Hoofdmenu openen

Oost-Finsterwolde

nederzetting in Nederland

Oost-Finsterwolde was in de middeleeuwen een nederzetting en kerspel in het Wold-Oldambt, in het bisdom Münster.

De Sunte Nicolauskerck van Oistfinsterwolda wordt genoemd in een tweetal grensverdragen uit 1391 en 1420 en in een pauselijke benoemingsbrief voor pastoor Folkardis de Voestfinzervoelda uit 1429. Ten gevolge van de veenontginningen was de nederzetting, die oorspronkelijk verder noordelijker lag, al eerder verplaatst naar plek hoger op het veen. In een laat-vijftiende-eeuwse kerspellijst van het bisdom Münster wordt de plaats Astwinserwalda genoemd. De verplaatsing en het verdwijnen van de nederzetting werd altijd toegeschreven aan de doorbraken van de Dollard, maar het Dollardwater bereikte dit gebied pas tegen het einde van de 15e eeuw. In een parochielijst uit 1500 wordt vermeld: Oistfinsterwolde aqua destructa (door het water vernield). Uiteindelijk is het dorpsgebied grotendeels verlaten vanwege de inbraken van de Dollard en bedekt met een kleilaag voordat het later in de zestiende eeuw weer werd bedijkt.

De nieuwe naam Veenhuisen of Veenhuißen wordt voor het eerst gebruikt in een verdrag met de stad Groningen uit 1435; in een ander document uit hetzelfde jaar heet het dorp nog als vanouds Oestfinzerwold. Vermoedelijk verhuisde een deel van de bewoners naar een veilige locatie dichter bij de Tjamme. Hier ontstond in de zestiende eeuw de buurtschap Veenhuizen. Omstreeks 1520 wordt onder Termunten een landeigenaar uit Veenhussen genoemd, waarmee misschien deze nederzetting wordt bedoeld.

De fundamenten van een kruiskerk met een toren werden in 1826 gevonden ten zuiden van Ganzedijk in een kerkheuvel in de Vledder nabij de Finsterwolder molens. Daarbij vond men ook twee oudere sarcofagen met bakstenen overwelving.[1] De fundamenten werden geruimd in 1844 en het puin werd gebruikt voor de verharding van de weg door Nieuw-Beerta. De lange opstrekkende kerkkavel van Oost-Finsterwolde was enige eeuwen lang in eigendom geweest van de Nederlands Hervormde kerk te Finsterwolde. De kerkkavel werd in 1821 verkocht aan D.J. Mulder om met de opbrengsten de nieuwe kerktoren te financieren. De vergraven kerkheuvel staat plaatselijk nog bekend als hoge wind.

Een voorloper van deze kruiskerk lag vermoedelijk ter hoogte van Ganzedijk.[2]

Ten oosten van het middeleeuwse kerspel Oost-Finsterwolde heeft waarschijnlijk de nederzetting Torpsen gelegen. Berichten uit de 19e eeuw vermelden restanten van steenhuizen, die her en der in het gebied verspreid lagen.