Michael Anton Sinkel

Michael Anton Sinkel (Crapendorf, bij Cloppenburg, 30 september 1785 - Amsterdam, 22 januari 1848), was de eigenaar / oprichter van de Winkel van Sinkel.

Inhoud

FamilieBewerken

 
Nieuwendijk 174-176, voormalige Winkel van Sinkel te Amsterdam

Sinkel was de zoon van Hermann Anton Jacob Sinkel en Maria Anna Gertrud Wittig. Hij vestigde zich in 1820 als manufacturier in Amsterdam. Een jaar later, op 1 augustus 1821 trouwde hij in Amsterdam met Anna Maria Agnes ten Brink (Ibbenbüren, 19 april 1787 - Baarn, 11 september 1859). Zij was een dochter van Johann Gerhard ten Brink en Anna Maria Wilmers. Anna trouwde als weduwe van Johan Conrad Josephus Moormann (Mettingen, 22 november 1779 - Verviers, 17 februari 1818) met wie zij op 12 februari 1805 in Mettingen getrouwd was. Zijn huwelijk met Maria bleef kinderloos. Zij had uit haar eerste huwelijk de volgende kinderen:

  • Heinrich (Henri) Eduard (Eduard) Moormann (Londen, 13 december 1845-)
  • Henry George Moormann (Londen, 10 april 1849-)
  • Elisabeth Agnes (Eliza) Moormann (Londen, 17 oktober 1850-)
  • Maria Josepha (Jo) Moormann (Londen, 19 maart 1852-)
  • James August Alexander (Alex) Moormann (Huize Peking in Baarn, 2 december 1853-)
  • Samuel Pilippus Moormann (Huize Peking in Baarn, 25 maart 1857 - Brussel, 13 mei 1934). Hij emigreerde naar Nederlands_Oost-Indië, werd planter en trouwde daar op 30 augustus 1884 te Pasoeroean met Eugenia Pabst en verkreeg met haar 8 kinderen.
  • Anna Maria Agnes Moormann (Huize Peking in Baarn, 3 juli 1858-)
  • Adolf Fredericus Jacobus Moormann (Huize Peking in Baarn, 13 oktober 1859-)

Winkel van SinkelBewerken

 
voormalige Winkel van Sinkel te Utrecht

Op 22 april 1822 opende hij de manufactuurzaak op de Nieuwendijk 174-176, direct daarna de tegenoverliggende panden Nieuwendijk 175-177. Op 174 een grote katoenwinkel. Op 176 een mannen-atelier. Op 175 een afdeling woninginrichting voor particulieren. Op 177 een herenpaskamer en een lakenwinkel.. Daarna op het Damrak 63 een woninginrichting voor bedrijven en grote herenhuizen. Daarna de Kalverstraat in Amsterdam. Op 1 mei 1824 kocht hij het huis genaamd Het houten been ook bekend onder de naam Blijdestein op de Oudegracht wijk G nr. 14 in Utrecht. Hij verbouwde het pand om tot winkelhuis en gaf het in beheer aan Albertus Maseland. Daarna in 1826 in de Nieuwestad in Leeuwarden, toen de Grote Markt te Rotterdam. Daarna de Botermarkt te Leiden. Op 15 maart 1834 kocht hij het voormalige gasthuis en de twee huizen die tussen dit gebouw en zijn winkel in stonden (en enkele kelders) aan de Oudegracht. Het gasthuisgebouw strekte zich uit van de Oudegracht tot aan de Neude. Ook op de Neude had hij al 2 huizen gekocht. De Oudegracht in Utrecht ging open op 6 mei 1839.

