Maximiliaan Louis van Hangest d'Yvoy

tekenaar

Maximiliaan Louis van Hangest baron d'Yvoy, heer van Mijdrecht (Utrecht, 26 augustus 1753's-Gravenhage, 27 augustus 1831) was een Nederlands militair, hofdienaar en lid en fungerend voorzitter van de Hoge Raad van Adel.

BiografieBewerken

D'Yvoy was een lid van het geslacht Van Hangest d'Yvoy en een zoon van Maximiliaan Ivoi (1717-1783), raad van Utrecht, en Antonia Louisa de Leeuw (1726-1793). Hij begon zijn loopbaan als militair en werd in 1778 benoemd tot luitenant-kolonel der infanterie en kapitein-commandant van de Hollandse gardes. In 1795, na de revolutie, werd hij ontslagen en hij was gedurende de Franse tijd ambteloos burger. Op 24 juni 1814 werd hij benoemd als een van de leden van de net ingestelde Hoge Raad van Adel, hetgeen hij tot zijn overlijden zou blijven; in de periode 1817-1818 fungeerde hij als voorzitter van dat college. Voorts was hij opperschenker en kamerheer van koning Willem I.

D'Yvoy werd op 28 augustus 1814 benoemd in de ridderschap van Utrecht waarmee hij tot de Nederlandse adel ging behoren. (Andere verwanten werden later ingelijfd.) Hij kreeg bij KB van 8 juli 1816, net als zijn verwanten, de titel van baron. De genealoog Bijleveld was uiterst kritisch over de adeldom van het geslacht, publiceerde erover en meende in 1949: "Ingelijfd als baron op alle 1816, zonder eenig recht daarop en met vervalschte stukken verkregen".[1]

D'Yvoy publiceerde verschillende historische geschriften. Zijn bekendste werk is: Bijdragen tot de historie van het Verbond en de smeekschriften der Nederlandsche edelen van de jaren 1565-1567 uit 1825. Daarnaast speelde hij een rol in de in 1826 opgelaaide discussie over het al dan niet vermeende bestaan van de Orde van Sint Jacob waarin de voorzitter van de Hoge Raad van Adel naar later bleek publiekelijk discussieerde met twee onder pseudoniem schrijvende leden van zijn eigen raad.[2] Hij overleed ongehuwd, een dag na zijn 78e verjaardag. Zijn bibliotheek, die vooral genealogische en heraldische werken bevatte, werd in 1832 openbaar geveild.

BibliografieBewerken

  • Verhandeling over de beweerde gewettigde afstamming der Heeren van Brederode van Bolswaard uit Reinoud den III kunnende dienen tot het Aanhangzel der Vaderlandsche Historie van Jan Wagenaar. [Z.p.], 1791 [onder het pseudoniem Jac. van den Toorn].
  • Bijdragen tot de historie van het Verbond en de smeekschriften der Nederlandsche edelen van de jaren 1565-1567. Dordrecht, 1825.
  • Vaderlandsche zamenspraak tusschen Kees en Willem, gehouden op den 6 Juny van het het eerste jaar der Bataafsche vryheid. [Z.p., 1795, anoniem].
  • Verhandeling ten betoog, dat er in Holland, ten tijde van Willem VI, Graaf van Holland, geene ridderorde van den tuin is ingesteld, noch aldaar of elders immer bestaan heeft. Amsterdam, 1827.
  • Voordragt ... in den Algemeenen Kunst- en Letterbode voor 1826, no. 25 en 38 nopens hetgeen in dat weekblad, in de Weegschaal no. 9 voor 1826, en in de onlangs uitgegeven Twee brieven over de ridderorde van St. Jacobs Broederschap, tegen gemelden schrijver ... geschreven is geworden door F. G. baron van Lynden van Hemmen. 's-Gravenhage, 1828.

LiteratuurBewerken

  • Catalogus eener verzameling van boeken, betreklijk de genealogie en wapenkunde ..., atlassen en kaarten ... , nagelaten door M.L. Baron d' Yvoy van Mijdrecht ... waarvan de publieke verkooping zal gehouden worden op Maandag en Dingsdag den 2 en 3 April 1832 ... door de Gebroeders van Cleef en B. Scheurleer, boekhandelaars te 's-Gravenhage. 's-Gravenhage, 1832.
Voorganger:
W.A. baron van Spaen la Lecq
Voorzitter van de Hoge Raad van Adel
1817 - 1818 (fungerend)
Opvolger:
F.G. baron van Lynden van Hemmen