Hoofdmenu openen
Kazuifel van Paulus Sutorius & Co uit 1858, geleverd voor de Krijtberg te Amsterdam, nu in Museum Amstelkring.

Paulus Sutorius & Co was een atelier voor goud-, zilver- en zijdeborduurwerk en een handel in kerkornamenten, gevestigd in Amsterdam van circa 1850 tot circa 1905.

Inhoud

FamiliegeschiedenisBewerken

Johannes Wilhelmus Sutorius had zich kort na 1800 vanuit het Nederrijnse Büderich in de textielstad Helmond gevestigd. Hij ontwikkelde zich van ‘tenturier’, textielverver, tot drukker en later fabrikant. Tot zijn overlijden in 1834 leidde hij een katoenbleek, -druk en -ververij. Dit bedrijf werd overgenomen door zijn tweede zoon Petrus Antonius Sutorius (1804-1886). Deze ging in 1843 een vennootschap aan met Pieter Fentener van Vlissingen. Zij richten een katoenbleek, -druk en -ververij op in Weesp. Door het overlijden van de laatste werd deze vennootschap al in 1846 beëindigd. De Helmondse tak van de familie Fentener van Vlissingen nam de katoendrukkerij over, onder de naam P. Fentener van Vlissingen & Co's Katoendrukkerijen (later Vlisco). In 1854 besloot P.A. Sutorius Oost-Indische batik te gaan vervaardigen in Weesp, in een maatschappij met aandeelhouders. Dit liep uit op een drama, waarbij de aandeelhouders en de directeur veel geld verloren. Hij vertrok al snel naar Aalst.

OprichtingBewerken

Zijn broer Paulus Sutorius (1807-1871) runde tot 1850 een winkel in Helmond. In dat jaar vertrok hij naar Amsterdam, waar hij een eigen manufactuurververij oprichtte. Binnen een half jaar ging hij een vennootschap aan met Johannes Gerardus Huijsmans onder de naam Paulus Sutorius & Co. Samen verkochten zij alle soorten kerkornamenten en fabriceerden gouden, zilveren en zijden borduurwerken. Al in 1856 ging Huijsmans een nieuwe vennootschap aan met W.A. van Gennip, de enige andere fabrikant van kerktextiel in Amsterdam. Voor Sutorius liepen de zaken voorspoedig en in 1859 verhuisde het bedrijf naar een ruimer pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal.

Opheffing atelierBewerken

Paulus Sutorius keerde in 1861 terug naar Helmond, waarschijnlijk vanwege gezondheidsredenen, en liet vanaf 1870 het Amsterdamse bedrijf over aan zijn zoon Petrus Wilhelmus Sutorius (ca. 1837-1918). Vanaf dat moment werd er in Amsterdam alleen nog maar verhandeld, niet gefabriceerd. De leden van de familie worden aangeduid als commissionair of koopman in manufacturen. Het bedrijf leverde in ieder geval tot 1905, daarna verdwijnt de naam uit de adresboeken.

ProductieBewerken

In de korte tijd dat Paulus Sutorius in Amsterdam werkzaam was, werd er veel en kwalitatief goed kerktextiel vervaardigd. Slechts een enkel stuk heeft de tijd overleefd. Het vierstel dat in 1858 door mevrouw Hendricks aan pater Andreas Consen van de Krijtberg geschonken, ter gelegenheid van zijn 25-jarig priesterschap, behoort tot "zeker een der kostbaarste stukken" uit die tijd[1]. De stukken zijn gemaakt van zilverlaken, geheel bedekt met hoogliggend goudborduursel. De decoratie bestaat uit ranken met korenaren, waartussen bloem- en fruitcomposities en motieven als de harten van Christus en Maria. De vakkundigheid van het borduurwerk is voor Nederland onvergelijkbaar. Volgens de overlevering kostte het stel het gigantische bedrag van 25.000 gulden. Alleen al aan goud en zilver is er een kapitaal in verwerkt en dan praten we nog niet over de grote hoeveelheid werk die er in is gestoken. Dergelijk werk vraagt om borduurwerkers met een jarenlange ervaring.

Van ander Amsterdams werk beschikken wij alleen over beschrijvingen. Op de Tentoonstelling van Provinciale Nijverheid en Kunst te Amsterdam van 1859 oogstte Sutorius bijvoorbeeld grote lof met geborduurde kazuifels - "uitnemend fraai"[2] - en met zijn vaandel voor De Nederlandsche Drukpers en met zijn kazuifels: "Deze inzender toont dat hij den tak van nijverheid, welken hij uitoefent op eene hoogte heeft gebragt, welke gelijk staat met die van het buitenland"[3].

Adressen van vestigingBewerken

  • 1850: Kloveniersburgwal bij de Slijkstraat, Amsterdam
  • 1859: N.Z. Voorburgwal bij de Nieuwstraat, Amsterdam
  • 1870: Damrak bij den Dam, Amsterdam (G. en J.J. Sutorius), Warmoesstraat bij de Pijlsteeg, Amsterdam (P.W. Sutorius)
  • 1877: N.Z. Voorburgwal bij de Kolkstraat, Amsterdam
  • 1905: Keizersgracht 109, Amsterdam

LiteratuurBewerken

  • Marike van Roon, Goud, zilver & zijde. Katholiek textiel in Nederland, 1830–1965. Zutphen 2010. ISBN 978-90-5730-6426