HilveroordBewerken

Dat de zaken niet slecht liepen bijkt o.a. in 1836 als Anton Sinkel in Hilversum een stuk grond met de restanten van het huis Hoornboeg[1] koopt aan de Utrechtseweg te Hilversum. Hij bouwde er een nieuw huis en noemt het Hilveroord. De familie neemt het huis in gebruik als zomerverblijf. In de jaren daaropvolgend worden er op het grondstuk een gastenhuis en een boerderij met stallen bij gebouwd. Tot 1848, het jaar van zijn overlijden, koopt hij rondom het huis een aantal stukken grond tot het een geheel vormt van ca. 19 ha. Zijn weduwe betrekt in 1848 metterwoon het huis Hilveroord, zij zal daar blijven wonen tot haar overlijden in 1859.
Haar zoon Gerhard Eduard Moormann (Mettingen, 19 oktober 1807 - Huize Hilveroord te Hilversum, 2 januari 1888) erft het huis en maakt er een jachthuis van. Henri (1845-), de zoon van Gerhard Eduard, woont van 1875 tot 1879 in het huis terwijl zijn vader in Huize Peking te Baarn blijft wonen. In 1879 betrekt hij met zijn 6 nog minderjarige kinderen het huis Hilveroord. Zoon Henri verhuist dan naar Huize Veeneind in de Emmastraat te Baarn. Gerhard Eduard verkocht enige percelen grond en verbouwde tussen 1879 en 1882 het huis en liet er een tuinmanswoning bij bouwen. Als Gerhard Eduard in 1888 komt te overlijden laat hij enorme schulden achter. Het landgoed, inmiddels geslonken van 19 ha. naar 13 ha., wordt verkocht.

TestamentBewerken

Om de opvolging veilig te stellen maakte hij zijn testament op 15 mei 1843.
Anton Bernard Casper Sinkel, Joseph Ludwig Veerkamp en Anton Bernard Povel kregen het recht alle goederen die hij zou nalaten, van de erfgenamen over te nemen.

Naaste verwantenBewerken

De broers van Anton waren eveneens kooplieden. Hermann runde in 1826 samen met zijn broer Joseph het filiaal van Anton in Leeuwarden.

  • Hermann Sinkel
  • Bernard Sinkel. Hij was getrouwd met Maria Anna Kerckhoff en had bij haar het volgende kind:
  • Anton Bernard Casper (Bernard) Sinkel (Oldenburg, 1828 - Hilversum, 7 juni 1864). Hij was getrouwd met Elmtra Louise Francina de Wentzky de Pransnitz en verwekte bij haar:
  • Anna Elisabeth Antonette Gertrud Sinkel.[2] Zij trouwde ca. 1822 met Carl Henrich Arnold Stuckenborg. In Dinklage werd in 1822 hun zoon Joseph Wilhelm Anton Bernard Stuckenborg geboren. Hij overleed op op 3 mei 1875 te Utrecht. Hij werkte in 1869 als bedrijfsleider in het warenhuis de Winkel van Sinkel te Utrecht. Joseph was op 4 juni 1856 te Utrecht getrouwd met Christina Cornelia Visser (Keulen, 1833 - Utrecht, 14 september 1873). Zij verkregen 2 kinderen, een jongen en een meisje, die beiden op zeer jonge leeftijd overleden.
  • Joseph Maurits Anton Sinkel (Crapendorf, bij Cloppenburg, 23 september 1798 - verdronken in de Zuyderzee, 28 december 1832), zijn stoffelijk overschot spoelde aan op 27 mei 1833 ter hoogte van Workum en werd aldaar ter aarde besteld op het kerkhof van de Grote of Sint Gertrudiskerk.[3] Hij trouwde op 27 oktober 1832 met Dorothea Schenkberg (Cloppenburg, ca. 1800 - Arnhem, 13 januari 1888). Zij was een dochter van Philip Anton Schenkberg en Maria Anna Nieberg. Uit zijn huwelijk werd geboren:

Joseph Ludwig Veerkamp, die genoemd wordt in Antons testament van 1843, was geboren in 1809 in Hopsten (district Steinfurt) en overleed op 20 januari 1863. Hij was een zoon van Bernard Egbert Joseph Veerkamp en Maria Catharina Elisabeth Ten Brink. (Zij was een familielid van Antons vrouw). Joseph werkte in 1840 als bedrijfsleider in het warenhuis de Winkel van Sinkel te Utrecht.