Olivier V de Clisson

Frans militair (1336-1407)

Olivier de Clisson (Kasteel van Clisson, 1336 - Kasteel van Josselin, 23 april 1407) was een Bretons soldaat van adellijke afkomst die ten tijde van de Honderdjarige Oorlog met de Fransen meevocht. Door zijn wreedheid in de strijd kreeg hij de bijnaam, le Boucher (de Slachter).[1]

Olivier de Clisson, afgebeeld op zijn grafmonument in de kerk van Josselin.

BiografieBewerken

In dienst van EngelandBewerken

Olivier de Clisson werd geboren als zoon van Olivier IV de Clisson en Jeanne de Belleville op het ouderlijk slot van Clisson. In 1343 werd zijn vader vanwege vermeend verraad onthoofd op last van koning Filips VI van Frankrijk. Na deze executie zwoer zijn vrouw wraak tegen de Franse koning en begon ze aan kaapvaart in Het Kanaal. In 1356 ging de familie in Engeland wonen na haar huwelijk met Walter Bentley. Op 23-jarige leeftijd ging Olivier de Clisson dienen in het leger van Jan van Montfort in de Bretonse Successieoorlog. Hij wist zich tijdens de Slag bij Auray te onderscheiden, waarbij hij een oog verloor maar tevens zijn bijnaam "de Slager" kreeg toebedeeld.

In dienst van FrankrijkBewerken

 
Het Kasteel van Josselin, dat onder leiding van Olivier de Clisson flink werd uitgebreid en verbouwd.

Tijdens de oorlog in Bretagne wekte Montfort de woede van de Clisson op door Sir John Chandos voortdurend te bevoorrechten en toen hij Chandos voor diens diensten beloonde met een stad en een kasteel, werd Clisson zo kwaad dat hij een aanval ondernam op het voor Chandos bestemde kasteel en het met de grond gelijk maakte; met de stenen liet hij zijn eigen kasteel bouwen.

Karel V had hem de gebieden teruggegeven die zijn vader ontnomen waren en getracht hem met geschenken voor zich te winnen. In 1369 schaarde hij zich aan de Franse zijde van het Honderjarig conflict.[2]

In 1370 verkreeg Olivier de Clisson de heerlijkheid Josselin en begon met de bouw van het Kasteel van Josselin. In datzelfde jaar ging hij dienen in het leger van Bertrand du Guesclin. Na de dood van Du Guesclin in 1380 ontving hij de titel van connétable van Frankrijk. In 1382 had hij een belangrijk aandeel van de Franse overwinning in de Slag bij Westrozebeke tegen de Vlaamse opstandelingen. Daarna leidde hij legers in Poitou en het graafschap Vlaanderen. Olivier de Clisson had ook de leiding over een onsuccesvolle invasie in Engeland.

Toen hij in 1392 terugkeerde in Parijs werd er een poging gedaan om hem te vermoorden door Pierre de Craon, die in dienst was bij Jan IV van Bretagne. De Clisson werd aangevallen in een nauwe straat in de Franse hoofdstad. Zijn bedienden vluchten, maar zijn leven werd gered door het maliënkolder dat hij droeg. Hij kon zijn aanvallers nog weerstaan, maar Craon was naar Bretagne gevlucht in de wetenschap dat De Clisson dood was. Samen met Karel VI van Frankrijk marcheerde hij met een leger op naar Bretagne, maar tijdens de campagne werd Karel overvallen door gekheid. De ooms van Karel geloofden dat Olivier de Clisson de schuldige was aan deze gekheid, waardoor deze moest vluchten naar Bretagne. Na zijn verbanning herstelde hij het contact met hertog Jan IV van Bretagne. Na de dood van de hertog werd hij benoemd tot beschermer van het hertogdom en als voogd van de jonge hertog Jan V.

Olivier de Clisson overleed in 1407 als een van de rijkste edelen van Frankrijk. Zijn nalatenschap kwam in handen van de Bretonse adellijke familie De Rohan.

Huwelijk en kinderenBewerken

Olivier de Clisson was getrouwd met Catharina van Laval en zij kregen samen twee kinderen: