Orderbrief

Het orderbriefje (promesse) is een handelsdocument waarin een schuldenaar onvoorwaardelijk belooft te betalen aan een welbepaalde persoon. Het betreft hier dus geen recht aan toonder, immers enkel de persoon die op het briefje vermeld staat als begunstigde, kan betaling eisen. Wanneer men het orderbriefje wil overdragen - opdat iemand anders de begunstigde zou worden - moet men het dus endosseren. Merk ook het verschil op met de wissel: het orderbriefje wordt uitgeschreven door de schuldenaar in plaats van de schuldeiser. Endossement, recht van regres bij niet-betaling, verjaring zijn wel van toepassing op het orderbriefje.

InternationaalBewerken

In de internationale handel is het orderbriefje beter bekend als een promissory note. Het gebruik ervan wordt geregeld door de Convention providing a Uniform Law For Bills of Exchange and Promissory Notes.[1][2] Dit verdrag werd gesloten in Geneve in 1930 onder de auspiciën van de toenmalige Volkerenbond. Om geldig te zijn moet het orderbriefje ten minste de volgende bepalingen opnemen in de tekst:

  • De benaming "orderbrief". De taal waarin het woord geschreven wordt, moet dezelfde zijn als dewelke waarin de rest van het orderbriefje is opgemaakt.
  • De onvoorwaardelijke belofte tot betaling van een bepaalde som
  • De aanwijzing van de vervaldag
  • De aanwijzing van de plaats waar de betaling moet geschieden
  • De naam van degene aan wie of aan wiens order de betaling moet worden gedaan
  • De vermelding van de dagtekening en van de plaats waar het orderbriefje is ondertekend
  • De handtekening van degene die de titel uitgeeft (ondertekenaar).

BelgiëBewerken

In België wordt het gebruik van orderbrieven geregeld door afdeling II van de gecoördineerde wetten op de wisselbrieven en orderbriefjes[3] uit 1955. De regeling lijkt sterk op de internationale verdragstekst. De verplicht op te nemen bepalingen zijn bijvoorbeeld exact dezelfde.

Zie ookBewerken

NotenBewerken