollandse School.[1]

Pieter de Molijn
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Volledige naam Pieter Pietersz. de Molijn
Geboren Londen, 6 april 1595
Overleden Haarlem, 23 maart 1661
Geboorteland Nederland
Beroep(en) kunstschilder, etser, lithograaf
Oriënterende gegevens
Jaren actief c. 1615 - 1660
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Landschap met pratende boeren. Ca. 1640. Boedapest, Szépművészeti Múzeum.

Inhoud

Afkomst en opleidingBewerken

Pieter de Molijn werd gedoopt in de Nederduits-gereformeerde kerk Austin Friars in Londen. Zijn ouders waren van Vlaamse afkomst; zijn vader was een Ghentse textielhandelaar Pieter de Molijn en moeder was Lijntgen van den Bos uit Brussel.[1] Het gezin was uitgeweken voor de Spaanse overheersing vanwege hun geloof. Het vermoeden bestaat dat de familie Molijn al voor 1609 naar Haarlem verhuisde. Hoogstwaarschijnlijk heeft Pieter daar zijn opleiding genoten; Esaias van de Velde wordt wel genoemd als zijn leermeester, maar daarover is geen zekerheid.[2].

LevenBewerken

Vanaf 1616 was de Molijn lid van het Haarlemse Sint-Lucasgilde en bekleedde daar vele verschillende functies in de jaren 1620-1649. Door Ampzing werd hij vermeld in de tweede editie van zijn Beschrijvinge ende Lof der Stad Haarlem, van 1621. Hij verbleef enige tijd in de stad Rome in 1618, getuige zijn bijdrage aan het album amicorum Wybrand de Geest: 'In Rome den 6 junij 1618/Pieter du Molyn' (de Geest 1614). In 1624 werd hij vermeld als schutter van de schutterij Sint Joris[1] en trouwde in hetzelfde jaar met Maycken Geraerts; ze bleven hun gehele leven bij elkaar tot 1661, en woonden vanaf 1630 op de Oude Gracht te Haarlem.[2] In 1624 werd hij lidmaat van de Haarlemse gereformeerde kerk, waarna hij vier jaar later werd benoemd tot diaken.

In de derde editie van Beschrijvinge ende Lof der Stad Haarlem, (1628) werd zijn schilderkunst al lovend beschreven. Hij was toen een kunstenaar die aanzien genoot, wat aangetoond wordt door de bestuursfuncties die hij kreeg in het Haarlemse schildersgilde St. Lucas; hij was een aantal malen 'vinder' voor het gilde en een aantal keren werd zijn werk geselecteerd voor de kunst-loterijen. Hij was een gerespecteerde schilder, die het zich ook financieel kon veroorloven om een huis aan de Oude Gracht in Haarlem te kopen voor 3,100 guldens. Bovendien werd hij binnen het schildersgilde tot 'deken' verkozen in 1632; des te opvallender, daar tot dan toe dit ambt slechts aan katholieke schilders was toegekend; Pieter de Molijn was de eerste die als protestant en als eerste zoon van een Vlaamse immigrant deze positie zou bekleden.[3] Molijn handelde ook zelf in zijn eigen werken, en in schilderijen van buiten Haarlem, waardoor hij een keer moeilijkheden kreeg met de regels van het gilde, en een proces door een aanklacht van Caesar van Everdingen die betaling eiste voor zijn geleverde werken. Ook verrichte hij meerdere keren taxaties van schilderijen.[2]

De Molijn had een aantal leerlingen, zoals Gerard ter Borch I, Gerard ter Borch II, Jan Coelenbier, Allart van Everdingen, Christian de Hulst, Anthony Molijn, Jan Nose en Jan Wils.
In 1660 maakte hij en zijn vrouw in nog goede gezondheid hun testament op de langstlevende. In 1661 werd hij begraven vanuit zijn huis op de Oude Gracht.[1]

Werk en techniekBewerken

Pieter du Molijn werd qua onderwerpen voornamelijk bekend om zijn landschappen. In een Haarlemse inventaris uit 1661 werd - met andere werken van Haarlemse meesters - genoteerd: een keukenstuk door een Molijn. Een vis-stilleven en een landschap door een Molijn werd genoteerd in een inventaris van 1673 in Den Haag - volgens Willigen/Meijer door Pieter (Willigen/Meijer 2003).[1]

Pieter de Molijn en Jan van Goyen waren schilders die het productieproces van een schilderij bekortten door een nieuwe en minder tijdrovende schildertechniek toe te passen. Het was toen gebruikelijk onder de schilders om eerst een gedetailleerde voortekening te maken op het doek of paneel, die vervolgens laag-na-laag werd ingevuld, zodat de schilder pas verder kon gaan nadat de voorgaande laag was opgedroogd. De Molijn en Van Goyen werkten op een vlotte manier nat in nat; daarbij werd de gehele voorstelling in één keer achter elkaar op het doek geschilderd. Bovendien werd slechts een beperkt aantal pigmenten gebruikt. De monochromie die hieruit resulteert is bijvoorbeeld goed te zien in het Duinlandschap met boom en wagen van Pieter Molijn; dit was een van de eerste schilderijen die met behulp van deze snelle techniek is opgezet.[4]

De Molijn koos vaak de duinen als zijn onderwerp, bij voorkeur in zomerlandschappen met boerenwoningen met figuur, of landschappen met reizigers of soldaten; ook maakte hij enkele zeestukken (op zijn schilderijen tussen 1623 en 1638 zijn er ook werken die alleen maar figuren afbeelden). Zijn composities zijn meest diagonaal gecomponeerd, waarbij de figuren altijd sterk naar voren komen en daardoor uitgesproken afsteken tegen hun omgeving. Het opbouwen van het verloop van het terrein naar de diepte toe is bij hem de hoofdzaak; het atmosferische aspect ontbreekt vaak in zijn werk.[5]

WaarderingBewerken

In de ogen van veel kunst-historici uit onze moderne tijd mankeert het in de landschappen van De Molijn die hij na 1630 schilderde aan de zwier en de originaliteit van zijn vroegere duinlandschappen van circa 1625, waarin hij zichtbaar pionierde met tonaliteit. Maar gezien vanuit een zeventiende-eeuws standpunt was De Molijn een gerespecteerd kunstschilder tot aan het einde van zijn leven, bijna vergelijkbaar met een Jan van Goyen. Deze reputatie verwierf hij met zijn verfijnde vakmanschap en met zijn referenties naar de traditie van de toenmalige landschapsschilderkunst. Beide aspecten werden in zijn eigen tijd gewaardeerd door vooral de klanten in het bovenste segment van de markt. Hij was niet zozeer een 'behoudende' schilder vanwege zijn gebrek aan talent, maar door zijn eigen keuze en door de toen bestaande artistieke rivaliteit. Hij onderkende het voordeel van het aanbieden van goedkopere schilderijen (sneller gemaakt!) voor de gewone markt, met landschapsschilderijen die een veel langer tijd nodig hadden en heel vaardig waren geschilderd. De laatste groep werken was bestemd voor de rijkere clientèle, die zich er goed van bewust was dat kwaliteitsschilderijen wel degelijk het resultaat konden zijn van artistieke rivaliteit. Dit concludeert Marion Boers in haar tekst over De Molijn[3]

Galerij van werkenBewerken

Zie ookBewerken