Hoofdmenu openen

De Nashorn, Sd.kfz. 164, was een zware tankjager, geproduceerd door Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij werd ontwikkeld in 1942 op het onderstel van de Panzerkampfwagen III/IV en uitgerust met een 88mm antitankkanon (paK 43/L71). Er bestaan er nog maar drie van: een in Rusland, een in Nederland en een in Amerika.

Sd.Kfz.. 164 Nashorn
Nashorn.Aberdeen.0007wakh.jpg
Soort
Periode -
Bemanning 5[1]
Lengte 6,20 m[1]
Breedte 2,93 m[1]
Hoogte 2,94 m[1]
Gewicht 26,5 ton[1]
Pantser en bewapening
Hoofdbewapening 88mm PaK 43/1 L/71[1]
Secundaire bewapening MG34 / MG42
Motor Maybach HL 120 TRM 300 PK[1]
Snelheid (op wegen) 40 km/u op de weg; 25 km/u in het terrein[1]
Rijbereik 213 km op de weg, 130 km in het terrein[1]

OntwikkelingBewerken

In februari 1942 kreeg firma Alkett in Berlijn de opdracht tot het bouwen van een zwaar mobiel antitankgeschut. Eerst ontwikkelde die de Geschützwagen III/IV, genoemd naar de samenstelling uit onderdelen van de Panzerkampfwagen III en de Panzerkampfwagen IV. Hetzelfde chassis werd later ook gebruikt voor de ontwikkeling van de Sd.Kfz.165 hummel gemotoriseerde artillerie. Er werd een 88mm Panzerabwehrkanone (PaK) 43/1 L/71 op geplaatst met een schuin aflopend beschermingsschild en het voertuig had een open dak. De Nashorn was dus een Panzerjäger. Het kanon kon 15° naar links en naar rechts draaien en 30° omhoog. Om genoeg ruimte te creëren voor het geschut werd de motor van achter naar het midden van het voertuig verplaatst.

De Sd.kfz. 164 werd geïntroduceerd in oktober 1942 en werd voor het eerst geproduceerd in 1943. Hij kreeg de bijnaam Nashorn (neushoorn). De Nashorn werd tot het eind van de oorlog geproduceerd en in 1945 waren er in totaal 494 gebouwd.

VariantenBewerken

De Nashorn werd vanaf mei 1943 onder de naam Hornisse aan de eenheden geleverd; op 27 januari 1944 heeft Hitler de naam laten wijzigen in Nashorn, maar in de KStN (soort organigrammen van de Wehrmacht) werd de Nashorn nog tot laat in de oorlog als Hornisse aangeduid. Er zijn geen echt verschillende varianten van de Nashorn gebouwd, maar er is wel onderscheid te maken tussen "vroege" exemplaren en "standaard" exemplaren. De eerste twintig geproduceerde Nashorns zijn geleverd met een iets afwijkend kanon, samen met een paar kleine verschillen.

Verschillen gevonden tussen de twee producties: de vroege variant had een grote uitlaatdemper op de achterzijde van het voertuig, waar die op de standaard mist. De standaardvariant had bij de trap aan de achterzijde slechts een trede die in het midden zat, terwijl de vroege variant een trapje met twee treden had die iets meer rechts uit het midden hangt. De reservewielen van het voertuig zaten bij de vroege variant op de voorkant van de opbouw en bij de standaardvariant op de achterzijde. Ook waren de hijsogen van de standaard ±25cm naar voren geplaatst. Voor de rest gebruikte de vroege variant de transportsteun voor het kanon van de Hummel, waren er vierkante kasten achterin onder het pantser, net boven het spanwiel, geplaatst en had de vroege twee koplampen, terwijl de standaard er maar een had. Ook is er bij de latere Nashorns een verschil in de toprolwielen te zien; door schaarste van rubber naar het einde van de oorlog zijn de standaards vaak uitgerust met stalen, in plaats van rubberen, toprolwielen.