Nachi (schip, 1928)

schip

Nachi (那智) was een zware kruiser van de Myōkō-klasse, die dienst deed bij de Japanse Keizerlijke Marine van 1928 tot 1944.

Vlag
Nachi
Vlag
Nachi
Overzicht
Type zware kruiser
Naamgever Nachi
Geschiedenis
Besteld 1924
Werf Kure Kaigun Kosho
Kiellegging 26 november 1924
Tewaterlating 15 juni 1927
In dienst gesteld 28 november 1928
Uit dienst gesteld 5 november 1944
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 13.500t
Lengte 201,7m
Breedte 20,7m
Diepgang 6,3m
Bemanning 773
Techniek en uitrusting
Aandrijving 4 turbines, 4 schachten, 12 ketels
Machinevermogen 97.000Kw
Snelheid 36 knopen
Bewapening 10 x 200 mm kanonnen
6 x 120 mm kanonnen
2 x 7,7 mm machinegeweren
12 x 610 mm torpedobuizen
Pantser Gordel: 100 mm
dek: 37 mm
geschuttorens: 25 mm
Barbetten: 75 mm
Vliegtuigen en helikopters 2 watervliegtuigen
Portaal  Portaalicoon   Marine

OntwerpBewerken

Nachi beschikte over vier turbines, met ieder een schacht. Deze werden aangedreven door twaalf ketels. Hiermee werd een machinevermogen van 97.000 kW gehaald, waarmee het schip een topsnelheid van 36 knopen kon halen. Als het schip met een snelheid van 14 knopen voer, kon het 15.000 km afleggen.[1][2]

Nachi's hoofdbewapening bestond uit tien 203 mm kanonnen, verdeeld over vijf dubbele geschuttorens. Verder had het acht 127 mm kanonnen, verdeeld over vier dubbele geschuttorens, en vier dubbelloopse torpedobuizen. De luchtverdediging bestond compleet uit relatief laag kaliber machinegeweren. Later kwam hier 25 mm luchtafweergeschut bij.[1][2]

DienstBewerken

Op 4 januari 1942 werd het schip aangevallen door meerdere Amerikaanse B-17 Flying Fortress bommenwerpers. Hier werd Nachi geraakt door een bom van 227 kg, die alleen oppervlakteschade aanbracht en niet het pantser penetreerde.[2][3]

Eind januari 1942 dekte Nachi en Haguro de landingen op Celebes, Nederlands-Indië. Hierna dekte zij troepen bij de slag om Ambon.[2][3][4]

 
Nachi terwijl het wordt aangevallen
 
Nachi aan het zinken

Op 27 februari 1942 participeerde Nachi aan de slag in de Javazee, waar het streed tegen het ABDA vlootverband onder leiding van Karel Doorman. In deze zeeslag speelde Nachi, in tegenstelling tot haar zusterschip Haguro, niet zo'n grote rol. Wél werd het eskader gespot door watervliegtuigen afkomstig van Nachi.[2][3][5][6]

Op 1 maart 1942 zonk Nachi samen met Haguro en Yūdachi de zwaar beschadigde Britse kruiser HMS Exeter. Nachi haalde 90 bemanningsleden uit het water.[2][3]

Op 26 maart 1943 begeleidde Nachi een konvooi samen met de zware kruisers Maya enTama en de lichte kruiser Abukuma, toen het een Amerikaans eskader spotte. Het eskader bestond uit de lichte kruiser USS Richmond, de zware kruiser USS Salt Lake City en de torpedobootjagers USS Bailey, USS Dale, USS Monaghan en USS Coghlan. Er volgde een vier uur durend gevecht, waar alle afgeschoten torpedo's geen doel troffen. Wel was er aan beide zijden hevige schade aangebracht door kanonvuur. Nachi werd vijf maal geraakt, veertien bemanningsleden sneuvelden.[2][3]

Op 24 oktober 1944 participeerde Nachi aan de slag in de Golf van Leyte, waar het geen belangrijke rol speelde. Op 25 oktober botste het met de japanse zware kruiser Mogami. Het schip was ernstig beschadigd en moest zich terugtrekken naar Manilla voor reparaties.[2][3]

Op 29 oktober 1944 werd Nachi tijdens de reparaties aangevallen door Amerikaanse bommenwerpers. Een bom raakte het dek, waardoor 53 bemanningsleden sneuvelden en de reparaties vertraagd werden.[2][3]

Op 5 november 1944 werd Nachi in de baai van Manilla aangevallen door drie golven bommenwerpers afkomstig van de vliegdekschepen USS Lexington en USS Ticonderoga. Het schip overleefde de eerste golf met nauwelijks schade, maar in de tweede golf werd het geraakt door vijf bommen en twee of drie torpedo's. In de derde golf werd het schip geraakt door vijf torpedo's, twintig bommen en zestien raketten. Het schip had geen kans. 807 van de totaal 1027 bemanningsleden aan boord stierven. De vice-admiraal die het commando had over het schip was destijds aan land voor een vergadering, maar kwam op tijd in de haven aan om zijn schip te zien zinken. De kapitein overleefde de aanval niet.[2][3]