Hoofdmenu openen

Meisje met de rode hoed

werk van Vermeer

Meisje met de rode hoed is een klein schilderij van de Delftse kunstschilder Johannes Vermeer (1632-1675). Het werk wordt gedateerd rond 1665 en bevindt zich in de National Gallery of Art in Washington D.C.

Meisje met de rode hoed
Vermeer - Girl with a Red Hat.JPG
Museum National Gallery of Art
Locatie Washington D.C.
Kunstenaar Johannes Vermeer
Jaar circa 1665
Type Olieverf op paneel
Afmetingen 22,8 × 18 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

BeschrijvingBewerken

Het schilderijtje meet ongeveer 23 bij 18 centimeter en is uitgevoerd in olieverf. De voorstelling bestaat uit het gezicht en het bovenlichaam van een jonge vrouw die de toeschouwer naar rechts gekeerd, over haar rechterarm, aankijkt. Ze is gehuld in een mantel waarvan de blauwe kleur sterk contrasteert met het flamboyante rood van de brede baret die zij op haar hoofd draagt. Het werk is linksboven, in de achtergrond, gesigneerd met het monogram "IVM". Het voorplan wordt gevormd door twee leeuwenkopjes, links- en rechtsonder, herkenbaar van stoelen zoals Vermeer deze in zijn werk meerdere keren heeft afgebeeld. Het gelaat is voor het grootste gedeelte gehuld in schaduw, met uitzondering van de linkerwang, de kin en de lichtelijk geopende lippen. Het felle zonlicht, dat van rechts komt, valt ook op haar linker oorbel en haar witkanten kraagje.

AchtergrondenBewerken

Dit type uitbeelding van een gezicht wordt meestal een 'tronie' genoemd; het gaat daarbij meer om de weergave van een uitdossing en een gezichtsuitdrukking dan dat het de bedoeling zou zijn een herkenbaar portret van een werkelijke persoon te vervaardigen.

Naast Meisje met de fluit (toegeschreven) is dit een van de weinige werken van Vermeer op paneel. Onderzoek heeft aangetoond dat het paneel al beschilderd was met een buste van een man, waarna een krijtgrondering werd aangebracht waarop dit vrouwengezicht geschilderd is. De schildertechniek komt overeen met die van Schrijvende vrouw in het geel, waardoor dit werk rond dezelfde periode gedateerd zou kunnen worden.

GeschiedenisBewerken

Over de geschiedenis van het schilderij wordt vermeld dat het waarschijnlijk stamt uit het bezit van zijn belangrijkste opdrachtgever Pieter van Ruijven en zijn familie en dat het mogelijkerwijs in 1696 in Amsterdam werd aangeboden op een veiling van werken uit het bezit van vader en zoon Dissius.

Zeker is dat het werk in 1822 geveild werd in Parijs uit het bezit van de kunsthandelaar Lafontaine die zich toen uit de zaken terugtrok. Het werd aangekocht door generaal en landschapsschilder Louis Marie baron Atthalin (1784-1856) waarna het vererfde binnen zijn familie. In 1925 werd het aangekocht door kunsthandel Knoedler met vestigingen in Londen en New York, waarna het werd aangekocht door de Amerikaanse bankier Andrew W. Mellon (1855-1933). Na zijn overlijden kwam het aan de National Gallery of Art in Washington, waar het sinds de opening in 1937 vrijwel ononderbroken te zien was. In 1995 werd het schilderij tentoongesteld in het Mauritshuis in Den Haag. De zware lijst waarin het werk getoond wordt is zeer breed, met afgeronde profielen, en heeft de donkere kleur van ebbenhout.