1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van Iran voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Perzië, officieel de keizerlijke staat Perzië (Perzisch: Форс ва ба таври расмӣ давлати империяи Форс), is een historisch land in Centraal-Azië. Perzië is afkomstig van een Oudgriekse naam voor de zuidelijke regio die de Iraniërs zelf Pars noemen.[1]

Dowlat-e Shâhanshâhi-ye Irân
Ҳукумати Империяи Эрон
 Kadjaren 1925 – 1979 Interim-regering van Iran 
State flag of Iran (1964–1980).svg Imperial Coat of Arms of Iran.svg
(Details) (Details)
Algemene gegevens
Hoofdstad Teheran
Talen Perzisch
Volkslied Sorood-e Shahanshahi Iran (De Keizerlijke saluut van Iran)
Regering
Regeringsvorm Keizerrijk
Dynastie Pahlavi
Staatshoofd Sjah

Perzië zou hedendaags zo'n 82 miljoen inwoners tellen en een grondgebied beslaan van zo'n 1.648.195 km². De centrale ligging in Eurazië en West-Azië en de nabijheid van de Straat van Hormuz gaven het land een geostrategisch voordeel. Teheran was net als in het huidige Iran het politieke en economische centrum van Perzië en de grootste en dichtstbevolkte stad in Centraal-Azië met meer dan 8,8 miljoen inwoners, en 15 miljoen inwoners in het grootstedelijk gebied.

GeschiedenisBewerken

 
Reza Sjah, stichter van de Pahlavi-dynastie en koning van Perzië van 1925 tot 1941

In 1921 pleegde de Iraanse kozakken-generaal Reza Khan (Reza Shah) samen met de journalist Zia al-Din Tabataba'i een geslaagde staatsgreep. De macht van de Kadjaren-sjah Soltan Ahmed Kadjar werd drastisch ingeperkt. Tabataba'i was voorstander van het oprichten van een op het Westen en Atatürk georiënteerde republiek. Hoewel Reza Khan ook streefde naar een westerse staat, begreep hij dat wanneer de monarchie zou worden afgeschaft, de sjiitische geestelijken en het volk in opstand zouden komen. In 1925 vertrok sjah Soltan Ahmed Kadjar in ballingschap naar Frankrijk. In 1926 riep Reza Khan zich zelf uit tot Reza Sjah, met de pre-islamitische en dynastieke naam Pahlavi. Naar het voorbeeld van de Turkse president Atatürk en de Afghaanse koning Amanoellah Sjah, begon Reza Sjah aan een ambitieus hervormingsplan.

Er werd een verregaande secularisatie doorgevoerd en de sjah wilde dat Iran binnen enkele jaren was omgetoverd in een moderne staat naar westers model. Hij verving de sharia door een burgerlijke wet en nam de geestelijken hun bezittingen af. Hij onderdrukte de Asjoera-festiviteiten (het belangrijkste sjiitische festival) en verbood de moslims de hadj te maken. Ook islamitische kleding werd verboden en zijn soldaten hadden de gewoonte om sluiers van vrouwen met hun bajonetten af te rukken. In 1935 werden honderden vreedzame demonstranten tegen de kledingwetten voor een belangrijk heiligdom door soldaten neergeschoten. De sjah verzuimde echter om de levensstandaard van de arme bevolking te verbeteren en het grootgrondbezit bleef bestaan.

In de jaren dertig werd nazi-Duitsland Iraans belangrijkste handelspartner. De sjah raakte onder de indruk van Hitlers beleid, maar werd geen fascist. Bevreesd dat Reza Shah de zijde van de asmogendheden (Duitsland, Italië) zou kiezen, vielen de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië in 1941 het land binnen. Het noorden van het land werd een Sovjet-Russische bezettingszone, het zuiden een Britse bezettingszone. De pro-Duits geachte sjah werd naar Johannesburg verbannen waar hij in 1944 overleed. De oudste zoon van Reza Sjah, Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980), volgde zijn vader op 16 september 1941 als sjah van Perzië op. De Russen steunden de pro-communistische Tudeh-partij, terwijl de Britten liever de sjah aan de macht zagen.

Medio 1946 vertrokken de Britten uit Iran. In 1946 verklaarden de Noord-Iraanse regio's Azerbeidzjan en Koerdistan zich met Russische hulp onafhankelijk. Stalin en de sjah kwamen echter overeen dat het Rode Leger zich in ruil voor olie zou terugtrekken. De Russen lieten hun steun aan Azerbeidzjan en Koerdistan varen, waarop de regio's vrij gemakkelijk door het keizerlijk leger werden bezet.

