Mathieu Carrière

Duits acteur

Mathieu Carrière (Hannover, 2 augustus 1950) is een Duits filmacteur en schrijver. Hij is eveneens een succesvol televisieacteur.

Mathieu Carrière
Carrière in 2004
Algemene informatie
Geboren Hannover, 2 augustus 1950
Land Duitsland
Werk
Jaren actief 1964 -
Beroep Acteur
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Leven en werkBewerken

Afkomst en opleidingBewerken

Carrière stamt af van een familie van Franse hugenoten die ten gevolge van het Edict van Fontainebleau uit Frankrijk werd verjaagd. Zijn vader was psychiater en psychoanalyticus, zijn moeder was radiografie-assistente. Carrière groeide op in Berlijn en in Lübeck. Op 17-jarige leeftijd vertrok hij naar Frankrijk om in Vannes zijn middelbaar onderwijs te voltooien. Vanaf 1969 volgde hij in Parijs studies filosofie en literatuur.

VoorkomenBewerken

Carrière creëerde dikwijls tweeslachtige personages die zowel engelachtig als diabolisch konden zijn.

Zijn voorname en aristocratische verschijning kwam hem uitermate goed van pas toen hij gestalte moest geven aan edellieden zoals Filips van Orléans, koningen zoals onder meer Johan II van Portugal en Lodewijk I van Beieren, graven, een aartshertog, een ridder (Roland...).

Daarnaast waren zijn kennis van het Duits en zijn bijna ijzige elegantie een grote troef toen hij in Franse films in de huid van nazi's (generaal, Obersturmführer, kapitein, gewone soldaat) en van andere Duitstaligen (student, jonge welgestelde, ambassade-attaché) moest kruipen.

Omgekeerd was zijn kennis van het Frans erg nuttig wanneer hij in Duits- of Engelstalige producties een Fransman vertolkte zoals de Franse kapitein in Bergblut (2010) of de Franse dokter in de televisiefilm Rock Hudson.

Zijn rijzige en magere gestalte stelde hem in staat een waarheidsgetrouwe Egon Schiele te belichamen in de dramatische biopic Egon Schiele – Exzess und Bestrafung (1981). Carrière gaf ook nog overtuigend gestalte aan componist en dirigent Eduard Strauss.

FilmacteurBewerken

Jaren zestig: eerste filmsBewerken

Ondertussen was Carrière in de Bondsrepubliek Duitsland op 14-jarige leeftijd gedebuteerd in de filmwereld: hij speelde de rol van de jonge Tonio in het drama Tonio Kröger, naar de gelijknamige roman van Thomas Mann. Twee jaar later had hij de titelrol van kostschoolganger in het op het Filmfestival van Cannes onderscheiden drama Der junge Törless (1966), een andere Duits(talig)e literatuurverfilming, naar de gelijknamige roman van Robert Musil. In zijn derde film, het Andrzej Wajda-drama Gates to Paradise (1968), was hij een van de jongeren die deelnam aan een kinderkruistocht.

Productieve jaren zeventig en begin jaren tachtig: vooral Franstalige filmsBewerken

In 1971 vestigde Carrière zich voor lange tijd in Frankrijk. Hij vond vlot zijn plaats in de Franse en de Belgische filmwereld.

BelgiëBewerken
  • In Harry Kümels fantasy- en horrorfilm Malpertuis (1971), naar de gelijknamige roman van Jean Ray, vertolkte hij de jonge matroos die aan wal terechtkomt in een geheimzinnig huis met al even mysterieuze bewoners.
  • André Delvaux gaf hem de hoofdrol in Rendez-vous à Bray (1971), een psychologisch drama naar een werk van Julien Gracq. Carrière speelde een jonge man die door zijn vriend wordt uitgenodigd bij deze thuis maar die vriend nooit te zien krijgt. In de daaropvolgende jaren bedacht Delvaux hem nog met drie andere rollen.
  • Ook Jean-Pierre Berckmans deed een beroep op hem: in het drama Isabelle devant le désir (1975), naar een werk van Maud Frère, vertolkte Carrière een jonge Duitser van rijke komaf die weigert de eenvoudige jonge vrouw met wie hij een relatie heeft in zijn milieu toe te laten.
FrankrijkBewerken

Hij werkte verscheidene keren samen met ambitieuze en eigenzinnige regisseurs als Marguerite Duras, Jacques Doniol-Valcroze en Roger Vadim.

Het drama Il n'y a pas de fumée sans feu (1973), de misdaadthriller Police Python 357 (1976), de erotische film Bilitis (1977) en het drama La Passante du Sans-Souci (1982) waren Carrière's Franse films die het meest bijval kregen tijdens die jaren.

Een markante vertolking was verder die van de piloot-verleider in het bitterzoete La Femme de l'aviateur (1980), een van de vele sentimentele komedies van Éric Rohmer.

InternationaalBewerken

Carrière proefde ook van de Amerikaanse filmwereld in Edward Dmytryks thriller Bluebeard (1972), van de Italiaanse in het historisch drama Giordano Bruno (1973) en van de Duitse in Der Fangschuß (1976) en in de seksueel getinte tragikomedie Die flambierte Frau (1983).

Der Fangschuß was, tien jaar na Der junge Törless , Carrière's tweede samenwerking met Volker Schlöndorff (1976) en was een drama naar de roman Le Coup de grâce van Marguerite Yourcenar. Nog eens tien jaar later maakte Carrière deel uit van de cast van de verfilming van een ander werk van Yourcenar: L'Œuvre au noir (1987), een historisch drama naar haar gelijknamige roman.

Verdere carrièreBewerken

Vanaf de jaren negentig zette Carrière zijn Franse carrière regelmatig op een lager pitje en werkte hij meer en meer in Duitsland, vooral voor de televisie: de series, waaronder heel wat West-Europese coproducties, en de films wisselden elkaar af.

Belangwekkende films uit die periode waren het existentieel drama Malina (1991), waarin hij als tegenspeelster Isabelle Huppert kreeg, die net als hij een internationale carrière uitbouwde, en de avontuurlijke misdaadfilm Arsène Lupin (2004).

Zijn Hugenotenafkomst belette Carrière niet theoloog en kardinaal Thomas Cajetanus gestalte te geven, een tegenstander van Luther, in de historische biopic Luther (2003).

PrivélevenBewerken

In 1983 trouwde Carrière met de Amerikaanse kunstenares Jennifer Bartlett (1941), die hem een dochter gaf: Alice Isabelle (1985). Het koppel scheidde in de vroege jaren negentig. Daarna hertrouwde Carrière met de kostuumontwerpster Bettina Proske met wie hij een dochter heeft, actrice en model Elena Carrière (1996). Ook dit koppel ging uit elkaar.

Filmografie (ruime selectie)Bewerken

Publicaties van Mathieu CarrièreBewerken

  • Im Innern der Seifenblase, 2011
  • Für eine Literatur des Krieges, Kleist, 1981
  • Wilde Behauptung: Jennifer Bartlett und die Kunst, München. Klaus Boer Verlag, 1994