Mossadegh en de coup van 1953Bewerken

 
Demonstratie tijdens de coup van 1953 in de Perzische hoofdstad Teheran

In 1950 richtte Mohammed Mossadegh het Nationaal Front op, een liberale organisatie die naar nationalisatie van de Anglo-Persian Oil Company streefde. Mossadeqs Nationaal Front kon rekenen op zowel de steun van de nationalisten, de communisten en de democraten als op de steun van de geestelijkheid. Mossadeq, een vijand van de sjah (hij behoorde tot de in 1925 verdreven Kadjarendynastie), streefde tevens naar een constitutionele monarchie, waarin de macht van de sjah zou worden beperkt.

Op 2 mei 1951 werd Mohammed Mossadeq benoemd als minister-president. Hij zette de nationalisatie van de door Britten gedomineerde Anglo-Persian Oil Company door en verbrak de diplomatieke betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk. Spoedig geraakte de sjah en de premier in onmin over de portefeuille van Defensie. De sjah ontsloeg Mossadeq en benoemde Ahmad al-Saltana tot premier. Een volksopstand noopte de sjah tot het herzien van deze beslissing en herstelde Mossadeq als premier én minister van Defensie.

De ruzie tussen de sjah en zijn premier gingen gewoon door en op 17 augustus 1953 vluchtte de sjah naar Rome. Twee dagen later pleegde generaal Fazlollah Zahedi een door de Britten en de CIA georganiseerde staatsgreep waarna de sjah terug kon keren en Mossadeq gevangen werd gezet. Later werd Mossadeq ter dood veroordeeld, maar de sjah zette de straf om in drie jaar gevangenisstraf. In 1956 kwam hij vrij en leefde onder strenge bewaking op zijn landgoed.

Witte Revolutie en doorgaande onderdrukkingBewerken

 
De sjah verdeelt landaktes

Net als zijn vader wilde Mohammed Reza Perzië moderniseren ten koste van traditionele Iraanse waarden. Pro-communistische stakingen bij olieraffinaderijen, leidden eind jaren vijftig tot het verbod op de Tudeh-partij. In 1957 kreeg Iran een tweepartijenstelsel.

In 1961 kondigde de sjah de Witte Revolutie af. De Witte Revolutie voorzag in landhervormingen, vrouwenemancipatie en algemeen kiesrecht. De geestelijkheid verzette zich hevig tegen de landhervormingen (de geestelijkheid was de grootste grootgrondbezitter), maar steunde het voorstel om algemeen kiesrecht in te voeren. In de jaren zeventig was er een enorm contrast ontstaan tussen het platteland en de grote stad. In de grote steden leefden de middenklasse en hoge klasse in een westerse levensstijl. Op het platteland leed men armoede, omdat de landhervormingen weinig succesvol verliepen (de grootgrondbezitters verdeelden het land onder familieleden, waardoor de kleine boer of landarbeider alsnog geen land verkreeg).

Een van die toonaangevende geestelijken was ayatollah Ruhollah Khomeini. Khomeini leefde tot 1975 in ballingschap in Najaf in Irak, maar toen de toenmalige Iraakse regering en de sjah een vriendschapsverdrag ondertekenden, werd Khomeini Irak uitgezet. Later vormde hij een Revolutionaire Raad in Parijs, waarin naast orthodoxe-sjiitische leiders, ook liberale-sjiieten zitting hadden.

Door de overeenkomst tussen Irak en de sjah, schafte de sjah het tweepartijenstelsel af en voerde een eenpartijstelsel in, met de Partij voor de Iraanse Herrijzenis als enige toegestane partij. De macht van de sjah nam nog verder toe en hij werd gesteund door zijn premier, Amir Hoveida.

DynastieBewerken

 
Kroning van Mohammad Reza Pahlavi in 1967

Pahlavi (Pahlawi, Pehlavi en diverse andere spellingvarianten) is een Perziesch dynastie van sjahs, die er twee voortbracht:

  • Reza Pahlavi is de stichter van de dynastie. Hij werd geboren als Reza Khan en nam de naam Pahlavi aan na zijn benoeming tot sjah. Hij regeerde van 1925 tot 1941.
  • Mohammad Reza Pahlavi is zijn zoon en regeerde van 1941.